Onbetaald werken als vergelding

Wat vroeger een alternatieve straf of dienstverlening heette, wordt nu een taakstraf genoemd. Wie ouder is dan 18 kan worden veroordeeld tot een geldstraf, een celstraf of een taakstraf, zoals het omzagen van prunussen.

OP EEN OCHTEND, vertelt reclasseringsmedewerker F. Hofman, meldde een hele groep taakgestraften zich ziek. Ze hadden net hun eerste werkdag achter de rug. De mannen begrepen niet zo goed wat hun mankeerde, maar ze voelden zich niet lekker. Toen ze de volgende dag weer kwamen werken, bleek wat er aan de hand was: spierpijn.

Wie een werkstraf krijgt opgelegd, zal de handen uit de mouwen moeten steken en krijgt daarvoor niet betaald. Het voordeel is dat zo'n straf van betrekkelijk korte duur is. Een taakstraf mag maximaal 240 uur duren, dit is equivalent aan zes maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Iemand die geen vaste baan heeft, is in zes weken klaar met zijn taakstraf. Een veroordeelde die wel een verplichte dagvulling heeft, moet elke zaterdag aan het werk en zo mogelijk vakantiedagen opnemen om de taakstraf zo snel mogelijk te volbrengen.

De laatste jaren is het aantal taakstraffen enorm toegenomen: van bijna 2.000 in 1983, tot bijna 20.000 in 1995. Delicten die met een taakstraf worden bestraft, zijn meestal bijstandsfraude, inbraak, vernielingen, rijden onder invloed en mishandeling.

De reclassering heeft diverse projecten in eigen beheer. In Austerlitz moeten prunussen worden omgezaagd. In Utrecht zit een project waarbij de taakgestraften de forten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie restaureren en opknappen. In de Amsterdamse Bijlmer worden stadsdelen onderhouden; taakgestraften vegen daar de straten, snoeien de struiken en ruimen zwerfvuil op. Een groep van ongeveer tien man valt onder een werkmeester en heeft een vaste werkplek.

Een taakstraf kan bestaan uit een werkstraf, een leerstraf of een combinatie van beide. Bij een leerstraf moet de veroordeelde bijvoorbeeld de cursus sociale vaardigheden volgen of een assertiviteitstraining doen. Ook is er de cursus 'Kijk op slachtoffer', waarbij de dader inzicht moet krijgen in wat hij zijn slachtoffer heeft aangedaan.

In het grote park bij de Gaasperplas in Amsterdam zorgt een groep van maximaal dertien man onder leiding van werkmeester R. Veldman ervoor dat het park mooi en schoon blijft. De veroordeelden asfalteren of harken de paden, snoeien bomen en struiken, prikken vuilnis en legen de vuilnisbakken.

's Ochtends om acht uur verzamelt de groep zich bij een werkkeet. Iedereen krijgt een taak van de werkmeester en gaat aan het werk tot vier uur. Veldman is tevreden over de tewerkgestelden. “Je hebt er natuurlijk ook wel eens negatievelingen tussen zitten. Die komen binnen met zo'n bakkes, kijken niet links of rechts, lusten geen thee en willen ook geen koffie.” Zulke personen neemt hij even apart om uit te leggen dat ze gewoon mee moeten doen met de rest van de groep.

Volgens Veldman krijgen dergelijke taakgestraften maximaal twee dagen de tijd. Als ze zich dan nog niet gedragen, worden ze weggestuurd. “Het is hier geen vakantiekamp, er moet gewerkt worden. Zo'n negatieveling beinvloedt de rest van de groep.” Maar Veldman zegt dat hij bijna nooit iemand hoeft weg te sturen. “Ik probeer ze te motiveren en al snel zie je dat ze meer zin krijgen. En als ze dan klaar zijn met hun taakstraf, willen ze blijven.” De werkmeester denkt dat dit komt doordat het ritme van overdag werken en 's nachts slapen hun goed bevalt. “Normaal doen ze dat andersom”, aldus Veldman.

Een van de tewerkgestelden in het Gaasperpark is de 22-jarige Rico. Na een uit de hand gelopen vechtpartij met een student werd hem mishandeling ten laste gelegd. Hij kreeg twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden onvoorwaardelijk. Omdat hij nog op school zat, is dit omgezet in een taakstraf van 240 uur. Hij is samen met Peter en John takken aan het snoeien en is blij dat hij niet de gevangenis in hoefde. “In het begin dacht ik getver, wat een rotwerk, maar nu vind ik het niet erg meer.” Hij vindt het wel echt een straf. “Ik sta elke dag om zes uur op, werk de hele dag en ik krijg er niet voor betaald.”

Peter (29) is over drie dagen klaar met zijn taakstraf, die hij opgelegd kreeg omdat hij, net als John (40), bijstandsfraude heeft gepleegd. Het werk hier ligt hem wel, omdat hij zelf een niet afgemaakte opleiding tot hovenier heeft gedaan. Toch is hij niet van plan een baan in die richting te gaan zoeken. Hij wil van zijn uitkering gaan sparen zodat hij volgend jaar terug kan naar zijn moederland Curaçao.

Ouderencentrum de Gooyer in Amsterdam-Oost heeft drie taakgestraften in dienst, onder wie Mieke. Zij is 38 jaar en werkt elke maandag tot en met donderdag in de keuken. Mieke heeft altijd gewerkt, maar is vier jaar geleden - bij de geboorte van haar tweede zoon - in de bijstand gegaan. “Ik ben toen zwart wat gaan bijverdienen. Ik wist dat het niet mocht, maar nam het gokje.” Nu is ze bijna klaar met de 238 uur taakstraf die haar is opgelegd. “Over twee weken zit het erop, en dan ga ik weer een baan zoeken. Ik heb nu een goede oppas.”

Mieke wordt begeleid door J. Steenbakker, hoofd algemene dienst van Ouderencentrum de Gooyer. Hij is erg tevreden over de tewerkgestelden. “Bijna allemaal maken ze dezelfde ontwikkeling door. Ze komen schuchter binnen maar zodra ze worden opgenomen in de groep, zie ik ze opbloeien.” Volgens Steenbakker is de samenwerking met het andere personeel en de ouderen in het centrum uitstekend. Hij ziet de taakgestraften niet echt als criminelen. “Ze hebben een misstap begaan en ik vind het onze maatschappelijke taak als instelling een helpende hand te bieden.”

De reclassering kan na het afronden van de taakstraf de ex-veroordeelde begeleiden met het vinden van een baan. Het meest ideale traject is volgens R. Bromet, stafmedewerker taakstraffen bij de reclassering, dat een dader eerst met de gevolgen van zijn gedrag wordt geconfronteerd, daarna een taakstraf uitvoert en vervolgens door middel van sollicitatietraining of werkervaring via de reclassering een baan krijgt. “Je moet iemand niet alleen de grond instampen, maar hem ook uit zijn ellende halen. Een werkmeester kan zien of hij handig is in iets en daar kan je dan verder aan werken.”

Maar ook is er een harde kern die de taakstraf 'uitzit' om vervolgens de draad van het oude leventje weer op te pakken. Deze groep ziet de taakstraf niet echt als straf, meent reclasseringsmedewerker O. Ferrol. “Ze komen niet opdagen en je bent eindeloos met ze bezig. Als je ze dan uiteindelijk terugstuurt naar justitie, krijgen ze een herkansing. Ik vind dat ze hun kans dan hebben gehad en alsnog moeten gaan zitten.”

Desalniettemin is Ferrol van mening dat de voordelen van een taakstraf opwegen tegen de nadelen. “Een taakstraf is goedkoper dan een celstraf. Daarbij doet gevangenisstraf velen geen goed.” Ferrol is zelf werkzaam geweest in het gevangeniswezen. Het grootste probleem van gevangenisstraf vindt ze dat een gedetineerde geen verantwoordelijkheid meer heeft en voor een bepaalde tijd uit de maatschappij wordt gehaald. “Als een ex-gedetineerde terugkomt in de samenleving, heeft hij daar niets meer. De kans dat hij dan in zijn oude gedrag terugvalt, is groot.”

Een uitzondering op deze regel vormt de 35-jarige Mavis. Vijf jaar geleden werd zij veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf voor drugssmokkel van Suriname naar Nederland. Wegens goed gedrag werd ze na twee jaar en acht maanden vrijgelaten. Omdat ze in de tijd voorafgaand aan haar arrestatie ook zwart had bijgewerkt, kreeg ze daarna nog een taakstraf van 140 uur.

Mavis is gediplomeerd ziekenverzorgster en werd tewerkgesteld in een verpleegtehuis. Ze moest eigenlijk acht uur per dag werken, maar zei vaak dat ze geen oppas voor haar vierjarige zoon had zodat ze maar vier uur per dag hoefde te werken. Meestal was dat niet waar, maar “ik verdiende er niets mee dus ik had geen zin om full-time te gaan werken”, aldus Mavis. Op een gegeven moment ging ze toch hele dagen werken. “Ik vond het wel leuk met die oudjes, en het was wel een welkome afleiding.”

Mavis vond bij nader inzien de taakstraf niet echt een straf. “Het enige is dat je niet verdient.” Ze is dan ook van mening dat mensen die veroordeeld worden voor mishandeling niet in aanmerking mogen komen voor een taakstraf. “Dan is het geen vergelding. Zij moeten gewoon de gevangenis in.”

Ondanks Mavis' strafblad heeft ze nu een baan en een nieuw leven. Haar baas in het verpleegtehuis was zo over haar te spreken dat hij haar vroeg of ze wilde blijven werken op oproepbasis. Haar collega's in het verpleegtehuis hebben nooit geweten dat Mavis een taakstraf uitvoerde. Dat weten ze nog steeds niet.

Om redenen van privacy zijn de namen van de taakgestraften veranderd.