Nederland valt jonge Antilliaan zwaar tegen

De criminaliteit onder Antilliaanse jongeren in Nederland is groot. Een voogdijregeling moet voorkomen dat de jongeren zonder opvang naar Nederland komen.

ROTTERDAM, 7 NOV. Cheriska Provence (19) vat in een paar zinnen haar leven samen. “Op mijn zesde moest ik uit huis, omdat mijn moeder niet in haar eentje voor zes kinderen en oma kon zorgen. Toen ik acht was emigreerde mijn moeder zonder mij van Curaçao naar Nederland. Jaren dacht ik daardoor aan niets anders dan Nederland. Niet dat ik er een voorstelling van had, ik sprak de taal ook niet, maar dat kon mij niet schelen, het land stond gelijk aan mijn moeder en dat was genoeg.”

Ze ging op haar veertiende, maar al snel bleek dat ze was vertrokken naar een opeenstapeling van teleurstellingen. “Er was geen dag zonder ruzie”, vertelt Cheriska. “Mijn moeder praatte problemen niet uit, maar loste ze op door ons te slaan. Uiteindelijk zijn we allemaal uit huis gegaan. Mijn oudste zus werd op haar zeventiende zwanger, ik ben een keer weggelopen. Mijn moeder zit nu met mijn broertjes in een opvanghuis van het Leger des Heils. Ze is door haar vriend uit huis gezet. Mijn andere zussen zijn nu eens hier en dan weer daar.” Ze maakt een armgebaar richting het raam.

“Het is het bekende verhaal”, zegt sociaal-pedagoog Hans van Hulst, medewerker van onderzoeksbureau OKU te Utrecht. “Veel gezinnen op de Antillen hebben een alleenstaande moeder aan het hoofd, een situatie die al generaties lang voortduurt. Zowel de moeders als de verschillende vaders van de kinderen lossen problemen met slaan op.”

Het zijn volgens Van Hulst belangrijke kenmerken van de Antilliaanse gemeenschap. Enkele jaren geleden deed hij in opdracht van de Directie Jeugdbescherming en Reclassering van het ministerie van Justitie onderzoek naar de achtergronden van criminele Antilliaanse jongeren in Nederland. Tussen 1985 en 1990 verdrievoudigde de Antilliaanse gemeenschap in Nederland (van 35.000 naar ruim 90.000) onder wie een groot aantal alleenstaande jongeren.

Ongeveer de helft van de jonge Antillianen emigreert zonder één van beide ouders. Vaak vinden ze weliswaar onderdak bij familie, maar dat is niet zelden van korte duur. Uit Van Hulsts onderzoek Pan I Rèspèt (Brood en Respect) bleek dat met name deze groep Antillianen in Nederland op enorme problemen stuit. “Nu zitten zij in een niet te ontwarren problematiek van geweld vanaf de vroegste jeugd, pedagogische en emotionele verwaarlozing, mislukte opleiding, werkloosheid en het ontbreken van maatschappelijk perspectief”, schreven de onderzoekers in 1993.

Uit het onderzoek bleek dat 12,1 procent van de Antilliaanse jongeren uiteindelijk met de Nederlandse justitie in aanraking komt. Een “zorgwekkende” uitkomst, omdat dit percentage voor Nederlandse jongeren 2,5 procent bedraagt; voor Marokkaanse jongeren 9,7 procent en Turkse jongeren 3,3 procent. Over de onderzochte periode (1989-1991) is volgens de onderzoekers bovendien sprake van een stijging van de criminaliteit onder de Curaçaose jeugd in Nederland.

De politiek onderkent het probleem, maar van een gerichte aanpak is geen sprake. “Het is een politiek van pappen en nathouden”, meent de Antilliaanse historicus J. Schrils, directeur van Forsa, steunpunt voor Antillianen en Arubanen in Zuid-Holland.

Het voornemen dat minister Voorhoeve (Antilliaanse en Arubaanse Zaken) vorige week uitte om een voogdijregeling in te stellen voor minderjarige Antillianen die naar Nederland komen, is volgens Schrils exemplarisch voor de tekortschietende Nederlandse benadering. “Ze denken in Nederland dat ze alles met een wet kunnen oplossen. Het is echter draaien om de hete brij.” Ook Van Hulst zet vraagtekens bij de voorgenomen regeling.

Volgens Schrils en Van Hulst ontbreekt het in Nederland aan een serieuze visie op de Antilliaanse problematiek waardoor maatregelen het karakter hebben van symptoombestrijding. Van Hulst: “Een voogdijregeling helpt wellicht een paar honderd jongeren, maar wat draagt het bij aan de oplossing van een probleem als onderwijsachterstand? De ruzies thuis? Criminaliteit?”

Schrils: “Beleid moet er op gericht zijn om de problemen zowel hier als daar coherent aan te pakken. Een voogdijregeling helpt vooral de voogd, omdat deze dan recht heeft op financiële regelingen als kinderbijslag. Het kind is er echter niet bij gebaat. Een alleenstaande moeder kan wellicht formeel voogd zijn, maar de vraag of zij ook een goede ouder kan zijn blijft onbeantwoord.” Schrils meent dat alleen een volledige erkenning van de problemen die voortkomen uit de cultuur en gewoonten op de Antillen hun bewoners kan helpen. “Neem het Papiaments, dat is nooit officieel erkend als taal, maar iedereen spreekt het. Het onderwijs is in het Nederlands, maar kinderen spreken dat niet als ze naar school gaan. Het is er mede de oorzaak van dat de Antillen een van de slechtste onderwijsresultaten hebben ter wereld. Dat, de deplorabele staat van de eilanden en economische motieven zijn de belangrijkste redenen voor jonge Antillianen om naar Nederland te gaan. Het vergt echter een hoop geld en een enorm politiek lef om daar echt iets aan te doen.” Het geven van voorlichting op de Antillen over het 'echte Nederland' is volgens Schrils een ander kenmerk van de Nederlandse naïviteit.

“Het zijn kanslozen, drop-outs die naar Nederland komen. Je kunt ze van alles vertellen over Nederland, dat de scholing moeilijk is, dat je geen werk kunt vinden en dat er geen huizen zijn, maar dat helpt niets. Probeer een 16-jarige jongen die verkracht uit de gevangenis komt, zonder werk en huis, maar te overtuigen dat hij beter in het paradijs Curaçao kan blijven.”

Cheriska's moeder heeft het nog een paar maanden geprobeerd op Curaçao. Ze ging terug, maar hield het niet lang vol. Cheriska werkt momenteel in een Jeugd Werk Garantieplan van de gemeente Rotterdam en volgt cursussen Nederlands en Sociale Vaardigheden. Inmiddels heeft ze ook onderdak, de moeder van een klasgenoot trok zich Cheriska's lot aan en nam haar in huis. Cheriska: “Het was moeilijk wennen. Ik ga bijvoorbeeld minder naar buiten om zo bij mijn oude vrienden weg te blijven. Ik ben bang dat ik te makkelijk wordt meegesleept. Het gaat vaak zo, Antilliaanse jongeren blijven binnen de eigen groep, ze willen niks van Nederlanders weten. Die begrijpen namelijk niets van wat in een Antilliaan omgaat.”

    • Rogier Rijkers