Medisch geheim

DE ECHTGENOTE VAN een jonge zakenman wordt onwel tijdens een avondje uit in Amsterdam en raakt in coma. Beide echtelieden zouden een xtc-pil hebben genomen. Maar de man heeft niets. De politie roept de hulp in van het ziekenhuis om er achter te komen wat er precies in het bloed van het slachtoffer heeft gezeten.

Tevergeefs beroept het ziekenhuis zich op de medische geheimhoudingsplicht. De onderzoeksrechter beveelt afgifte van het medisch dossier en de Amsterdamse rechtbank wijst de protesten van het ziekenhuis van de hand.

De rechtbank beroept zich op de “zeer uitzonderlijke omstandigheden” van dit geval. Dit argument is aan slijtage onderhevig, zo blijkt uit een noodkreet van de hoogleraar gezondheidsrecht Hubben in de jongste aflevering van het Juristenblad. De afgelopen maanden is er volgens hem in verschillende ziekenhuizen grote onrust ontstaan over het opvragen van medische dossiers. Politie en justitie zijn klaarblijkelijk onvoldoende doordrongen van het besef dat het medisch geheim ook werkelijk slechts in hoogst uitzonderlijke situaties opzij mag worden gezet.

HET MEDISCH DOSSIER speelt een cruciale rol in de medische hulpverlening, zo kan niet genoeg worden gewaarschuwd. Daaronder vallen ook allerlei niet-medische bijzonderheden zonder welke de hulpverlening het vaak niet kan stellen. Zeker, geen geheim is absoluut - ook het medische niet. Een arts kan zich bijvoorbeeld in geweten verplicht voelen een geval van kindermishandeling te signaleren. Maar het is wel nodig gebleken daarvoor aparte vertrouwensartsen in te stellen om directe inmenging van politie en justitie in de sfeer van de hulpverlening te voorkomen.

Het kan soms bitter zijn werkeloos te moeten toezien in een strafzaak terwijl de oplossing binnen handbereik ligt. Maar sinds Hippocrates is duidelijk dat het van nog groter belang is dat zieke mensen zonder aanzien des persoons en zonder vrees voor de gevolgen zich voor hulp tot de dokter kunnen wenden.

Morgen praten diverse partijen op de eerste lustrumconferentie van het Netwerk van directiesecretarissen in de gezondheidszorg over de contacten tussen de medische hulpverleners en de politie. In de politieregio Brabant-Zuidoost is daarover een compleet convenant gesloten. De Haagse huisartsenvereniging denkt ook al in die richting. Maar het is de vraag of vaste afspraken wel passen bij het hoogst uitzonderlijke karakter van medische informatieverstrekking aan derden.

EEN AFSPRAAK IS zelfs gevaarlijk als zij beperkt blijft tot informatie over patiënten die slachtoffer van een misdrijf zijn. “De politie vervult op dat moment ook de rol van hulpverlener”, heet het in het Brabantse, “en kan ten behoeve daarvan behoefte hebben aan informatie van of over de patiënt.” Informatie van de patiënt is natuurlijk geen punt als het slachtoffer wil en kan praten. Informatie over de patiënt valt steeds onder het medisch geheim.

De goede bedoelingen van de politie staan buiten kijf, maar de politie moet zich niet in de kring van de medische hulpverleners proberen te wringen. Het medisch beroepsgeheim geldt trouwens evenzeer onder collega's als tegenover buitenstaanders, al wil men dat in de (verzekerings)praktijk wel eens vergeten.