Lijfstraf

Bij wet van 1854 zijn in Nederland de laatste lijfstraffen (straffen aan het lichaam) afgeschaft. Het ging om brandmerking, kielhaling en geseling.

Lijfstraffen kwamen tot 1948 nog wel voor in Engeland. Criminelen als souteneurs en vrouwenhandelaars werden daar, wanneer ze zich aan bepaalde wreedheden hadden schuldig gemaakt, aan lijfstraffen onderworpen. Lijfstraffen speelden een grote rol toen men de vrijheidsstraf (gevangenisstraf) nog niet kende. Nadien werden lijfstraffen wegens hun vernederende, verbitterende en verruwende werking en wegens de ongelijkheid van hun uitwerking, als ongeschikte strafsancties gezien. In veel landen, vooral daar waar de islamitische wetgeving shari'a geldt, worden verminkende lijfstraffen (handafhakking, oor-afsnijding, enzovoorts) toegepast.