LAURENT DÉSIRÉ KABILA; Veteraan in guerrilla

7 NOV. De strijd in Oost-Zaïre heeft een jarenlang vergeten veteraan uit het Zaïrese politieke leven voor het voetlicht gebracht: Laurent Désiré Kabila, die zich presenteert als coördinator van de Alliantie van Democratische Krachten voor de Bevrijding van Congo-Zaïre (ADFL).

Volgens Kabila werd de ADFL, die uit vier partijen bestaat, op 18 oktober gesticht in Lemera, de eerste Oostzaïrese plaats die in handen viel van de rebellen. “Het doel van de alliantie is een einde te maken aan het autocratische regime van Mobutu en de corruptie uit Zaïre te bannen”, verklaarde de 56-jarige Kabila vorige week.

Het blijft onduidelijk of de ADFL alle rebellengroeperingen in Oost-Zaïre vertegenwoordigt en of Kabila werkelijk een hoofdrol speelt in de hernieuwde guerrillastrijd tegen de Zaïrese autoriteiten. Waarnemers achten het zelfs mogelijk dat hij naar voren is geschoven door Rwanda, om de etnische opstand in Oost-Zaïre een bredere basis te geven. Kabila behoort namelijk niet tot de Banyamulenge, de van oorsprong Rwandese Tutsi's die in Oost-Zaïre wonen. “De Banyamulenge wilden hem om zijn ervaring en omdat hij geen Tutsi is”, aldus Gérard Prunier, een Franse deskundige op het gebied van Oost-Zaïre.

De verschijning van Kabila op het politieke toneel roept herinneringen op aan het Zaïre van de jaren 1964-'65, ten tijde van de burgeroorlog die uitbrak na de onafhankelijkheid. Kabila was een aanhanger van de marxist Pierre Mulele, die toen een guerrillastrijd leidde in het midwesten van het land. Kabila en Mulele haalden hun inspiratie uit het gedachtegoed van de voormalige premier Patrice Lumumba, die in januari 1961 werd vermoord. Kabila ontving steun van de Cubaanse guerrillaleider 'Che' Guevara en 200 Cubaanse rebellen. De samenwerking liep uit op een fiasco. Het leger van Kabila werd door de Cubaanse rebellenleider “parasitair” genoemd. “Het werkt niet, oefent niet, strijdt niet en eist soms met een extreme wreedheid van de burgers dat zij het voeden en ervoor werken”, schreef hij achteraf.

Na het vertrek van de Cubanen en de machtsovername door Mobutu in november 1965 gingen de rebellen in ballingschap of liepen over naar de nieuwe machthebbers. Kabila trok zich met zijn Revolutionaire Volkspartij terug op de hoogvlaktes van Zuid-Kivu, van waaruit hij de strijd tegen het regime voortzette. Ironisch genoeg vochten de Banyamulenge destijds aan de zijde van Mobutu.

In Zuid-Kivu stortte Kabila zich op de goudhandel met Burundi, waaraan hij een fortuin verdiende. “Hij opende een winkel in de bergen ten zuiden van Uvira en stichtte een soort onafhankelijke minirepubliek”, bevestigt Prunier. “Hij en zijn aanhangers doodden olifanten en werkten in de mijnbouw. Daarna smokkelden zij het ivoor en diamanten en goud naar Burundi.”