Kaarten zonder nuancering

Het betaald voetbal is een bedrijfstak geworden waarin miljarden guldens omgaan. Maar het tuchtrecht van de KNVB is verouderd, vinden twee juristen en een profvoetballer.

RAYMOND ATTEVELD is een voetballer van het type Jan Wouters. Buiten het veld een spontane persoonlijkheid, binnen het veld kan hij echter in het vuur van de strijd ontsporen. In zijn streven om te winnen gaat hij tot op het randje van het toelaatbare. Of er net over. Bij Roda JC en Vitesse verzamelde hij in twee seizoenen 22 gele kaarten. Een flinke smet op het blazoen van deze nooit versagende bikkelaar, die ook wel wordt beschouwd als het cement tussen de stenen van elk team. Sinds vorige week speelt hij in het shirt van FC Groningen, maar hij kwam ook uit voor Everton in Engeland.

Onlangs ging Atteveld bij zichzelf te rade. Hij concludeerde dat hij veel gele kaarten en schorsingen vooral te wijten had aan opmerkingen tegen de scheidsrechter. Atteveld besloot een slot op z'n mond te kopen. Als er in zijn ogen sprake was van onrecht, beet hij voortaan op zijn lippen. Daardoor heeft hij al acht wedstrijden geen kaart meer opgelopen.

Het voorbeeld-Atteveld toont aan dat het straffensysteem met gele kaarten elke vorm van nuance mist. Wie praat tegen de arbiter wordt even zwaar bestraft als een schopper die een tegenstander blesseert. De kaarten worden simpel bij elkaar opgeteld en na vier boekingen volgt de eerste wedstrijdschorsing. Na zes gele prenten is er weer sprake van een automatische uitsluiting. En vervolgens wordt de speler dan voor elke kaart een wedstrijd verbannen naar de tribune.

Mr. C.I.M. Molenaar, beter bekend als Keje Molenaar, vindt dat hierdoor een vorm van rechtsongelijkheid is ontstaan. De voormalige voetballer van Volendam, Ajax en Feyenoord volgde tijdens zijn voetballoopbaan een rechtenstudie en is nu als advocaat en procureur verbonden aan het bureau Abma Van Eeuwijk. “De scheidsrechter moet meer middelen tot zijn beschikking hebben”, vindt Molenaar, die zich heeft gespecialiseerd op het gebied van verzekeringsrecht en arbeidsrecht maar ook voetballers begeleidt op tuchtrechtelijk terrein. “Het systeem dat thans geldt, is scheef gegroeid. Dat is onbevredigend voor de spelers en de toeschouwers. Daarom ben ik voor de invoering van een witte kaart. Die is voor de lichtste vergrijpen, bijvoorbeeld het uitschelden van de scheidsrechter, tijdrekken of het wegtikken van een bal na het fluitsignaal. Drie witte kaarten zijn één gele. Een zware overtreding moet natuurlijk geheel volgens de huidige regels wel direct met een gele kaart worden bestraft.”

Ook mr. B.W.J. (Berry) Bertels, redacteur van het nieuwe sportjuridische tijdschrift Sportzaken, voelt veel voor de invoering van een extra kaart. Hij verwijst naar het hockey, waar behalve met een gele kaart wordt gewerkt met een groen stukje karton, dat voornamelijk wordt uitgedeeld bij aanmerkingen op de leiding. Twee groene kaarten in een wedstrijd worden omgezet in één gele en die staat voor een tijdstraf van vijf minuten. “Als je nu in het voetbal na vier gele kaarten wordt geschorst, is nooit duidelijk waar dat precies voor is. Dat kan voor drie keer praten zijn en één keer een harde tackle.”

Bertels vindt ook de tijdstraf uit het volleybal, hockey en het ijshockey geschikt voor het voetbal. Dus bijvoorbeeld tien minuten naar de kant voor een gele kaart. “Een lik-op-stukbeleid is veel beter. Maar voetbal weigert ontwikkelingen op te pikken bij andere sporten. Een tijdstraf zou niet kunnen, omdat de speler dan te snel afkoelt. Dat is natuurlijk onzin, want hij kan altijd even naar de kleedkamer of een warm trainingspak aantrekken. Bovendien hebben de hockeyers er kennelijk geen problemen mee. Trouwens, er wordt in de Arena zelfs al overdekt gevoetbald. Daar zouden de voetballers eigenlijk bij een gele kaart verplicht moeten worden om zich tien minuten te begeven in de VIP-lounge tussen champagne nippende zakenmensen. Dat lijkt me wel een mooie straf.”

Keje Molenaar ziet niet zoveel heil in een tijdstraf. “Het is wel zo dat de gedupeerde ploeg, waarvan een doorgebroken speler wordt onderuit gehaald, uit deze vorm van snelrecht direct voordeel kan putten. Maar ik vind het effect niet groot genoeg. Want zoveel maakt het niet uit of je met tien of elf spelers voetbalt.” Raymond Atteveld wijst op het Engelse systeem. “In de Premier League werken ze met punten. Een gele kaart voor praten is twee punten, een zware overtreding vier. Na 21 punten volgt een schorsing. Dan weer na 31 en 41. Zo wordt de schopper zwaarder bestraft.”

In preventieve zin denkt Keje Molenaar aan andere middelen om het voetbal te schonen van agressie in het veld. Het reglement Tuchtrechtspraak Betaald Voetbal biedt ook de mogelijkheid collectieve straffen op te leggen. Bijvoorbeeld zoals in hoofdstuk 5, artikel 12 d is vastgelegd. Na berisping (a), geldboete (b) en uitsluiting (c) kunnen twee punten in mindering worden gebracht op de ranglijst van de competitie en van de betreffende periode (eerste divisie). Verder staat er onder nota bene: 'Clubs waarvan veel spelers in één seizoen in aanraking komen met de tuchtcommissie dienen er rekening mee te houden, dat zij door de tuchtcommissie ter verantwoording kunnen worden geroepen c.q. kunnen worden gestraft.' In de praktijk is het in het betaalde voetbal zover nog nooit gekomen. “Het is zoiets als de doodstraf”, zegt een woordvoerder van de KNVB. “Die wordt ook maar zelden uitgevoerd.”

Keje Molenaar: “Als je echt paal en perk wilt stellen aan spelverruwing, moet je hiertoe overgaan. In de praktijk is gebleken dat strengere regels de schoonheid van het spel bevorderen. Vijftien jaar geleden leek het voetbal door de agressie op het veld te worden vermoord. Met strengere regels is dat voorkomen.” De voormalige back wil niet de indruk wekken dat het huidige tuchtreglement van de KNVB slecht in elkaar zit. Ook vindt hij dat op een consciëntieuze wijze wordt recht gesproken. “Maar het wordt nu tijd om het systeem te vervolmaken.”

Vandaag verdedigt Molenaar in hoger beroep de Volendam-speler Dejan Govedarica, die voor een elleboogstoot vier wedstrijden schorsing kreeg. “Ook bij de uitspraken van de tuchtcommissie bespeur ik een vorm van rechtsongelijkheid. De ene overtreding wordt zwaarder bestraft dan de andere. En ik heb de indruk dat de straf niet helemaal los staat van de reputatie van de speler. Zo kreeg Ronald Koeman vorig seizoen slechts drie wedstrijden schorsing na een elleboogstoot op het strottenhoofd van de Spartaan Dave van der Meer. Die jongen werd geheel uitgeteld op een brancard van het veld gedragen. Ik wil niet dat Koeman zwaarder wordt bestraft. Wel vraag ik me af waarom Govedarica een duel meer kreeg voor een vermeende elleboogstoot die naar mijn mening voortvloeide uit een duel.”

Ook Raymond Atteveld heeft bijzondere ervaringen met de rechtsprekers van Zeist. Om te beginnen is hij al niet best te spreken over het arbiterskorps. “Er worden te snel gele kaarten getrokken”, luidt zijn algemene klacht. “Bepaalde scheidsrechters doen dat al voor niets, terwijl ze tackles van achteren onbestraft laten. Uilenberg vormt een goede uitzondering, Luinge vind ik ook goudeerlijk. Van der Ende is dan de zogenaamde topper, maar die loopt met een geweldige air te fluiten. Als je problemen alleen kunt oplossen met een kaart is dat een teken van zwakte. Scheidsrechters marchanderen ook om verkeerde beslissingen weer goed te maken. Zo maakte ik dat onlangs mee met Vitesse tegen Roda. Vierklau werd er door een tweede gele kaart van het veld gestuurd omdat de bal via zijn dijbeen tegen z'n hand stuiterde. Daarna kregen we van Van Vliet alles mee. Zelfs een bal die via de lat een meter over de doellijn stuiterde, werd afgekeurd.”

Nog niet zo lang geleden moest Atteveld tot zijn verbazing voor de tuchtcommissie verschijnen omdat hij tijdens Vitesse-Heerenveen een speler zou hebben geslagen. “Dat had de waarnemer gezien. Het zou in de negentigste minuut zijn gebeurd. Gelukkig was die wedstrijd live op Supersport geweest. En je zag mij gewoon rondlopen zonder dat er een bal in de buurt was. Die waarnemer van een jaar of 65 zei: 'Ik heb niet gezien wat ik gezien heb'. Waar zijn we nou mee bezig? Hetzelfde overkwam Ferdi Vierklau vorig seizoen. Hij zou een kopstoot hebben uitgedeeld. Ook niet te zien op tv. De overtreding vond niet plaats, zei de tuchtcommissie nadat hij in staat van beschuldiging was gesteld.”

    • Erik Oudshoorn