Hutu-vluchtelingen uit Rwanda struikelblok voor veilige corridors

KIGALI, 7 NOV. “Ontzeg de vluchtelingen in Oost-Zaïre hulp en ze zullen terugkeren naar Rwanda.” Dit standpunt, uitgedrukt door een Rwandese regeringsfunctionaris in Kigali, klinkt hard. Een groeiend aantal diplomaten onderschrijft - evenals enkele hulpverleners - echter deze zienswijze. “Niemand probeert de vluchtelingen uit te hongeren”, zegt een hoge Westerse diplomaat in de Rwandese hoofdstad, “maar ze zullen sneller naar Rwanda lopen als we ze voedsel aan deze kant van de grens aanbieden.”

In de reacties onder diplomaten en hulpverleners op de militaire crisis in Oost-Zaïre begint zich enige duidelijkheid af te tekenen. Er dient een veilige corridor te komen voor de vluchtelingen, daar is iedereen het over eens. De meningsverschillen draaien om twee zaken: of in deze corridor één- of tweerichtingsverkeer moet plaatshebben en of buitenlandse troepen de corridor dienen te bewaken. Rwanda is voorstander van éénrichtingsverkeer: vluchtelingen kunnen dan door de corridor terugkomen uit Zaïre. Enkele Europese landen, waaronder Frankrijk, willen echter dat door de corridor ook voedsel naar Oost-Zaïre wordt gebracht.

Na de genocide in Rwanda in 1994 trok ruim één miljoen Hutu-vluchtelingen naar Oost-Zaïre. Het betrof een door de verslagen regering georganiseerde exodus. Overheidsstructuren uit Rwanda werden - tot op het allerlaatste niveau - overgebracht naar de vluchtelingenkampen. De leiders van de dorpjes in Rwanda zijn dezelfde als in de kampen. Zij waren goeddeels verantwoordelijk voor het aanzetten tot massamoord in 1994. Zij oefenen nu druk uit op de vluchtelingen om niet naar Rwanda terug te gaan. Buitenlandse hulporganisaties zijn er nooit in geslaagd de greep van deze leiders op de kampbevolking te breken.

Soldaten van het voormalige regeringsleger FAR (Forces Armées Rwandaises) en de Hutu-militie Interahamwe fungeren als militaire arm van de kampleiders. Deze gewapende groepen weerhielden tijdens de gevechten de afgelopen weken sommige vluchtelingen ervan naar de grens te lopen. Zij leidden de vluchtelingen daarentegen westwaarts, verder Zaïre in. Na de militaire nederlaag van de ex-FAR en Interahamwe, die meevochten met het Zaïrese regeringsleger, is hun greep op de vluchtelingen verzwakt maar zeker niet gebroken. “Zonder buitenlandse voedselhulp zal de greep verder verzwakken en zullen de vluchtelingen terugkomen”, geeft een Rwandese functionaris de politiek van zijn regering aan. Een Westerse diplomaat is het daar in grote lijnen mee eens: “De wijze waarop we de afgelopen twee jaar hebben gezorgd voor de vluchtelingen, heeft ze niet naar Rwanda teruggebracht. We moeten daarom nu zoeken naar een andere oplossing.”

Frankrijk oefent druk uit voor een militaire interventie met humanitair oogmerk. Rwanda heeft al aangegeven het zenden van Franse troepen onaanvaardbaar te vinden. De Rwandese regering heeft reden Franse militaire inmenging te vrezen. De Franse interventie met als codenaam Opération Turquoise in de laatste dagen van de genocide in 1994 gaf de uitvoerders van de massamoorden de gelegenheid zich in West-Rwanda te hergroeperen en vervolgens met de vluchtelingen een veilig heenkomen te zoeken in Oost-Zaïre. Rwanda vreest dat een nieuwe Franse interventie een 'Opération Turquoise II' zal worden. De Amerikanen steunen Rwanda in dit standpunt. De Amerikaanse ambassadeur in Kigali, Robert Gribben, laat zich graag citeren als hij zegt: “Er is geen behoefte aan een buitenlandse militaire macht.”

Enkele Afrikaanse landen en de hulporganisatie Médecins sans Frontières-International vragen om het ingrijpen van 'een neutrale militaire strijdmacht'. Een MSF-woordvoerder zei eerder deze week de komst van Franse troepen echter onaanvaardbaar te vinden. Om een grote humanitaire catastrofe te voorkomen verlenen hulpverleners aan het verstrekken van hulp de allerhoogste prioriteit. “Een sterk mandaat moet zo'n interventiemacht vervolgens in staat stellen in de veilige corridors de gewapende groepen en degenen die intimidatie uitoefenen, te scheiden van de onschuldige vluchtelingen”, betoogt een hulpverlener. Op de vraag hoe en op welke gronden zo'n scheiding moet worden aangebracht, werpt de hulpverlener de handen in de lucht.

Een ander argument voor het zenden van buitenlandse troepen zijn de uiterst explosieve etnische spanningen in Oost-Zaïre, vooral in de provincie Noord-Kivu rond de stad Masisi. Als de leiders van de vluchtelingen hen verder westwaarts van de grens drijven, kunnen er gemakkelijk gevechten uitbreken met autochtone Zaïrezen. In een poging een 'Hutu-land' te creëren, begonnen extremistische Hutu's eerder dit jaar etnische zuiveringen rond Masisi, waarbij duizenden doden vielen.

Bij het grensstadje Gisenyi is een verkeersbord geplaatst met daarop: 'Rijd langzaam. Vluchtelingen!' Overal langs de grens met Oost-Zaïre plaatsten de hulporganisaties de afgelopen weken voedselvoorraden als lokaas voor de vluchtelingen. De afgelopen dagen keerden 10.000 vluchtelingen terug naar Burundi. Naar Oeganda trokken eveneens 10.000 Zaïrese ontheemden. Het aantal dat naar Rwanda terugging, ligt echter beduidend lager. In de komende dagen zal blijken of de Rwandese vluchtelingen het verkiezen om te komen van honger in Oost-Zaïre, of dat zij het risico nemen en terugkeren naar hun vaderland.