Gezellig even babbelen in de metro

Het is donderdagmiddag en mooi weer. Gelukkig gaat het eerste traject van de metro boven de grond, zodat de zon door de ramen naar binnen schijnt. Bij een van de Bijlmerhaltes stapt een drietal in dat naast me komt zitten. Hij heeft een trainingspak aan, lang haar, pet op. Uit zijn sok diept hij een zilverpapiertje op. Zijn twee vriendinnen zijn nog magerder dan hij. De blonde heeft een zwarte nep-lerenbroek aan, de donkere een zwarte lange jas van hetzelfde materiaal.

Ze kletsen even gemoedelijk als drie omaatjes in de trein zouden doen. Het gesprek gaat over alledaagse ditjes en datjes - voor hen. Wie wat gebruikt en hoe. Waar hij nu woont. Weer bij zijn ouders, die weten dat hij gebruikt. Hij hoeft geen kost en inwoning te betalen, want zijn moeder heeft liever niet dat hij gaat stelen. De twee vrouwen werken beiden op straat, dat is heel wat lucratiever dan de tippelzone op de Theemsweg. En overdag, want dan gaan de zaken veel beter.

De blonde vertelt dat ze laatst nog negen weken heeft gezeten. Dat was niet zo vervelend hoor, op het politiebureau in een cel, dat is pas erg. Hij beaamt het volmondig: je mag niet roken en koffie is er ook niet bij. In Amsterdam-Amstel stapt ze uit. Of ze voorzichtig zal zijn, ja dat belooft ze. Als twee haltes daarna ook de vrouw met het bruine haar uitstapt, is hij alleen.

Maar niet voor lang. Door de ramen heeft hij in het aangrenzende metrostel al weer een vriend ontdekt, die naar binnen komt gerend. Blij begroeten ze elkaar. Ja, met allebei gaat alles goed. Al snel ontwaart hij een nieuwe zonnebril in het overhemd van zijn vriend. Hij zet hem op, mooie bril hoor en het staat hem goed ook. Vooruit, hij mag 'm hebben. Voor buiten, in de zon.

    • Carlien Blok