Fokker werpt schaduw over DAF-proces

AMSTERDAM, 7 NOV. “Ha, Floris, met Louis.” Louis Deterink, curator van Fokker, net terug uit Seoel om de gesprekken met Samsung vlot te trekken, belt vanuit het Amsterdamse paleis van justitie met Floris Maljers, eerste onderhandelaar voor minister Wijers van Economische Zaken.

De onderhandelingen over de verkoop van de Fokker-boedel verkeren in een beslissende fase, maar drie van de vier curatoren zaten gisteren in de Amsterdamse rechtbank voor de “afwikkeling” van DAF, het voorlaatste grote industriële debacle (uit 1993).

Als curator van DAF is Deterink partij in een proces om schadevergoeding dat gedupeerde obligatiebeleggers van DAF hebben aangespannen. Het leek gisteren wel een Fokker-zaak, want ook zijn collega mr. R. Schimmelpenninck was er (als raadsman voor de beleggers), evenals mr. A. Leuftink, namens de bewindvoerders van twee voormalige Britse DAF-dochters.

De zaak waar het om gaat loopt inmiddels bijna drie jaar en was gisteren toe aan de peidooien, de laatste fase voordat uitspraak (wellicht al 18 december) komt. De obligaties stammen uit 1988, toen DAF nog niet aan de effectenbeurs was genoteerd. Om de plaatsing van de effecten (ter waarde van 150 miljoen gulden) te vergemakkelijken kregen beleggers een extraatje: zij mochten gelijkelijk met andere geldschieters delen in eventuele zekerheden die DAF zou verstrekken ter garantie van de terugbetaling van de lening. DAF was in 1988 uit een diep financieel dal gekomen. Toen het in 1992 opnieuw in zo'n dal belandde, en begin 1993 failliet ging, duurde het even voordat de obligfatiebeleggers zich herinnerden dat zij extra rechten hadden. De pressie van een Amerikaanse opkoper van effecten van slecht lopende bedrijven, G. Klesch, was nodig om de trustmaatschappij NTM, die de belangen van beleggers moet behartigen, aan het werk te zetten. Deze traagheid werd de NTM gisteren opnieuw voor de voeten geworpen.

De zaak draait om de vraag wat het extraatje voor beleggers uit 1988 in de praktijk betekent. DAF had zijn bankiers in 1992 zekerheden (voorraden, machines) gegeven die later geld waard bleken. De rechten die de NTM had gekregen, aandelen in dochters, waren waardeloos. Had ABN Amro, die de uitgifte van obligaties had geregeld en in 1992 ook het bankensyndicaat leidde, de beleggers blij gemaakt met een dooie mus? Of hadden de beleggers kunnen weten dat zij geen “harde” zekerheden zouden krijgen?

Schimmelpenninck, die de NTM vertegenwoordigt, noemde de zaak eenvoudig: DAF had zekerheden in het vooruitzicht gesteld en zich daar niet meer aan gehouden. Dus moest er betaald worden. Hetzij door de stichting Ofasec, die namens de banken de opbrengst van hun deel van de DAF-boedel beheert, hetzij door ABN Amro, omdat het prospectus niet deugde.

Mr. M. Blom, die voor Ofasec optreedt, ziet daar helemaal niets in. Hij legde uit dat de beleggers een claim hebben op DAF, niet op de dochters, en dat de NTM bij de oprichting van Ofasec en de langdurige onderhandelingen over de juridische haken en ogen nooit aan de bel hebben getrokken. Totdat Klesch op het toneel verscheen. Ofasec was in 1992 opgericht om helderheid te scheppen in het woud van zekerheden dat de verschillende geldschieters van DAF (vooral banken, maar ook de NTM) en DAF's dochterbedrijven hadden bedongen.

Blom voerde ook aan dat het extraatje alleen voor nieuwe financieringen van moedermaatschappij DAF gold. De uitbreiding van bestaande kredieten kwam vooral voor rekening van de dochters.

Ook de curatoren en ABN Amro verwerpen de claims van de beleggers. Mr. A. Kist betoogde namens de bank dat de beleggers zijn getroffen door normale beleggingsrisico's. In tegenstelling tot de door ABN Amro verloren schadeclaimzaak over het prospectus van Co op, waar de financiële situatie heel anders was dan bedrijf (en bank) zeiden, “kenden beleggers hier de situatie. DAF floreerde.”

Als de rechtbank de claim toewijst, ontstaan overigens nieuwe problemen. De meeste participanten die nog geld tegoed hebben van Ofasec willen niets inleveren opdat de obligatiebeleggers betaald worden. Zo DAF, zo Fokker? In de zaal zaten niet alleen drie Fokker-curatoren, maar ook mr. L. Vervuurt, juriste van de Vereniging van Effectenbezitters. Fokker had voor 1,6 miljard obligaties geplaatst, die niet veel meer waard zijn.

    • Menno Tamminga