'Een kind spreek je aan op zijn geweten'

Een draai om de oren, of een college normen en waarden? Het straffen van kinderen is een heikele kwestie. “Een tik strafbaar? Krankjorum!”

MAX MORTIER (2) houdt van orde en netheid. Zijn broertje Berend (3) niet. Als Berend een speelgoedauto van Max afpakt, zegt zijn moeder Pien: “Berend, geef Maxje zijn auto terug.” Ze zegt het twee keer en als haar oudste zoon dan nog geen gevolg geeft aan haar verzoek, dreigt ze: “Als je niet doet wat ik zeg, lees ik vanavond geen verhaaltje voor.” Meestal gaat Berend bij dat vooruitzicht overstag. Voert hij de spanning nog verder op, dan zet Pien hem op de gang. Hooguit een minuut.

Berend heeft geregeld correctie nodig, terwijl Max na één reprimande al in zijn schulp kruipt. Bij hoge uitzondering geeft Pien Berend een tik. “Als ik hem aan het einde van de dag doodmoe tot de orde moet roepen, schiet mijn hand wel eens uit. In een reflex.” “Mamma mag niet slaan”, zegt Berend verontwaardigd. “Berend, je hebt gelijk”, antwoordt Pien dan. “Mamma mag dat niet doen, maar mamma is zó moe.”

De regels in huize Mortier zijn eenvoudig en duidelijk, zodat iedereen precies weet wat mag en wat niet. Er worden geen tennisballen door de kamer gegooid en vóór zes uur 's avonds blijft de televisie uit. Kinderen hebben behoefte aan regels, is haar ervaring. Wie over elk voorval met zijn kinderen onderhandelt verliest alle grip. “Straf werkt. Ze weten dondersgoed waar de grens ligt.”

Het woord straf mag weer hardop gezegd worden in de buurt van lastposten en pestkoppen. Ook al geven de meeste pedagogen nog altijd de voorkeur aan anti-autoritaire methodes als belonen, overleggen en negeren om het hinderlijke gedrag van kinderen te corrigeren. In vele Nederlandse gezinnen worden geregeld standjes, onthoudings- en afzonderings- en zelfs lijfstraffen uitgedeeld.

“Het is hypocriet om als ouder net te doen of je niet straft, want we doen het allemaal wel”, signaleert de Utrechtse researchpsycholoog E.J. Zwaan. “De wal keert het schip. Ouders hebben door dat hun kinderen alleen maar chaotisch worden van al die anti-autoritaire idealen. Ze komen er van terug.” Dat men aan tuchtigingen en pakken slaag paal en perk heeft gesteld, vindt Zwaan een goed ding, maar het is niet erg als een ouder zijn kind af en toe slaat. “Mits dat op het juiste moment en in de juiste mate gebeurt. Als de lijfstraf niet in verhouding staat tot het vergrijp, raakt het gestrafte kind verbitterd.” Zijn eigen zoon heeft hij welgeteld één keer een klap gegeven: toen die zijn moeder voor kutwijf uitmaakte.

Op straf in de opvoeding rust een taboe. Pedagogen houden zich volgens de psycholoog voornamelijk bezig met de vraag 'mag straf?', en niet genoeg met de vraag 'werkt straf?'. “Sommigen willen een corrigerende tik zelfs strafbaar stellen. Krankjorum. Dan zou je buurman je aangeven als je je zoon per ongeluk een welverdiende mep geeft.” Zwaan is een van de weinige Nederlandse gedragsonderzoekers die zich uitvoerig hebben verdiept in opvoedkundige sancties.

Als een kind een huisregel heeft overtreden, mag de ouder volgens Zwaan zonder commentaar 'leed toevoegen'. “Zoonlief is even uit de gratie en hij weet dat hij iets strafwaardigs heeft gedaan. Stuur hem naar zijn kamer, dan is hij even verstoken van het gezellige samenzijn. Is het contact later op de dag weer hersteld, maak dan duidelijk waarom zijn gedrag niet te tolereren is. De combinatie van straf en toelichting kan heel bevrijdend werken voor een kind. Heeft het zijn straf gehad, dan is de schuld gedelgd. Beterschap beloven hoeft niet, dat gebeurt impliciet.”

Op ouderavonden van kinderdagverblijf De Kikker in Utrecht wordt geregeld het strafspel gespeeld. Een leidster legt dertig kaarten met stellingen omgedraaid op de vloer. Een voor een lezen de ouders een kaartje voor: 'Na straf geven moet de ouder het weer zo snel mogelijk goed maken' of 'U bent zelf toch ook niet slechter geworden van de klappen die u van uw ouders kreeg?' Daarna wordt over de stellingen gediscussieerd.

Marie-Louise, moeder van twee dochters, verbaasde zich tijdens zo'n ouderavond over de betrekkelijk conservatieve ideeën die ouders er op nahouden over straf. “Mijn kinderen weten dat het thuis geen luilekkerland is. Als ze zich niet gedragen, is er 's avonds geen Sesamstraat. Ik ging ervan uit dat een avond over straf automatisch een anti-autoritaire avond zou worden en dat niemand zijn strafmaatregelen op zou biechten. Maar dat viel reuze mee. Iedereen bleek ouderwets met straffen als 'vroeg naar bed' en 'geen tv' te dreigen.”

Dagelijks vangt De Kikker zo'n tachtig baby's, dreumesen en peuters op. Een kleine rondgang langs crèches leert dat elk dagverblijf een strikt reglement hanteert. Kinderen hebben er dikwijls minder vrijheid dan thuis, zo ook bij De Kikker. Er is één gebod dat voor ieder Kikkertje geldt: 'Een kind mag een ander kind geen pijn doen.'

Als een peuter van vier een groepsgenootje bijt, wordt hem verteld dat dat niet mag. Hij moet het goedmaken en het slachtoffertje een knuffel geven. Doet hij het nog een keer, dan wordt hij even apart gezet. Totdat hij snapt dat bijten pijn doet en zoenen niet. “In een peutergroep gedraagt het oudste kind zich als een koning”, is adjunct-directeur Jitske Rienstra opgevallen. “Ze zijn op zoek naar de grenzen en klieren een beetje. Wij spreken zo'n kind aan op z'n geweten, al is dat pas rond het vierde jaar ontwikkeld. Dan is het zinvol een kind te straffen. Als hij voor straf met zijn stoeltje omgedraaid moet zitten, zit hij even te geinen. 'Kijk mij eens de bink zijn.' Maar hij vindt het toch niet leuk dat zijn vriendjes gewoon door mogen kleien.”

Een pedagogisch plan heeft De Kikker nog niet, maar één keer per maand gaan de juffen in conclaaf om de groepsregels enigszins op elkaar af te stemmen. Leidsters Wendy (27) en Anet (23) van peutergroep 'Bever' zijn zo goed op elkaar ingespeeld, dat ze allebei in de gaten hebben als een druktemaker zijn klas opstookt. “Laat je even je aandacht verslappen”, zegt Wendy, “dan vliegen twee jongens elkaar in de haren en vervolgens slaat ineens iedereen op tilt. Het is de kunst om niet te schreeuwen en de relschoppers opzij te zetten zodat die even tot rust kunnen komen. Daarna moeten ze navertellen waar ze over de schreef zijn gegaan.” Anet: “We laten ze de verboden continu repeteren, zonder voortdurend voor politieagent te spelen.”

“Als je straf krijgt, ben je even alleen”, zegt peuter Tamara uit de Bevergroep, terwijl ze haar verfhanden wast. “En dan lacht iedereen je uit.”