Carina Molier ordent tijdverschijnselen volgens gevoel; Verleidelijke voorstelling over drugsgebruik in jaren '90

Voorstelling: Postcards from the stoned age door ELS Inc. Regie: Carina Molier. Spel: Gusta Geleijnse, Arie de Mol, Kathenka Woudenberg. Decor: Pieter Smit. Gezien: 6/11, Brakke Grond, Amsterdam. Aanv. 21u. Nog te zien: aldaar t/m 16/11 beh. zo. Tournee: 17/2 t/m 16/3. Inl. 020-6266866.

Met meer en minder succes maakt de theatermaakster Carina Molier (1959) vrijwel steeds dezelfde voorstelling. Dat is helemaal niet slecht, ik vind het zelfs wel goed. Het verraadt een hartstocht of obsessie of in elk geval een overtuiging en het soort autisme dat menig goed kunstenaar kenmerkt. Molier gaat vrijwel steeds uit van een documentair gegeven, een historisch feit, een tijdsverschijnsel, een persoon. Zo maakte ze voorstellingen over Lou Reed, over de week die Godfried Bomans en Jan Wolkers in 1971 in isolement op Rottumerplaat doorbrachten, over de vernietiging van de cultuur van de Noord-Amerikaanse Indianen.

Haar methode is de montage, precies zoals een groep als Mug met de Gouden Tand die ontwikkeld heeft. Al het verzamelde materiaal over haar onderwerp - beeld, tekst, geluid en de resultaten van eigen onderzoek - ordent ze volgens de ongeschreven regels van het eigen gevoel. Timing is waar het op aankomt, in de voorstelling als geheel en in de kleinste handeling, stembuiging en mimiek van haar acteurs. Door de combinatie met haar voorkeur voor een New-Age-achtige benadering is het risico groot dat het resultaat zweverig en onhelder wordt. Anderzijds kan het een ongewis avontuur zijn, waartoe het publiek zich graag verleiden laat.

Postcards from the stoned age valt wat mij betreft in de laatste categorie. Uitgangspunt is het massale drugsgebruik van de jaren negentig “als metafoor voor een zoektocht naar geluk, waarheid, transcendentie en troost”. De cultuur van de weekend-gebonden extase uit de paddestoel, waarover de ingewijde zelf weinig meer weet te zeggen dan: “Ik vind het gewoon lekker”.

Op de toneelvloer staan de bij deze analyse passende meubelen uit de jaren zeventig uitgestald: science fiction design van synthetisch materiaal, kunstbonten kleedjes in felle kleuren, microfoons die de intieme bekentenissen versterken, een groot videoscherm ten behoeve van de psychedelische illustratie en van de close-up van een niet geheel meer beheerst pratende mond.

Drie acteurs ouwehoeren er twee uur op los, kwistig gebruik makend van beeldspraken van diepte en snelheid. Er vallen stiltes, zo nu en dan flipt er eens eentje, Janis Joplin wordt geplaybackt, er zijn verkleedpartijen en uitingen van would-be geilheid - onbestemdheid bepaalt in alles de toon.

Hoogtepunt is ergens halverwege het interview, dat acteur Arie de Mol zijn beide medespeelsters (Kathenka Woudenberg en Gusta Geleijnse) afneemt over hun ervaringen met dope, ongetwijfeld gebaseerd op echte vraaggesprekkken met echte (gelegenheids-)gebruikers. Diepzinnige onzin is het, maar wel lekker relaxed.

Omdat het zo nauw luistert in dit genre, moet ik zeggen dat het spel van De Mol me soms net iets te slap en week is en dat van Woudenberg te komisch en ironiserend. Geleijnse treft precies de juiste toon, die van de nuchtere roes. Ze is op dodelijk ernstige wijze van de wereld.

    • Pieter Kottman