Brabant lijdt onder eigen succes

Europese subsidies helpen armoede met arbeid te bestrijden. De regio Zuid-Oost-Brabant vaart er zó wel bij dat het gevaar bestaat dat de extra steun verloren gaat. IJver, euforie maar ook zorgen in Nederlands derde mainport.

EINDHOVEN, 7 NOV. IJverig zijn ze aan het vijlen, boren, frezen, lassen en schroeven. Het zijn voornamelijk gekleurde wat oudere mannen, die tot voor kort nog 'kansarm' waren op de arbeidsmarkt. Maar de arbeidsbureaus haalden ze uit de achterstandsbuurten in Zuid-Oost-Brabant, nadat de bestanden aan werkzoekenden en van de Sociale Dienst waren “afgeroomd”. Nu worden ze opgeleid voor een functie in de metaal- en elektrotechnische industrie met behulp van onder meer de regionale steunfondsen van de Europese Unie.

Een werkmeester: “De eerste maanden hadden sommigen wat problemen met op tijd opstaan, wat ze vaak al jarenlang niet meer gewend waren, maar langzamerhand is die discipline terug.”

Vorige week deden leerlingen extra hun best, toen een delegatie van CDA-leden in het Europees parlement op bezoek kwam. Onder leiding van A. Maij-Weggen, voormalig minister van Verkeer en Waterstaat, kwam ze de resultaten bekijken van het onder meer met Europees geld ondersteunde programma Stimulus. In het kader daarvan krijgen 6.000 werkzoekenden, van wie 80 procent met een garantie op een arbeidsplaats, een opleiding aan het technisch centrum van de Arbeidsvoorziening, ondergebracht bij het Centrum Vakopleiding Volwassenen in Eindhoven.

In de bus die de delegatie naar verschillende met behulp van Stimulus van de grond gebrachte projecten bracht zei programma-manager J. Havekes al: “Vooral in de metaalsector is grote behoefte aan goed geschoolde handjes.”

N. van der Velden, directeur van metaalbedrijf Lenting Fijnplaatwerk in Aalst en voorzitter van de Stichting samenscholende metaalelektrobedrijven in Zuid-Oost-Brabant, die gebruik maakt van de omgeschoolden: “Zonder Stimulus was dit onmogelijk geweest. Nu krijgen we goed geschoold en vakbekwaam personeel.”

Stimulus is het economische stimuleringsprogramma voor de regio Eindhoven. Voor de eerste fase gaf de Europese Unie 144 miljoen gulden. Dat geld komt uit het sociaal fonds ESFE en het economisch fonds EFRO. De Nederlandse overheid legde daar nog eens even veel geld bij. Uiteindelijk zal in 'co-financiering' tot het jaar 2000 meer dan 1 miljard gulden in de regio zijn geïnvesteerd.

Doel ervan is “de versterking van het industriële weefsel”; de vergroting van het concurrentievermogen van het midden- en kleinbedrijf. Daarnaast komen er 'injecties' in toerisme en infrastructuur. Zo werden onder meer met geld van Stimulus delen ontsloten van het bedrijventerrein de Hurk in Eindhoven.

Samenwerking van bedrijven (clustering), innovatie en overdracht van kennis zijn de steekwoorden. Tot 1998 zouden er twee- tot drieduizend nieuwe banen door moeten ontstaan. Soortgelijke programma's zijn er in Twente, de streek Arnhem-Nijmegen, Drente-Groningen en Zuid-Limburg.

Economische aanpassing was hard nodig in Zuid-Oost-Brabant, nadat bij DAF, Philips en NedCar in het begin van dit decennium zware klappen vielen door sluitingen, reorganisaties en verhuizingen. Duizenden arbeidsplaatsen verdwenen. Rampspoed dreigde. De werkloosheid, zo werd gevreesd, zou wel eens kunnen oplopen tot 15 procent. De bakens moesten worden verzet, wilde de derde mainport van Nederland, zoals deze streek zich graag noemt, niet reddeloos verloren gaan. Dus besloten de 32 gemeenten in het gebied per hoofd van de bevolking jaarlijks 11,50 gulden te storten in een speciaal fonds. “Daardoor”, aldus de Brabantse gedeputeerde voor economische zaken, mevrouw W. Huijbregts-Schiedon, “groeide er een groot saamhorigheidsgevoel.”

In een jaar tijd is de regionale werkloosheid met 1 procent gedaald tot 10,9. In hoeverre Stimulus dat bij een oplevende conjunctuur op zijn conto mag schrijven is niet duidelijk. Veel belangrijker is, zegt Stimulus-bestuurder J. Claessens, het psychologische effect van het project: “Het vertrouwen in de eigen kracht is teruggekeerd.”

Dat bleek bij de bedrijven die de Europarlementariërs bezochten. Voor directeur J. Verhoeven van ODME op De Hurk, fabrikant van cd-persen, is mede met behulp van de 400.000 gulden uit het Stimulus-fonds een jongensdroom verwezenlijkt.

Vijftien jaar begon hij zijn bedrijf met een compaan in een schuur. Nadat Philips enige jaren geleden activiteiten begon af te stoten die niet direct op 'het eindprodukt' waren gericht, kreeg ODME de wind pas goed in de rug. Het elektronicaconcern leverde de technologische kennis voor het maken van de machines, die men overigens ook aan andere afnemers levert. Inmiddels heeft ODME 350 mensen in dienst, van wie negentig in Eindhoven, en maakt het 200 miljoen gulden omzet. Het bedrijf werkt dezer dagen hard aan de ontwikkeling van machines voor het persen van de nieuwste vinding op cd-gebied, de digitale videodisc.

Verhoeven: “Wat me vooral verbaasde waren de vindingrijkheid en directheid waarmee Stimulus ons tegemoettrad. In twee weken was de zaak informeel rond. Met de vier ton kun je op zichzelf natuurlijk niet zoveel doen, maar de injectie werkte als katalysator. Bovendien was het een stimulans om onze activiteiten winstgevender te maken, zodat we zelf het geld konden opbrengen voor onderzoek en ontwikkeling, die 20 procent van onze kosten uitmaken.”

Het eveneens Eindhovense Adimec is een ander Stimulus-project. Het bedrijf maakt camera's voor medische, militaire en industriële doeleinden. Het begon in 1993 met negen mensen in een gebouw dat vroeger van Philips was. Stimulus betaalde 30 procent van de investeringen. Nu heeft Adimec een omzet van 5 miljoen gulden. Het groeit met 30 tot 35 procent. “Zonder Stimulus”, zegt directeur Just Smit, “was dat niet gelukt.”

Adimec levert onder meer camera's voor Nederlandse F16's. Smit: “We hopen dat die order uitmondt in duizenden opdrachten uit de hele wereld.” Zijn bedrijf telt inmiddels 25 medewerkers, meest hoger opgeleide technici. Bij toeleverancier Protas, voortgekomen uit Adimec, werken er nog eens vijf.

Over de Zuid-Oost-Brabantse euforie is echter een grauwsluier gevallen. De Nederlandse overheid wil af van de nationale fondsen voor economische versterking van streken waar het minder goed gaat. Daarmee komen ook de co-financiering en de uit Brusselse fondsen gefinancierde projecten als Stimulus in gevaar. Om daarvoor in aanmerking te komen moeten de gebieden onder meer een werkloosheid hebben die ver boven het landelijk gemiddelde ligt. R. Vallentin, medewerker regionaal beleid van Economische Zaken: “Voldoet men niet langer aan dat criterium, dan zal het Europese geld op den duur niet meer beschikbaar zijn. Dan moeten er andere wegen gevonden om aan Nederlands geld te komen.”

H. Hofstede, voorzitter van de regionale raad voor de arbeidsvoorziening Zuid-Oost-Brabant en lid van het comité van toezicht van Stimulus, noemt het nog te vroeg voor afschaffing van de speciale steun aan de regio. “Stimulus blijft nodig voor een duurzame ontwikkeling van de werkgelegenheid. Hier zijn we bezig de armoede met succes te bestrijden door arbeid. In 1993 was dit een van de slechtste regio's. Nu zijn we een van de beste geworden. Die opwaartse lijn moeten we kunnen vasthouden voor ten minste twaalf jaar.”

De CDA-delegatie in het Europees parlement is in ieder geval voor voortzetting van de regionale Brusselse steun, ook na het jaar 2000. Maij-Weggen: “Het loopt goed. Geef het dan ook de kans zich verder te ontwikkelen, ook al behoort Nederland tot de rijkere Europese landen.”

Parlementariër B. Pronk: “Als je ziet hoe bijvoorbeeld streken in Engeland worden bediend, dan is Nederland daar wat de geldbedragen betreft niks bij. Ik heb veel regio's als deze bezocht, maar nergens zag ik dezelfde vastberadenheid om de klap te boven te komen. Hier wordt het geld beslist het best besteed.”

    • Max Paumen