Bordelen worstelen met gedoogbeleid

Bordeelhouders op de Wallen in Amsterdam worstelen met de harde aanpak van hun negotie door de gemeente. Zij vrezen dat de illegale prostituees daardoor de straat op worden gejaagd.

AMSTERDAM, 7 NOV. De Wallen als een vredig monumentendorp met hier en daar een hoer achter het raam. Dit toekomstbeeld schetst de Amsterdamse advocaat Th.L. Badoux in reactie op de pogingen van burgemeester Patijn om de illegale prostitutie in dit deel van Amsterdam hard aan te pakken. Badoux is de advocaat van het Samenwerkend Overleg Raamprostitutieexploitanten (SOR) dat zich verzet tegen het prostitutiebeleid van de gemeente.

Vooruitlopend op de mogelijkheid dat in deze regeerperiode het bordeelverbod wordt geschrapt uit het Wetboek van Strafrecht, voert de gemeente Amsterdam sinds januari een gedoogbeleid voor het Wallengebied.

Vorige maand kregen de bordeelhouders van de gemeente een laatste schriftelijke waarschuwing. Zij moeten ervoor zorgen dat ze alles op orde hebben, als zij in het bezit willen komen van een gedoogvergunning. Deze is inmiddels door 250 exploitanten aangevraagd. De voorwaarden hebben betrekking op het vermijden van overlast, inrichtingseisen van de verhuurde kamers, hygiëne en het verbod kamers te verhuren aan vrouwen die niet over een geldige verblijfsvergunning beschikken. Voorts moeten alle in het gebied werkzame prostituees dag en nacht een identiteitsbewijs bij zich dragen. In het Wallengebied worden 400 ramen verhuurd. Er werken naar schatting twaalfhonderd prostituees van wie zo'n zeshonderd illegaal. Het merendeel van hen is afkomstig uit Zuid-Amerika en Oost-Europa.

Volgens Badoux hebben veel exploitanten de afgelopen weken geprobeerd aan de vereiste voorwaarden voor een gedoogbeschikking te voldoen. Desalniettemin verwacht hij een fors aantal afwijzingen. Ondanks het feit dat bordeelhouders alleen het pand exploiteren en niet de daar werkende vrouwen, zullen zij immers worden aangesproken op de mogelijk illegale status van de huurster. “Door de opstelling van Patijn worden bordeelhouders belast met het vreemdelingentoezicht. In Nederland is dat nog altijd in handen van de vreemdelingenpolitie, maar blijkbaar niet langer op de Wallen. De bordeelhouder moet onderzoek doen naar de verblijfsstatus van zijn huurster en hij moet ervoor zorgen dat zij steeds kan voldoen aan een identificatieplicht terwijl hij in geen enkele relatie tot haar staat behalve dat hij huur ontvangt.”

De tegenwerping van de bordeelhouders dat door het optreden van Patijn de illegale prostituees de straat op worden gestuurd, pareert de gemeente met het argument dat deze vrouwen nu niet minder dan de gevangenen van de desbetreffende bordeelhouders zijn. “Ze moeten hun paspoort inleveren en kunnen vaak geen kant op”, aldus een woordvoerder. Badoux op zijn beurt: “Dat is een gotspe. De gemeente is zelf verantwoordelijk voor deze praktijk. Soms houden bordeelhouders paspoorten in, omdat zij ervoor opdraaien wanneer de vrouwen zich niet kunnen identificeren.”

Natuurlijk vindt hij dat misstanden moeten worden aangepakt en M. Majoor van het prostitutieinformatiecentrum zegt dat hem na. Majoor: “Het wereldje is moeilijk en hard. Vrouwenhandel en gedwongen prostitutie moeten aan de kaak worden gesteld. Maar jarenlang heeft een illegale prostitutiemarkt kunnen floreren. Die kun je niet met één pennenstreek ongedaan maken.” Volgens Badoux had Patijn op grond van zijn gewone bevoegdheid ten aanzien van de openbare orde al veel eerder kunnen optreden tegen uitwassen zoals die begin dit jaar in de Molensteeg werden aangetroffen. Daar bleken vrouwen in onprettige omstandigheden hun werk te verrichten. “Daar heeft hij geen gedoogvoorwaarden voor nodig. Maar hij zal, net als de rest van de gemeenteraad, pas wakker geworden zijn na het verschijnen van het rapport van de commissie-Van Traa”, aldus Badoux. Daarin viel onder meer te lezen dat het Wallengebied voor de gemeente een bijkans oncontroleerbaar gebied was geworden waar de grote bazen het voor het zeggen hadden. Maar het zijn volgens Badoux juist de grote bazen die veel beter in staat zijn te voldoen aan de eisen voor een gedoogvergunning dan wat hij “de middenstand” noemt.

Er kleeft volgens hem een groot bezwaar aan de poging van Patijn het Wallengebied te ontdoen van illegale prostituees. “Het getuigt van kortzichtigheid want er worden voor deze vrouwen geen alternatieven geschapen om op legale wijze arbeid te verrichten. Een gezonde illegale meid die achter het raam zit moet weg. In de optiek van Patijn kan ze vervolgens naar de tippelzone verhuizen, daar mag het wel.”

Wanneer een illegale prostituee wordt opgepakt, wordt zij overgedragen aan de Vreemdelingenpolitie. Ze krijgt vervolgens een zogeheten afmeldkaart en ze wordt geacht het land binnen zekere tijd vrijwillig te verlaten. Doorgaans verdwijnt zo iemand weer in het illegale circuit. Badoux: “Maar dan niet meer zichtbaar vóór het raam, maar via illegale escort-bureaus en in privé vertrekken waar de controle helemaal afwezig is.”

Binnenkort wordt de eerste afwijzende beschikking verwacht. Het desbetreffende pand moet dan binnen vier weken worden dichtgetimmerd. Badoux zal daartegen namens de SOR een bezwaarschrift indienen bij de gemeente en naar de bestuursrechter stappen en een voorlopige voorziening vragen om het pand open te houden tot alle juridische mogelijkheden zijn benut. Badoux: “Het vredige dorp dat Patijn voor ogen heeft, zal een illusie blijken. Maar dat ligt minder aan de illegale prostituees dan aan de criminaliteit en de drugshandel.”

    • Anneke Visser