Bonino boos over 'lethargie' wereld

BRUSSEL, 7 NOV. De Europese ministers van Ontwikkelingssamenwerking willen vandaag tijdens een bijeenkomst in Brussel een gedetailleerd plan voor humanitaire hulp in Zaïre vaststellen. Maar de Europees Commissaris voor humanitaire hulp, Emma Bonino, realiseert zich dat daarmee de toestand met de vluchtelingen in Oost-Zaïre niets verandert.

Een besluit van de ministers op zich is onvoldoende. “Maar de publieke opinie moet weten dat we een miljoen mensen daar kunnen redden”, zegt ze. Ze ergert zich hevig aan de traagheid van de Veiligheidsraad en de verdeeldheid van de Europese Unie die volgens haar tot nu toe hulpverlening onmogelijk hebben gemaakt.

Ze zegt zich “gekrenkt” en “gefrustreerd” te voelen. Ze heeft er geen moeite mee dat haar invloed beperkt is. Humanitaire hulp is afhankelijk van ingrijpende verandering van de politieke toestand in Zaïre of van het optreden van een militaire interventiemacht. Maar Bonino vond het de afgelopen weken “ongelooflijk” toen zij zag dat Europese ministers van Buitenlandse Zaken noch de Veiligheidsraad besluiten namen die de uitvoering van hulpverlening mogelijk moeten maken.

Volgens haar is nabij het noodgebied van Zaïre een voedselvoorraad voor drie maanden aanwezig. Maar hulpverlening is slechts mogelijk als de veiligheid van vluchtelingen en hulpverleners is gegarandeerd. “Het is belangrijk dat iedereen weet dat dit geen ramp is waaraan je niets kunt doen”, zegt Bonino.

De Europees commissaris zegt dat vandaag overwogen zal worden om een Europese troika van ministers van Ontwikkelingssamenwerking naar Zaïre, Rwanda en Oeganda te sturen. Dat drietal - de Ierse voorzitter, diens Italiaanse collega en de Nederlandse minister Pronk - zou de reis afhankelijk stellen van de toestemming om vluchtelingenkampen te bezoeken. Bonino heeft van Pronk te horen gekregen dat hij voorstander is van zo'n reis.

Bonino heeft zich buitengewoon geërgerd aan de Europese ministers van Buitenlandse Zaken die tijdens een bijeenkomst in Luxemburg op 28 oktober niet over vluchtelingenprobleem zelf spraken, maar alleen over procedures. Ze was overhaast vanuit Brussel naar Luxemburg geroepen. Toen ze daar de dramatische toestand in Zaïre uiteengezet had, zei de voorzitter, de Ierse minister van Buitenlandse Zaken Spring, dat verdere discussie niet meer mogelijk was. De ministers hadden het onderwerp Zaïre voor haar komst al behandeld en hadden voorlopig hun onmacht moeten vaststellen omdat de vereiste unanimiteit over te nemen stappen ontbrak. Bonino werd op haar terugreis naar Brussel overstelpt met telefoontjes van ministers van Ontwikkelingssamenwerking die hulp in Zaïre wilden bieden.