Amerikaans profhonkbal weer bedreigd door crisis

ROTTERDAM, 7 NOV. Twee weken na de spectaculaire World Series wordt de Amerikaanse honkbalsport wederom bedreigd door een financiële crisis. De eigenaren van de dertig clubs uit de Major League, de hoogste afdeling, gingen gisteren niet akkoord met het voorstel voor een collectieve arbeidsovereenkomst. In Chicago werd het CAO-plan met een verrassend grote meerderheid (18-12) afgewezen.

Door deze beslissing komt de profcompetitie wederom in gevaar. De honkballers speelden vanaf 31 maart 1995 zonder arbeidscontract. Op die dag kwam een einde aan de langste staking (232 dagen) in de sportgeschiedenis. Zelfs de World Series, de seizoensfinale, moesten voor het eerst sinds de invoering in 1904 worden uitgesteld.

De clubeigenaren leden door de staking een verlies van 1,1 miljard gulden aan inkomsten. Op verzoek van een nationale commissie werd de staking destijds beëindigd door tussenkomst van de rechter. Die instrueerde beide partijen op basis van de oude CAO verder te spelen en vóór 1997 een nieuwe werkovereenkomst te sluiten.

Voornaamste struikelblok voor de clubeigenaren vormde gisteren de datum van de invoering van de luxury tax, een belasting voor de rijke clubs. De spelersvakbond wil dat de clubs die jaarlijks meer dan 51 miljoen dollar uitgeven aan spelerssalarissen, vanaf volgend jaar 35 procent van hun inkomsten afstaan aan de arme clubs. Die drempel zou in 1999 verhoogd moeten worden naar 59 miljoen dollar. De eigenaren willen die invoering uitstellen tot na de eeuwwisseling. Beide partijen moeten vóór 15 november een compromis sluiten. Die dag is de uiterste datum voor vernieuwde regelgeving.