2 Een machtige motor

Vorige week veroordeelde een rechtbank in het Belgische Kalmthout een pedofiel tot tien jaar gevangenisstraf. Tweemaal zoveel als de eis had geluid. Het vonnis was een duidelijke weerslag van de affaire-Dutroux. Deze heeft weinig minder dan een aardverschuiving ontketend in de Belgische samenleving.

Toch is het gevaarlijk wanneer de rechtspraak zich al te direct tot tolk van het volk maakt. De Westerse democratieën kennen juist onafhankelijke, voor het leven benoemde professionele rechters om enige afstand te bewaren tot de waan van de dag.

Ook in Nederland (zij het iets subtieler) staat de strafmaat onder een opwaartse druk. De grote motor is de drugsbestrijding. De Opiumwet en de begeleidende criminaliteit leggen een steeds groter beslag op de gevangeniscapaciteit. Maar er zijn ook andere krachten in het spel. Zo is de werking van een aantal strafbepalingen uitgebreid, zoals valsheid in geschrifte (wegens de fraudebestrijding), heling en de criminele plannenmakerij. Vorige maand werd de maximumstraf op mensensmokkel drastisch verhoogd. Aparte vermelding verdient de uitbreiding van de milieudelicten tot nieuwe vormen van gevaarlijk en schadelijk gedrag. Op dat gebied zijn ook verschillende strafmaxima aangescherpt.

Het eerste doel is overigens vaak het werk van de politie te vergemakkelijken. De wettelijke drempels voor bewijsvoering en de inzet van dwangmiddelen, zoals voorarrest, worden verlaagd. En ook de strafrechtelijke procedure als zodanig wordt versoepeld. Vorige week nog trad een wetswijziging in werking die moet voorkomen dat verdachten te gemakkelijk worden vrijgesproken door de beruchte vormfouten.

Op zichzelf hoeft de almaar strengere strafwet niet te resulteren in zwaardere vonnissen. Maar deze aanscherping vormt natuurlijk wel een duidelijke vingerwijzing voor de straffende rechter.

De verhoging van het wettelijk strafmaximum voor een delict kan gevolgen hebben die verder reiken. Rechters vullen, aldus een ingewijde, de grote speelruimte bij bestraffing namelijk vaak vergelijkenderwijs in, in de trant van: als we bij drugsdelicten hoger gaan zitten, kunnen we met verkrachting of bankroof moeilijk achterblijven.

De tegenkrachten zijn zwak. De reclassering, die vroeger nog wel eens een tegengeluid liet horen, is min of meer een buitendienst van het departement van Justitie geworden. Zij heeft bovendien de handen vol aan de alternatieve straffen en trekt zich uit de gevangenissen terug. Weliswaar geldt nog steeds dat gevangenisstraf mede dienstbaar moet zijn aan de terugkeer van de gedetineerde in de maatschappij - het zogeheten resocialiseringsbeginsel. Maar in het jongste beleidsplan voor het gevangeniswezen komt het woord niet eens meer voor, zo merkte gevangenisdirecteur P. Koehorst (Nieuw-Vosseveld) bitter op. Slechts een relatief beperkte groep komt in aanmerking voor bijzondere opvang die meer specifiek is gericht op bevordering van de integratie in de samenleving na de detentie.

Voor de rest geldt een “sober regime” - niet werken, dan op de cel - en het ministerie in Den Haag waarschuwt voor de goede orde speciaal tegen een “te hoog ambitieniveau” bij resocialisering. “Natuurlijk is het soms boter aan de galg gesmeerd”, zegt gevangenisdirecteur Koehorst hierover. “Maar als we niets doen, weten we zeker dat het weer fout gaat.”

Deel 3 op pagina 3

    • F. Kuitenbrouwer