Waar bleef de woede?

NEW YORK. Toen Bob Dole vorige week aan zijn marathon van 96 uur begon, maakte hij een tragische indruk. Overtuigd van zijn morele superioriteit, gesteund door de grote Republikeinse overwinning van twee jaar geleden, nog altijd gelovend dat de conservatieven het tij mee hadden, begreep hij niet hoe het kwam dat hij in iedere opiniepeiling verder achter raakte.

Zijn tegenstander leek verstrikt in het web van oude en ontluikende schandalen, van Whitewater en Paula Jones tot bedenkelijke donaties aan de partijkas. “Waar blijft de woede!”, riep hij wanhopig. De woede bleef uit, en - politiek mirakel - de president handhaafde zich zonder zichtbare moeite. Toen heeft de kandidaat besloten tot zijn laatste wanhoopstraject in de wedstrijd. Misschien heeft de aanblik van de bijna 73-jarige in die krachttoer van kust tot kust en terug alles overschaduwd wat in zijn programma aantrekkelijk was. Hij werd tragisch, en met tragiek worden geen verkiezingen gewonnen.

Twee jaar geleden was er woede: door Newt Gingrich gekanaliseerd tot de opstand tegen “de arrogantie van Washington”, de oncontroleerbare belangen, de invloed van Wall Street, de bureaucratie en andere kwalen van het Big Government. Zijn revolutionair programma van honderd punten, het Contract met Amerika, zou er een eind aan maken. De kiezers gaven de Republikeinen de meerderheid in de Senaat en het Huis van Afgevaardigden. Op de voortgezette golf van verzet, nu tegen de president persoonlijk, zijn “bedenkelijk karakter” waaraan alle misère te wijten is, had Dole het presidentschap moeten winnen.

Maar deze campagne is de tamste van na de oorlog geweest, zegt men. Het hangt ervan af hoe je het bekijkt. Terwijl de kandidaten zich moesten beheersen om elkaar niet de strot af te bijten, hebben de kiezers zich lauw gedragen. De opwindig van de politiek heeft het volk niet bereikt. Om een voorbeeld te geven: de afgelopen weken heeft zich hier op de televisie in de reclamespots een van de gemeenste krachtmetingen van deze campagne ontwikkeld: de strijd tussen de Republikein Dick Zimmer en de Democraat Bob Torricelli om een zetel in de Senaat. Beide heren hadden experts in dienst genomen die al een reputatie in het opwekken van haat te verdedigen hadden. Ze hebben zichzelf overtroffen in het verzinnen van verdachtmakingen. Zo werd door de strategen van Zimmer de indruk gewekt dat Torricelli geen uitgesproken tegenstander was van het autorijden onder invloed door tieners; Torricelli beschuldigde Zimmer ervan dat die het borstonderzoek voor vrouwen boven de 64 doelbewust dwarsboomde. Beiden hadden nog veel meer beschuldigingen van dit kaliber in hun mars. Je kon je oren en ogen niet geloven. Wie kon daar nog het slachtoffer van worden? Zimmer zelf, die het hardst onder de gordel heeft getrapt.

Inmiddels heeft onafhankelijk onderzoek aangetoond dat dergelijke aanvalspropaganda geen haat opwekt, maar weerzin. Van de kiezers die wilden gaan stemmen blijft 5 procent thuis en de anderen voelen zich bevestigd in de keuze die ze toch al hadden gemaakt. Voor deze haatcampagne hebben beide partijen samen bijna 20 miljoen dollar betaald. Dat is het merkwaardige: haat kweken levert geen doorslaggevende winst, maar vergroot eerder de kans op verlies, kost vermogens en bevordert aanwijsbaar de afkeer van de kiezer. Dat is de paradox van dit soort politiek: bij groter investering meer risico. Niettemin wordt dit soort van aanvalstactiek steeds gebruikelijker. Vier jaar geleden heeft George Bush er sterke staaltjes van ten beste gegeven, en nu, in zijn eindsprint heeft Dole hetzelfde gedaan.

Afgezien van de haat wordt ook weerzin gewekt door de steeds groter bedragen die de campagnes in het algemeen verslinden, en door de manier waarop het geld wordt verzameld. Deze verkiezingsstrijd, daarbij inbegrepen die om de zetels in de Senaat en het Huis van Afgevaardigden, zal volgens de beste schattingen 1,6 miljard dollar hebben gekost. Een deel van dat geld is volgens de regels van het spel bijelkaar gebracht, een groter deel door grote ondernemingen met belangen waardoor de politici vanzelfsprekend worden belast en de rest komt uit een schemergebied, waartoe bijvoorbeeld de recent aan het licht gekomen Indonesische connectie van Clinton hoort. De politieke carrière wordt het privilege van de zeer rijken en degenen die dienstbaar zijn aan bijzondere belangen. Met de tactiek van de haat is de politiek al in een vicieuze cirkel terechtgekomen; door de formidabele stijging van de kosten der campagnes wordt er nog een cirkel omheen getrokken. Geen partij kan het zich veroorloven de armere te zijn, want wie de armste is verliest.

Waar is de woede tegen manifeste misstanden gebleven? In 1994 heeft Kevin Phillips, politicoloog en schrijver van een aantal gezaghebbende boeken, de Republikeinse overwinning nauwkeurig voorspeld en verzekerd dat dit nog maar het begin zou zijn. Twee weken geleden sprak ik hem. Hoe valt de opwinding van toen met de lauwheid van nu te rijmen? Voor een deel, zei hij, is het te wijten aan Gingrich zelf die na een goed begin zich heeft laten opnemen door systeem waartegen hij de strijd had aangebonden, en die nu wordt vereenzelvigd met een extreem conservatisme waarvoor geen meerderheid te vinden is. Maar let op: de weerzin tegen het systeem is gebleven. Phillips had niet veel vertrouwen dat Clinton of Dole, gevangenen van het systeem, in staat zouden zijn daar iets wezenlijks aan te veranderen.

Is de overwinning van Clinton vooral te danken aan het feit dat het zonder zijn opmerkelijk toedoen goed gaat in Amerika? De economie groeit, er komt gestaag meer werkgelegenheid en de misdaad neemt af. De kiezers, zegt een theorie, hebben niet zozeer voor Clinton gekozen als wel voor continuering van de status quo. Daarmee wordt, dunkt mij, deze president onderschat.

Na de 'revolutie' van Gingrich is hij opgeschoven naar het midden, zonder de vernieuwing waarvoor hij vier jaar geleden stond, volstrekt in de steek te laten. Geen afbraak van de medische zorg, bestrijding van het vuurwapenbezit en het roken, en vooral een consequente weigering om op de Republikeinse uitdaging tot verdere polarisering in te gaan hebben hem de stemmen van het grote midden opgeleverd. Zijn overwinningstoespraak was een kundige manoeuvre om de angel uit de vete met de Republikeinen te halen. Een deel van zijn carrière is gebouwd op zijn bekwaamheid om het geschut te keren. Daarin is hij opnieuw bijtijds en goed geslaagd; en verder heeft hij veel te danken aan de kortzichtige verbetenheid, de haat van zijn vijanden. De grote mankementen in het systeem blijven.

    • H.J.A. Hofland