Vier personen voor een hoofdrol is te veel

Voorstelling: Les Enfants Terribles naar Jean Cocteau. Bewerking, muziek, libretto: Philip Glass. Regie, choreografie: Susan Marshall. Zang: Christine Arand, Hal Cazalet e.a. Dans: Susan Blankensop, Hans Beenhakker e.a. Gezien: 5/11, Muziektheater, Amsterdam. Nog te zien: aldaar vanavond en 8/11.

Philip Glass, componist van minimal music en ooit net zo in als nu uit de mode, kreeg een aantal jaren geleden van de Metropolitan Opera de opdracht een opera-trilogie te maken op basis van toneelwerk en proza van Jean Cocteau. De eerste produktie was The Voyage, Orphée, de tweede La Belle et la Bête; in beide illustreerden de verfilmingen de muziek van Glass. La Belle et la Bête was twee jaar geleden te zien in de gastprogrammering van het Muziektheater.

Nu wordt daar ook de derde produktie getoond: Les Enfants Terribles. Anders dan in de vorige produkties van de trilogie heeft Glass afgezien van het gebruik van filmbeelden. Samen met de Amerikaanse choreografe Susan Marshall heeft hij er dansant muziektheater van gemaakt, een soort verzamelkunst waarin uiteenlopende middelen en disciplines worden samengevoegd. Wat dat betreft is het toneelbeeld dat overheerst wordt door al dan niet doorzichtige voor- en achtergronddoeken, illustratief.

Er wordt gezongen, gedanst, muziek gespeeld, gedirigeerd, gemimed, geacteerd en gesproken en de teksten worden (in het Engels) ook nog eens geprojecteerd, dwars door de gaasdoeken op de voorgrond heen, als die weer eens niet zijn opgehaald althans. Het is veel, het is te veel. Maar kennelijk voor de makers nog niet genoeg, want de twee hoofdpersonages van Cocteaus roman, Paul en zijn zus Lise, worden ieder verbeeld door vier dansers en zangers.

Het resultaat is chaos en onduidelijkheid, in weerwil van een tekst die de toeschouwer zowel uitgebeeld, als geacteerd, als gesproken, gezongen en gedanst en ook nog eens als projectie bereikt. Er wordt gehamerd, met mokerslagen, maar niet op de kop van de spijker. Het is een rare gewaarwording.

Het is de schuld van Marshall: Glass (zelf spelend op éen van de drie piano's) maakte zijn bekende, melodieuze frasen, veranderlijker dan voorheen en ondersteund door niet al te opzienbarende zing-zeg fragmenten van de zangers. Marshall moest de rest doen, de mise-en-scène, de dramatische opbouw, de regie en de choreografie. Haar specialiteit en die van haar groep, Susan Marshall & Company, is eens omschreven als 'bewegingsconversatie'. Ze houdt ervan verhalen te vertellen met haar dans.

Dat lukt haar in dit geval geenszins. De kamer waarin Cocteau de fantasiewereld van Paul en Lise in een hel laat veranderen verbeeldt zij met een leeg toneel waarop twee bedden de heen en weer schuivende rekwisieten zijn. Ze zijn het toevluchtsoord van de gedurig af en aan lopende zangers en dansers. Men hangt, staat, ligt of zit over en op het bed, men groepeert zich eromheen, men rolt ze maar weer eens weg. Dansen doet men nauwelijks. Men flapt wat met armen en benen en zo nu en dan ontwikkelt zich zowaar een motief in de bewegingen. Maar al die activiteit leidt tot niets. Geen moment ontstaat er tragiek of op zijn minst betrokkenheid van de toeschouwer. Het is de prijs van op zichzelf knap volgehouden onhelderheid.

    • Pieter Kottman