Vervoerbedrijf VSN verliest zijn monopolie

DEN HAAG, 6 NOV. Bij de invoering van concurrentie in het stads- en streekvervoer worden vervoerbedrijven gebonden aan een maximum marktaandeel van vijftig procent. De VSN Groep, die 98 procent van het streekvervoer in handen heeft, zal zich moeten opsplitsen in twee tot drie zelfstandige ondernemingen.

Dit blijkt uit de zogeheten Implementatienota marktwerking in het regionaal openbaar vervoer die minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) gisteren naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. In de nota worden de spelregels ontvouwd voor marktwerking in het stads- en streekvervoer. Met het principe van marktwerking heeft de Tweede Kamer eind vorig jaar ingestemd.

Uitgangspunt van de nota is dat plaatselijke en regionale overheden straks het busnet in hun regio in zijn geheel of in delen gaan aanbesteden. Ze stellen daartoe een programma van eisen op. Vervoerbedrijven kunnen vervolgens inschrijven. Degene die met het beste bod komt krijgt een vergunning, een concessie, om het busvervoer in het desbetreffende gebied te verzorgen. Omdat busvervoer in het algemeen onrendabel is, krijgt de vervoerder daarvoor subsidie. De concessie heeft een maximale duur van zes jaar.

De concurrentie zal in stappen worden ingevoerd. Uiterlijk in 2000 moeten de relevante overheden al het busvervoer in hun gebied laten verrichten op basis van concessies. Die hoeven nog niet allemaal te zijn aanbesteed: het kunnen ook in een concessie omgezette contracten met de huidige stads- of streekvervoerder zijn.

In overeenstemming met de wens van de Tweede Kamer wordt een uitzondering gemaakt voor de gemeentelijke vervoerbedrijven. De meeste daarvan zijn nog niet rijp voor de markt. Daarvoor moeten ze in de eerste plaats onafhankelijker worden van de gemeente in kwestie. De minister wil verzelfstandiging stimuleren via de aanbestedingsregels, maar ook door de mogelijkheid te scheppen dat het rijk tijdelijk financieel deelneemt in de bedrijven. Die extra 'kapitaalstortingen' kunnen nodig zijn om een bedrijf bijvoorbeeld in staat te stellen op de markt geld te lenen.

Bovendien krijgen de gemeentelijke vervoerbedrijven wat langer de tijd om te wennen aan de markt. In 2005 hoeft nog niet al het busvervoer in de betrokken steden te zijn aanbesteed, maar wel ten minste een kwart. In 2011 moet ook daar alle busvervoer zijn aanbesteed. “Maar niets staat hen in de weg het sneller te doen”, aldus Jorritsma gisteren bij de presentatie van de nota. De twintigjarige concessie die de gemeente Rotterdam heeft afgesloten met de RET zal als gevolg van de nieuwe regels vervallen.

De gemeentelijke vervoerbedrijven mogen ook meedingen naar concessies buiten hun eigen stad, maar alleen als er in hun thuisbasis eveneens (een deel) wordt aanbesteed. Aanbesteding van metro en tram is ingewikkelder dan van busvervoer, omdat daar de kosten van materieel en infrastructuur veel hoger zijn. Nadere regels daarvoor zullen later worden opgesteld. Het spoorvervoer valt buiten de nu opgestelde regels. De minister verwacht over enkele weken te komen met aparte spelregels voor concurrentie op het spoor.

Een belangrijke voorwaarde voor het onstaan van concurrentie is dat er voldoende aan elkaar gewaagde aanbieders op de markt zijn. Dat is volgens de minister nu niet het geval, omdat de VSN Groep bijna het gehele streekvervoer in handen heeft. De afgelopen maanden is intensief overlegd met VSN over de manier waarop deze dominantie kan worden beëindigd, maar daarover is geen overeenstemming bereikt. De minister stelt nu voor om een maximum te stellen aan het marktaandeel dat één bedrijf mag hebben op de relevante markt, dat wil zeggen de markt die wordt of is aanbesteed. Dat maximum bedraagt voor het jaar 2000 vijftig procent, voor 2005 veertig procent en voor 2010 nog 35. Omdat intussen ook in de grote steden wordt aanbesteed groeit de markt wel.

Voor de VSN Groep betekent dit in de praktijk dat die zich de komende jaren zal moeten opsplitsen in ten minste twee onafhankelijke bedrijven. VSN heeft zich hiertegen steeds verzet.

Een van de aspecten van marktwerking in het openbaar vervoer is dat er meer vrijheid komt om tarieven vast te stellen. Maar omdat het ministerie de voordelen van de strippenkaart niet wil laten schieten, kan dat pas indien er een chipkaart beschikbaar is als vervanging van de strippenkaart. Daar wordt al wel aan gewerkt. Overigens kunnen aanbestedende overheden in de concessie wel voorwaarden stellen aan de tarieven.