Vangst tong en makreel moet fors verlaagd

IJMUIDEN, 6 NOV. De visserij op tong zal volgend jaar aanzienlijk minder moeten zijn, wil de stand van die vis niet beneden een 'veilig biologisch minimum' komen. Ook de vangst van horsmakreel moet volgend jaar met bijna de helft worden verminderd.

Dat stelt de Adviescommissie voor Visserijbeheer, die vorige week in Kopenhagen bijeen is geweest en als belangrijkste adviesorgaan geldt voor de Europese Commissie. Die moet eind dit jaar met voorstellen komen voor de vangstquota voor 1997. Deze adviescommissie van de Internationale Raad voor Zeeonderzoek (ICES) telt ook twee biologen van het Rijksinstituut voor Visserijonderzoek (RIVO-DLO) in IJmuiden, dat gisteren een toelichting gaf op de adviezen.

De commissie heeft inmiddels advies uitgebracht over enkele tientallen soorten vis- en schelpdierbestanden, waarop door de lidstaten wordt gevist. De uiteindelijke quota zullen eind december door de visserij-ministers van de EU worden vastgesteld. Drie weken geleden boog de raad van ministers zich over de omvang van de vloot van de lidstaten. Zowel het beperken van de vlootgrootte als de vangstquota (TAC's) gelden als instrument voor het op peil houden van de visbestanden in de Europese wateren.

Voor de Nederlandse kottersector zijn vooral de adviezen voor schol, tong en kabeljauw van belang. Voor de grote diepvriestrawlers met een lengte van honderd meter of meer gaat het om de quota voor makreel en horsmakreel. De drastische ingreep in de haringvangsten die afgelopen zomer werd gedaan kende nauwelijks een vervolg in de adviezen. In plaats van de 156.000 ton die dit jaar uiteindelijk mocht worden gevangen, is nu geadviseerd een quotum van 159.000 ton toe te staan.

Voor schol, tong en kabeljauw geldt in grote lijnen, dat volgend jaar twintig procent minder gevangen zou moeten worden. De bestanden van schol en kabeljauw zitten al enkele jaren onder dat 'veilig biologisch minimum'. Als er nog minder van deze vis zou zijn, bestaat de kans dat er te weinig nakomelingschap is om te overleven. De tongstand neemt volgens het RIVO sterk af, als gevolg van enkele zwakke jaarklassen.

Bij tong is het minimum bijna bereikt. Als de ministers de adviezen zouden overnemen zou de maximum-vangst voor schol 80.000 ton moeten zijn, dat was dit jaar 81.000 ton. Voor tong zou het quotum 15.000 ton bedragen, tegen 23.000 ton dit jaar. Van kabeljauw zou 115.000 ton gevangen mogen worden. Dit jaar was die hoeveelheid vastgesteld op 130.000 ton.

De makreelstand ten westen van de Britse eilanden, waar de Nederlandse vriestrawlers actief zijn, neemt steeds verder af en bevindt zich volgens het RIVO op een 'historisch laag niveau'. Maar omdat de paaistand groter blijkt te zijn dan eerder werd aangenomen, zou het quotum toch iets groter mogen zijn dan dit jaar, 381.000 in plaats van 344.000 ton. Maar de horsmakreel neemt in deze wateren snel af, hetgeen een sterke verkleining van het quotum noodzakelijk maakt, meent het RIVO.

Dit jaar al kampten de vissers en de visverwekende industrie met quota, die de werkgelegenheid in grote problemen heeft gebracht. Volgens het RIVO zal dat volgend jaar ook door de ontwikkeling van de tong het geval zijn. Ook de geringe hoeveelheid horsmakreel die gevangen zou mogen worden kan voor de vriestrawlersvloot in nieuwe problemen brengen.

Voor kabeljauw geldt dat de vangsten geleidelijk weer toenemen na een dieptepunt in 1991. De 'jaarklas' van '93 was vooral sterk. Maar, zo stelt het RIVO, de visserijdruk is al jaren veel te hoog. De sterke generatie van '93 maskeert die tendens, maar de soort zit niettemin sinds de jaren tachtig onder het biologisch minimum.

Ook voor schol is een flinke vermindering van de vangst noodzakelijk, omdat er al jaren te intensief op wordt gevist. Het scholbestand zit al een aantal jaren beneden het minimum, ondanks de quotering.