Schaduw van affaires hangt over Clintons triomf

WASHINGTON, 6 NOV. Over de triomf van Bill Clinton hangt een onheilspellende schaduw, waar hij in zijn tweede ambtstermijn niet gemakkelijk aan zal kunnen ontsnappen. De man die vier jaar geleden beloofde “de meest ethische regering in de geschiedenis van de republiek” te zullen leiden, is verwikkeld in een reeks affaires die ernstige vragen opwerpen over zijn integriteit.

Bob Dole en de Republikeinen hebben er alles aan gedaan de omstreden morele statuur van de president tot thema van de verkiezingscampagne te maken. Geholpen door recente onthullingen over illegale fondsenwerving door de Democratische Partij en aanwijzingen dat de president een buitenlandse geldschieter een stem gaf in zijn beleid, hebben ze Clinton de afgelopen weken onmiskenbaar in het defensief weten te dringen.

De kiezers hebben de president niettemin een tweede termijn gegeven. Maar hoe graag Clinton de verkiezingsuitslag ook zal uitleggen als bewijs dat het electoraat de ernst van de aantijgingen heeft verworpen, de affaires zullen voorlopig niet verdwijnen en hem blijven achtervolgen. De Republikeinse tegenstanders van de president in het Congres hebben al aangekondigd hun hardnekkige onderzoeken naar presidentiële onrechtmatigheden te zullen voortzetten, ook nu de verkiezingen voorbij zijn. En met hun meerderheid in beide huizen van het Congres hebben ze daar alle gelegenheid toe.

Maar de problemen van de president zijn niet beperkt tot het Congres. De speciale aanklager Kenneth Starr is vergevorderd met zijn onderzoeken: naar de Whitewater-affaire, naar het overhaaste ontslag van medewerkers van het reisbureau van het Witte Huis, naar de 900 vertrouwelijke FBI-dossiers waar een employé van het Witte Huis onrechtmatig over bleek te beschikken, naar de vraag of het Witte Huis opzettelijk de rekeningenoverzichten van Hillary Clintons advocatenkantoor voor de rechter verborgen heeft gehouden, en naar mogelijke andere overtredingen van de wet.

Daarnaast onderzoekt het ministerie van Justitie of de recente onthullingen over illegale campagnebijdragen voldoende aanleiding zijn om ook hiervoor een speciale aanklager aan het werk te zetten. Dagelijks brengt de pers nieuwe aanwijzingen boven water dat de regeringsfunctionarissen zich - in strijd met de wet - bemoeiden met de fondsenwerving, en campagnefunctionarissen zich bemoeiden met het beleid.

De president noch zijn vrouw is tot nu toe in enige zaak formeel in staat van beschuldiging gesteld - ondanks vier jaar van beschuldigingen van onwettig gedrag en talloze onderzoeken. Maar het is niet meer vergezocht rekening te houden met een formele aanklacht. Het Hooggerechtshof beslist waarschijnlijk dit voorjaar of Clinton tijdens zijn presidentschap moet terechtstaan op beschuldiging van ongewenste intimiteiten. Een voormalige ambtenaar van de staat Arkansas, Paula Corbin Jones, beschuldigt Clinton ervan haar in 1991, toen hij nog gouverneur van Arkansas was, oneerbare voorstellen te hebben gedaan.

Clinton zelf heeft alle aantijgingen aan zijn adres afgedaan als politiek gemotiveerde, persoonlijke aanvallen. Maar dat zal hij niet lang meer kunnen volhouden. Dat de Republikeinen in het Congres onderzoekscommissies en openbare aanklagers als politieke wapens in hun strijd tegen de president hebben ingezet, lijdt geen twijfel. Op hun beurt hebben de Democraten in het Congres uit politieke motieven hun uiterste best gedaan grondig onderzoek naar de Whitewater-affaire en het gedrag van de regering-Clinton te blokkeren. Maar dat er meer aan de hand is dan een poging het imago van een populaire president te beschadigen is langzamerhand zonneklaar.

Het beleid van Clinton tot nog toe is alle schandalen zoveel mogelijk negeren. Blijkens de verkiezingsuitslag is die aanpak, althans op de korte termijn, effectief geweest. Clinton reageerde zelfs niet op de recente storm van aantijgingen dat hij illegale bijdragen geaccepteerd zou hebben en zijn politiek ten opzichte van Indonesië zou hebben laten beïnvloeden door zijn banden met een Indonesische zakenfamilie. Geen moment heeft hij laten blijken werkelijk bezorgd te zijn over deze kwestie, of over de “onschuldige bureaucratische stommiteit”, zoals hij het noemde, die leidde tot het opvragen van de persoonlijke dossiers van de FBI, of over de documenten die op geheimzinnige wijze opdoken in het Witte Huis, twee jaar nadat ze aan de rechter hadden moeten worden overgedragen.

De Republikeinen, en ook Ross Perot, hebben Clintons affaires de afgelopen weken vergeleken met het Watergate-schandaal, dat president Nixon in 1974 tot aftreden dwong. Hoeveel verschillen er ook met die kwestie zijn, het lijkt wel of het Witte Huis met zijn vertragingstactieken en weigering de ernst van de zaak te onderkennen, het draaiboek van Nixon volgt. Op den duur kan de manier waarop Clinton en de zijnen getracht hebben de vuile was binnen te houden schadelijker voor hem blijken dan de feiten die aanvankelijk onderzocht werden, zoals ook Nixon heeft ondervonden.

Clinton en vooral ook zijn vrouw hebben het de afgelopen jaren zwaar te verduren gehad van alle instanties - van het Congres tot de openbare aanklagers en de pers - die hebben getracht opheldering te brengen in de affaires. Een enkele keer lieten ze iets blijken van de druk die daar voortdurend van uit gaat. Toen Hillary Clinton dit voorjaar in een televisie-vraaggesprek werd gevraagd of ze een dagboek bijhield, hoonde ze die suggestie half schertsend, half bitter weg: een dagboek zou immers onmiddellijk bij gerechtelijke dagvaarding in beslag genomen worden?

De komende tijd, als de gerechtelijke onderzoeken hun voltooiing naderen, zal die druk op de Clintons alleen nog maar toenemen. Een president die in beslag genomen wordt door allerlei netelige strafrechtelijke procedures is een vooruitzicht dat een flink deel van de tweede termijn kan bederven. Republikeinse politici en de pers hebben er al op gespeculeerd dat Clinton een of meer van zijn voormalige zakenpartners in het Whitewater-project gratie zal verlenen - in ruil voor hun zwijgzaamheid tegenover de openbare aanklager. Voor zo'n gebaar zal hij een grote politieke tol moeten betalen, en of hij de Whitewater-affaire er nog mee kan bezweren is zeer de vraag. Bovendien is Whitewater met al zijn ingewikkelde financiële details en vijftien jaar oude onroerend-goedcontracten allang niet meer het enige en ernstigste schandaal dat de positie van de president bedreigt.

The New York Times sprak zich vorige week uit voor herverkiezing van Clinton, maar de krant voegde aan het stemadvies de wens toe dat de president en zijn vrouw volledige samenwerking beloven met alle onderzoeken die er lopen. Ook zou Clinton moeten beloven niemand gratie te verlenen wiens getuigenis hem zou kunnen belasten. Het zouden fraaie goede voornemens van de pas herkozen president zijn, als hij ze ter harte neemt.

    • Juurd Eijsvoogel