Saaier dan een oude tennisfinale

Hoezeer de mensen van de NOS, de BBC, CNN en al die andere stations ook hun best deden, aan de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 1996 was geen enkele eer te behalen. Als consument van al die nachtelijke uren zendtijd kreeg je het gevoel naar een twee jaar oude tennisfinale te kijken, waarvan de spelers je zó weinig interesseerden dat je de uitslag al bijna weer vergeten was.

Never a dol moment, en als u het niet erg vindt, gooi ik er van balorigheid nóg een woordspeling tegenaan: never a dole moment.

Alles wat gezegd kon worden, werd drieëndertig keer gezegd, waarna men weer van voren af aan begon. Dat de kandidaten niet charismatisch waren, dat Elizabeth Dole hogere ogen zou hebben gegooid dan haar man, dat Hillary een blok aan Bills been was, dat Clinton naar het midden gekropen was, dat Dole een inconsistente campagne gevoerd had, dat Clinton net als Nixon zijn trekken nog zal thuiskrijgen, dat er voorlopig geen vrouw president zal worden, dat de kandidaten niet charismatisch waren, dat Elizabeth Dole...

“Is er nog hoop voor Dole?” vroeg Paul Witteman aan G. Irwin, hoogleraar politicologie, toen het er even op leek dat Dole in de eerste twee staten een kans maakte. “Nee”, zei Irwin droog, “want die eerste twee staten zeggen niets.”

De man kreeg veel te snel vreselijk gelijk, want Dole won ook die eerste staten - Florida en New Hampshire - niet. Weisglas en Van Traa moesten in de NOS-studio de nacht voor ons redden, maar ik vrees dat Nederland deze bekwame Kamerleden snel heeft ingeruild voor het dekbed. In slechts drie, vier huizen bleef een lichtje branden, daar woonden tv-critici die moedeloos noteerden dat de kandidaten zo weinig charismatisch waren.

Viel er dan echt helemaal niets te beleven?

Nou ja, af en toe verscheen er een Republikein voor de camera, die slecht tegen zijn verlies kon. De BBC had ex-kolonel Oliver North uitgenodigd, exponent van de rechtervleugel van de Republikeinse partij - bij hem vergeleken is Weisglas een soort Joop den Uyl. De overwinning van Clinton was nog niet bevestigd, toen North al handenwrijvend over een impeachment-procedure begon om Clinton afgezet te krijgen.

North kreeg niet eens veel tegenspel, want bij de meeste commentatoren bleek grote scepsis te bestaan over Clintons vermogen om oude en nieuwe schandalen het hoofd te bieden. “Men is kwaad dat hij tot dusver alle beschuldigingen onbeantwoord heeft gelaten”, zei de Amerikaanse journaliste Elizabeth Drew. “En ik verwacht meer beschuldigingen, omdat sommige mensen zich met het oog op de verkiezingen juist inhielden: ze wilden niet dat hun beschuldigingen een politieke lading kregen.”

Clinton leek niet zozeer gewonnen te hebben, het was Dole die verloren had. Dat was de teneur van de meeste commentaren. Peter Snow van de BBC liet ver na middernacht cijfers zien waaruit bleek dat 55 procent van de Amerikanen Clinton niet betrouwbaar vindt. “Maar ze stemmen wél op hem”, zei hij verbluft. “Ach”, zei een Amerikaanse mevrouw, “ik vertrouw zoveel politici niet. Ik ben van de babyboomgeneratie, het gaat nu goed met de economie en daar profiteer ik van.”

De BBC bracht zijn studio-uitzending vanuit de Verenigde Staten met veel Amerikaanse gasten en een Amerikaans publiek op de tribune. Een terugkerende vraag was: wat heeft Clinton voor de tweede termijn op zijn politieke agenda staan? Niemand kwam eruit. Een Democratische deskundige begon na enig talmen aan de opsomming: “Volksgezondheid, onderwijs, milieu”, maar hij werd weggehoond voordat hij alle departementen had opgenoemd.

In Little Rock, Arkansas, zong Tony Bennett tegen een schare van Clinton-getrouwen: “America... America...” Het klonk behoorlijk vals en zijn stem kraakte, want Tony heeft al heel wat presidenten versleten. In de BBC-studio zei de presentator: “Eigenlijk was geen van de twee kandidaten bijzonder charismatisch.” Toen ging in Nederland ook het laatste licht uit.

    • Frits Abrahams