Pakistaanse democratie loopt steeds meer averij op

CALCUTTA, 6 NOV. Het wordt langzamerhand een soort nationaal gezelschapsspel: het Pakistaanse volk kiest een regering en de president stuurt die vervolgens vroegtijdig naar huis wegens wanbestuur of andere onregelmatigheden. Daarna gaat iedereen terug naar af en begint het spel opnieuw.

Het was gisteren de derde keer in zes jaar dat een regering zo aan haar einde kwam, in dit geval die van Benazir Bhutto, en bij iedere ronde loopt het Pakistaanse politieke bestel meer averij op. De democratie degradeert erdoor tot een farce en het is onwaarschijnlijk dat de Pakistanen bij de volgende verkiezingen in februari nog in drommen zullen uitrukken.

Voor Bhutto, die nu huisarrest heeft, was het al de tweede keer dat ze aldus aan de kant werd geschoven. Ditmaal kwam het einde echter minder onverwacht dan in 1990. De afgelopen herfst heeft ze in hoog tempo de poten onder haar eigen stoel weggezaagd. Al wekenlang deden in Islamabad geruchten de ronde dat haar vroegere partijgenoot en strijdmakker president Farooq Leghari op het punt stond haar te ontslaan en een zakenkabinet aan te stellen.

Geheel door eigen toedoen raakte de premier verstrikt in een langdurige en schadelijke competentiestrijd met de rechterlijke macht. Bhutto wenste een stevige vinger in de pap te hebben bij de benoeming van nieuwe rechters maar stuitte daarbij op verzet van de edelachtbaren. Die kregen steun van de oppositie en ten slotte, in september, ook van Leghari. Pas na veel geharrewar staakte Bhutto haar pogingen om voor eigen rechter te spelen.

Een andere nagel aan de doodskist van het kabinet-Bhutto was de mysterieuze dood van haar jongere broer Murtaza, met wie ze op gespannen voet leefde. Die werd eind september in Karachi, voor zover valt na te gaan, moedwillig door de politie doodgeschoten. Slechts weinigen beschuldigen Benazir ervan zelf achter de moord te hebben gezeten, maar het feit dat ze de politie kennelijk niet onder de duim heeft, schaadde haar toch al tanende reputatie zeer. De politie van Karachi had zich bovendien voordien al op grote schaal bezondigd aan de buitenrechtelijke executies van tegenstanders van de regering.

Voorts eisten de steeds nijpender economische problemen hun tol. De regering heeft de economie steeds met een verbazende lichtzinnigheid behandeld. Zo beheerde Bhutto zelf de afgelopen jaren de portefeuille van financiën zonder dat ze over enige kwalificaties op dat terrein beschikte. Afgelopen zomer stelde ze haar echtgenoot, de als zeer corrupt bekendstaande Asif Ali Zardari, aan als minister van buitenlandse investeringen.

In het algemeen tierde de corruptie in het regeringsapparaat weliger dan ooit, hetgeen president Leghari er tenslotte toe bracht een speciale commissie te eisen die hier paal en perk aan zou moeten stellen. Pas na lang dubben ging Bhutto hiermee een paar weken geleden akkoord. In dit verband deed het bericht in de Britse media, dat Zardari onlangs een riant landhuis in Engeland had aangeschaft alsook een luxe appartement in een peperdure Londense wijk, het imago van de familie Zardari-Bhutto geen goed.

Dat gold ook voor de zich maanden voortslepende onderhandelingen met het Internationaal Monetair Fonds over de hervatting van een lening. Pakistan had die dringend nodig om enkele schulden af te betalen, maar de economen in Washington stonden erop dat Bhutto haar economische beleid eindelijk drastisch zou aanpassen.

Het IMF eiste dat de grote feodale landheren, die tot nu toe nimmer een rupee op hun inkomsten uit de landbouw aan de fiscus hoefden af te dragen, voortaan ook zouden worden belast. Daarmee werd Bhutto gedwongen de bijl te zetten aan de wortels van de feodale staat in Pakistan. Tot nu toe waren alle lasten altijd afgewenteld op de politiek zwakke middenklassen. Net als de meeste voorgaande regeringen was ook Bhutto stilzwijgend overeengekomen met de grote landheren dat die met rust zouden worden gelaten in ruil voor hun politieke steun. De landheren kunnen nog altijd grote hoeveelheden stemmen van de meestal analfabete mensen op hun land manipuleren.

Daarnaast hadden IMF en Wereldbank naar verluidt opnieuw aangedrongen op een vermindering van de geldverslindende defensiebegroting. Ook dat was spelen met vuur voor Bhutto. De generaals zijn allergisch voor beknotting van hun rol. Het lijdt geen twijfel dat Leghari's besluit om Bhutto de laan uit te sturen vooraf was goedgekeurd door het leger, want zulke besluiten worden in Pakistan nooit buiten het leger om genomen.

Het Pakistaanse Hooggerechtshof oordeelde voorts een paar dagen geleden dat de regering-Bhutto vorig jaar ten onrechte de premier van de belangrijkste deelstaat Punjab had afgezet. Intussen begon de oppositie zich steeds krachtiger te roeren. Vorige week kwam het tot heftige botsingen in Islamabad tussen politie en de fundamentalistische Jamaat-i-islami.

Het is echter de vraag of de oppositie veel garen spint bij de aftakeling van Bhutto. Oppositieleider Sharif, die zelf in 1993 ook als premier werd afgezet, noemde het besluit van de president gisteren “correct” en “een verlossing voor de mensen”. Maar ook hij beseft dat het aanzien van de politiek door zulke bokkensprongen wordt geschaad. De roep om een permanent zakenkabinet zal er verder door aanzwellen.

Een man die meer nog dan de enigszins versleten Sharif zijn voordelen kan doen met de ontnuchtering van de Pakistanen is de voormalige cricketvedette Imran Khan, die enkele maanden geleden zijn eigen politieke beweging oprichtte. Tot dusverre was die wegens de vaagheid van haar programma geen succes. Maar nu de democratie steeds meer in de greep komt van valsspelers, zullen de Pakistanen wellicht geneigd zijn hun stem dan maar te schenken aan iemand die zich in het cricketspel in elk geval een meester heeft getoond.