Oud-Spanjegangers nog steeds gegriefd

ARGANDA, 6 NOV. Een bonte stoet van honderden ouderen, in meerderheid de tachtig ruim gepasseerd, trekt door de vallei van de Jarama naar de verlaten stalen brug die de oorlog overleefde. Hier, op een kleine twintig kilometer afstand van Madrid, woedde in de winter van 1937 de Slag om de Jarama.

De Republikeinse troepen, versterkt met de Internationale Brigades, trachtten het oprukkende leger van Franco's nationalisten tot staan te brengen.

Frans Oord (82 jaar) kwam hier, als jonge, communistische fabrieksarbeider, na een lange reis uit Zaandam voor het eerst oog in oog te staan met de fascistische vijand. Nu kijkt hij ontdaan naar de stalen boogbrug van Arganda. Het strategisch doelwit, ooit op de hoofdweg Madrid-Valencia, ligt verloren ingeklemd tussen het geweld van de snelweg N3 en een spoorbaan. Ernaast prijkt het monument dat juist onthuld is: de driepuntige, roestige ster van het Republikeinse leger. Mooi vindt Oord het niet. “Maar het zegt iets van de strijd die hier geleverd is. Het doet je wat.”

De onthulling maakt deel uit van de bijeenkomsten voor het zestigjarige jubileum van de Internationale Brigades. Een groep van meer dan 360 oud-brigadisten uit dertig landen vormt het middelpunt. Tien van hen komen uit Nederland. Er zijn herdenkingsbijeenkomsten, een concert, recepties en lunches met gepast eerbetoon en een ontvangst in het Spaanse parlement.

Bij de brug van Arganda herleeft het verleden onder een babylonische mengelmoes van Engels, Frans, Spaans en Russisch. Veteranen laten opnieuw het rood-geel-paars van het Republikeinse vaandel wapperen. Vuisten worden gebald, strijdliederen klinken. Een Roemeense oud-strijder houdt zich staande door zich vast te klemmen aan de microfoon op het podium. “We streden voor onze idealen”, roept hij naar zijn gehoor. “Viva los Brigadistas”, klinkt het terug.

De brug mag de strijd hebben overleefd, met de inzet van de Internationale Brigades liep het minder goed af. Franco behaalde de overwinning. Van de naar schatting 40.000 buitenlanders vielen er 16.000. Waarschijnlijk de helft van de 600 tot 800 Nederlanders die meevochten liet het leven. Eind 1938 werden de Brigades opgeheven. Bij de afscheidsparade in Barcelona sprak de communiste Doleres Ibarruri, beroemd als La Pasionaria, de troepen toe. “We zullen jullie niet vergeten. Kom terug als de olijfboom van de vrede weer bladeren krijgt, gemengd met de lauweren van de Republikeinse overwinning.”

Vorig jaar nam het Spaanse parlement zonder tegenstem een motie aan waarbij oud-brigadisten alsnog de Spaanse nationaliteit wordt aangeboden, waarmee een oude belofte van de Republikeinse regering alsnog wordt ingelost. Aan Nederlandse zijde bestaan nog problemen: een dubbele nationaliteit wordt niet toegestaan. Maar volgens Jenny Klatser-Oudekerk van de organisatie van Nederlandse ex-strijders wordt hard gewerkt aan een uitzonderingsbepaling.

De Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) mag dan vaak worden gezien als “de laatste romantische oorlog” waarin de strijd van goed tegen kwaad nog overzichtelijke proporties had, veel van de ex-brigadisten kregen bij thuiskomst geenszins de waardering waarop ze hadden gerekend. Met name onder de Nederlandse ex-strijders leeft de woede over de behandeling door de vaderlandse autoriteiten onverminderd voort.

“Je geneerde je rot voor je eigen land”, meent oud-strijder en ex-journalist Leo Klatser (80 jaar). “In tegenstelling tot andere landen duurde het voor Nederlandse brigadisten tot 1943 voor ze uit Spaanse krijgsgevangenschap werden vrijgelaten.” En dat pas nadat Eleanor Roosevelt er bij de Nederlandse regering in Londen op aangedrongen had druk uit te oefenen op Madrid. Wie terugkwam bleek zijn Nederlanderschap verloren te zijn en problemen te hebben met het vinden van werk. Met hun gemerkte paspoorten bleken de ex-strijders - de meeste met communistische en socialistische achtergrond - makkelijk op te sporen door de Gestapo. Na de Tweede Wereldoorlog bleef de erkenning eveneens achterwege.

De oud-strijders tonen zich ontroerd door de ontvangst in Spanje. Maar ook daar wordt de Burgeroorlog met afstand benaderd. Voor de jongste generatie is het een zaak uit de geschiedenisboeken. En ook de ouderen hebben het er niet graag over: een onderdeel van de soepele overgang naar de democratie na de dood van Franco was de afspraak dat de oude wonden niet weer opengehaald zouden worden. Zo borrelt de strijd om de Arganda-brug onverminderd voort, al concentreert de zaak zich nu rond een monument. Het linkse gemeentebestuur van het aanpalende gehucht Rivas-Vaciamadrid blijkt zijn burgemeester te hebben afgevaardigd om de oud-strijders toe te spreken. Maar de burgemeester van de conservatief geregeerde gemeente Arganda - aan de andere zijde van de brug - blijkt verstek te laten gaan. Het botert niet tussen Rivas-Vaciamadrid en Arganda. Die van de overkant hebben ook niet meebetaald aan het monument, verzekert een zegsman van Rivas-Vaciamadrid.

De brigadisten hebben vooral oog voor het monument en laten hun ontroering niet bederven. Deze keer is waarschijnlijk voor het laatst, over tien jaar is er waarschijnlijk geen reünie meer. “Ik geniet hiervan”, zegt Frans Oord, terwijl hij naar de rivier staart. “Het is de moeite waard geweest.”