Nederland krijgt een klasse van supervermogenden

AMSTERDAM, 6 NOV. Nederland is een klein land dat een wereld van verschillen herbergt. Daags nadat bisschop Muskens in het torentje aan het Binnenhof met premier Kok de armoedeproblematiek had besproken, zijn op de Amsterdamse effectenbeurs fenomenale vermogens gecreëerd. Dankzij de stormachtige beursgang van het mediabedrijf Endemol hebben de oprichters John de Mol en Joop van den Ende nu elk een vermogen van ongeveer 700 miljoen.

Eergisteren kondigde Sylvia Tóth de beursverkoop van 40 procent van haar aandelen in uitzendbureau Content aan: opbrengst 125 miljoen gulden. De vorige week aangekondigde detailhandelsfusie van Unigro en De Boer Winkels geeft de eigenaar van Unigro, Eric Albada Jelgersma, een waarde van bijna 720 miljoen gulden. En vrijdag meldde oprichter Harry de Winter van tv-programmaproducent ID TV, de runner up van Endemol, de verkoop van zijn bedrijf voor een onbekend bedrag aan VNU.

“Vijf à tien jaar geleden vond iedereen het maar matig als iemand zijn hoofd boven het maaiveld uitstak. Nu wordt het niet alleen geaccepteerd, maar ook een stuk meer gewaardeerd”, zegt Wilco Jiskoot, die als directeur-generaal van ABN Amro de beursgang van Endemol en de aandelenverkoop van Content begeleidde en De Boer Winkels adviseerde bij de fusie met Unigro. “Van den Ende en De Mol hebben een fantastisch bedrijf opgezet, terwijl anderen die het ook geprobeerd hebben en die wij helemaal niet kennen, onder water zijn gegaan of hebben opgegeven.”

Nieuwkomers met dadendrang en duiten komen langszij bij het establishment. “Het is vergelijkbaar met een eeuw geleden”, zegt Jos van Hezewijk, auteur van onder meer De Topelite van Nederland. “In de industrialisatie van Nederland kwam een hele klasse mensen met hun nieuw verdiende geld de elite binnen.

“Hetzelfde gebeurde in de zeventiende eeuw met de geldhandel. Dat zie je nu in de communicatie, automatisering en media. De gevestigde orde, zoals Philips en KPN, vist achter het net.”

De financiële vermogens die ondernemers verdienen wanneer zij met hun bedrijf naar de beurs gaan worden steeds groter, bevestigt Van Hezewijk. De entrepreneurs worden steeds jonger.

Nederland lijkt stilaan, net als Amerika en Groot-Brittannië, zijn eigen klasse van supervermogenden te krijgen.

Pagina 22: Superrijken blijven zelf aan het roer

De superrijken waren de trots van de Britse premier Thatcher, die haar anti-vakbonds- en pro-privatiseringsbeleid de enterprise culture doopte: actieve ondernemers met kapitalen op de bank, maar ook nog kapitalen in hun bedrijf. Ondernemers als Rupert Murdoch, die de Britse mediasector op zijn kop zette, en Richard Branson, de bebaarde “schrik” van het Britse establishment die met zijn platenmaatschappij Virgin en zijn vliegtuigmaatschappij Virgin Atlantic een vermogen opbouwde dat de Sunday Times onlangs op 1,6 miljard pond schatte (4,5 miljard gulden).

De Nederlanders heten Goldschmeding (oprichter van Randstad), Baan (twee broers in zaken, van het gelijknamige softwarebedrijf), Van Kooten (mediabedrijven en investeerder in Endemol) en Heinsbroek (die muziekbedrijf Arcade groot maakte en verkocht aan uitgever Wegener). De waarde van het aandelenbelang (ondergebracht in een charitatieve stichting) van de gebroeders Baan in hun eigen bedrijf overschrijdt 2 miljard gulden. Goldschmedings aandelenpakket in Randstad zit tegen de 3 miljard gulden aan.

“Het laat zien dat je met je eigen bedrijf het beste rijk kunt worden”, zegt Van Hezewijk. Financieel adviseur Jiskoot, die eerder supertransacties als de verkoop van aandelen KPN, DSM en Van Leer succesvol afrondde, schrijft de opgeschroefde vermogenswinsten in Nederland mede toe aan de hogere prijzen die beleggers bereid zijn te betalen voor succesvol ondernemerschap. “Van den Ende en De Mol hadden door dat de bottleneck bij de groei van commerciële tv in het programma-aanbod zat. Dat hebben zij goed en vroeg gezien.”

De beleggers op hun beurt zijn meer dan ooit bereid grif geld te betalen voor de verwachting dat het succes aanhoudt. De Amsterdamse effectenbeurs stond tot enkele jaren geleden bekend als een markt met een lage waardering voor bedrijven. Op de Londense beurs, Amsterdams grootste concurrent, hadden bedrijven stelselmatig hogere koersen. Dat is inmiddels voorbij: Amsterdam kan zich meten met Londen. “De verhouding tussen de koers van een bedrijf en de winst per aandeel bij een rechtstreekse introductie is nog nooit zo hoog geweest als nu bij Endemol.”

De wederwaardigheden van Goldschmeding met de beleggers kunnen illustratief zijn. Toen Randstad in 1990 naar de beurs ging, verkocht de oprichter 20 procent van de aandelen voor 200 miljoen gulden. De plaatsing was een mislukking; de koers zakte alleen maar. Het duurde twee jaar voordat de introductiekoers weer gehaald werd, maar toen schoot de prijs ook als een raket omhoog naar zo'n 125 gulden. Daarna werd het aandeel in twee nieuwe stukken geknipt, die elk inmiddels een koers hebben van bijna 140 gulden. Een verzesvoudiging in luttele jaren.

In tegenstelling tot de computermiljonairs uit de 'wilde' jaren tachtig, die na de beursgang van hun bedrijf zo snel mogelijk hun aandelen tegen een hoge prijs van de hand deden en vertrokken, blijven de nieuwe superrijken gewoon aan het roer.

En zij houden grote aandelenpakketten. Van den Ende en De Mol (contractueel tot 2004 aan Endemol verbonden) houden samen meer dan 60 procent van de aandelen Endemol, Goldschmeding heeft zelf bijna een meerderheid, terwijl Heinsbroek een grote investeerder in Wegener Arcade werd. “Ik heb geen plannen om eruit te stappen”, zei Heinsbroek vorig jaar na de overname van Arcade door Wegener. “Ik vind het vak veel te leuk.”

Hun zakelijke gedrevenheid komt overeen met wat Forbes aantrof bij Amerika's 400 rijksten.

Tien jaar geleden bestond de helft van deze supperrijken uit families die hun geld geërfd hadden, nu bestaat driekwart uit self made ondernemers (m/v). “De mensen die nu op de lijst staan, hebben het zelf gemaakt en zijn verdomd trots op wat zij hebben gedaan. Zij zijn uiterst concurrerend ingesteld en volgen elkaar met argusogen.”

De koersexplosie van de laatste twee jaar maakt de kloof tussen arm en rijk in Nederland nog zichtbaarder. Ruim 500.000 huishoudens hebben een inkomen dat op of onder het sociaal minimum ligt, becijferde het Sociaal en Cultureel Planbureau enkele maanden geleden. Uit enquêtes blijkt eveneens een opmerkelijke stijging van het aantal mensen dat gelijkmatiger inkomensverhoudingen wenst: 54 procent vorig jaar, tegenover 44 procent in 1993. Begin jaren tachtig lag dit overigens rond de driekwart.

Van jaloezie over zoveel rijkdom is weinig te merken. Al hebben Muskens en Melkert (minister van Sociale Zaken) de afgelopen weken het armoede probleem op het politieke agenda gezet, de nieuwe rijkdom lijkt geen politiek issue.

“Op een druilerige herfstdag deze week bleek dat de Tweede Kamer in meerderheid denkt dat er ruimte is om de vermogensbelasting geheel af te schaffen”, constateerde Melkert vorige week op de Sociale Conferentie in Zwolle. “Het is toch ondenkbaar dat er dan niet een zelfde ruimte zou zijn om de andere kant van Nederland ook zo'n voordeel te verschaffen.”

Alleen de Socialistische Partij geldt als voorstander van een vermogenswinstbelasting om bijvoorbeeld de verdiensten op de verkoop van aandelen te belasten. Nederland kent zo'n belasting nu niet.

    • Menno Tamminga