Kleurstof uit meekrap, wouw en wede

Produkten uit agrarische grondstoffen zijn afbreekbaar en CO2-neutraal. En dus minder belastend voor het milieu dan produkten uit aardolie. Tot voor kort had de industrie er weinig belangstelling voor, maar nu is er een doorbraak. Zesde deel deel in een serie over produkten uit groene grondstoffen: rode kleurstof uit meekrap.

Natuurlijke kleurstoffen? De chemische industrie heeft er geen goed woord voor over. Gerhard Horstmann, woordvoerder van het Zwitserse chemieconcern Ciba-Geigy, zei het onlangs op een conferentie over biologische textiel in het Duitse Bingen nog eens heel duidelijk: “Voor de teelt van plant- aardige kleurstoffen is onverantwoord veel land nodig, terwijl de verfresultaten onder de maat zijn.”

De bezwaren tegen natuurlijke kleurstoffen verhinderen niet dat de vraag ernaar toeneemt. Textiel- en kledingfabrikanten die op mens- en milieuvriendelijke wijze willen produceren, vinden dat synthetische kleurstoffen het milieu te zwaar belasten en een te groot gezondheidsrisico met zich meebrengen. Het werken met bepaalde synthetische kleurstoffen kan, net als het dragen van kleding die daarmee geverfd is, huidirritatie, contactallergie en zelfs kanker veroorzaken.

De AZO-kleurstoffen waaruit kankerverwekkende aromatische amines kunnen vrijkomen, worden op grote schaal gebruikt omdat ze goedkoop zijn en een goede kleurvastheid bieden. TNO Textiel in Delft treft in 25 procent van de daarop geteste kleding deze kleurstoffen aan.

Drs. Anton Luiken, hoofd van TNO Textiel, denkt dat dat percentage hoger is dan het gemiddelde in de winkels. “Wij testen kleding in opdracht van importeurs die aan de Duitse detailhandel leveren. Zij hebben vaak al een voorselectie gemaakt, gebaseerd op producent en kleur”, aldus Luiken. Importeurs van kleding die geverfd is met de kankerverwekkende AZO-kleurstoffen, riskeren in Duitsland een gevangenisstraf van drie jaar. Dat is de reden waarom ook Peek & Cloppenburg kleding laat testen. Het gaat om de door P & C Nederland geproduceerde kinderkleding die ook bij Peek & Cloppenburg in Duitsland wordt verkocht. In 15 procent van de geteste kinderkleding worden de verboden kleurstoffen gevonden. Ze zitten in kleding uit India, China en Italië.

De Europese textielindustrie zegt deze kleurstoffen al jaren niet meer te gebruiken. Dat is volgens Ed Peters, hoofd kwaliteitszorg van P & C Nederland, pertinent onjuist. Er wordt in Europa nog wel degelijk met AZO-kleurstoffen geverfd. En Nederland-transportland werkt daaraan mee. Peters: “Ik hoor van textielveredelaars dat verboden AZO-kleurstoffen vanuit Azië, waar de produktie plaatsvindt, naar Nederland worden getransporteerd. Nederlandse handelaren voeren ze door naar andere Europese landen.” Het verhandelen van produkten die geverfd zijn met kankerverwekkende AZO-kleurstoffen is sinds 1 augustus 1996 ook in Nederland verboden. Maar handelaren kunnen hier voorlopig ongestoord hun gang gaan. Pas in 1997 zal de Keuringsdienst van Waren steekproefgewijs controles gaan uitvoeren op naleving van het verbod.

Westerse chemieconcerns zijn de laatste jaren hard bezig om de milieubelasting van hun kleurstoffen te verminderen. Bij Ciba-Geigy in Basel heeft dat geleid tot nieuwe reactieve kleurstoffen met een hoge fixatiegraad. Bij het verven komen 50 procent minder kleurstof en 75 procent minder zout in het afvalwater terecht. Cibacron geldt op dit moment als de minst milieubelastende kleurstof en wordt daarom gebruikt voor het verven van textiel van biologische geteelde vezels.

Natuurlijke kleurstoffen zijn nauwelijks verkrijgbaar. Het beschikbare materiaal is duur omdat het voornamelijk uit in het wild groeiende planten wordt gehaald. Op bestaande machines is natuurlijke kleurstof niet te verven.

De natuurkledingsector wacht al jaren op de ontwikkeling van natuurlijke kleurstoffen die net zulke goede verfresultaten geven als synthetische produkten en in prijs vergelijkbaar zijn. In verschillende landen wordt daaraan gewerkt, maar de beste papieren lijkt het Nederlandse Rubia-project te hebben. Rubia is een kleine coöperatie die de herinvoering van de meekrapteelt nastreeft.

De coöperatie is genoemd naar de Rubia tinctorum L., meekrap in het Nederlands, een plant met dikke wortelstokken waaruit de rode kleurstof alizarine gewonnen kan worden. Vanaf de vroege middeleeuwen is er in Nederland meekrap geteeld. De alizarine was een belangrijk exportprodukt. Aan de teelt kwam in de tweede helft van de negentiende eeuw een eind door de opkomst van synthetische kleurstoffen.

Het Rubia-project is een particulier initiatief van dr. A. Capelle, de onderzoeksdirecteur van topcoöperatie Cebeco-Handelsraad in Rotterdam. Capelle onderzocht acht jaar geleden onder welke voorwaarden meekrap geteeld en verwerkt zou moeten worden om te kunnen concurreren met de synthetische alizarine die uit steenkoolteer wordt gewonnen.

Zijn conclusie was dat er een kortere teeltduur nodig was, dat de oogst gemechaniseerd moest worden en dat de opbrengst van de rode kleurstof uit de wortels opgevoerd zou moeten worden van 30 naar 80 procent. Samen met vier Groningse boeren ging Capelle aan de slag.

Aan de eerste twee voorwaarden is inmiddels voldaan. De Landbouwuniversiteit Wageningen en TNO Zeist doen nu onderzoek naar optimalisering van de alizarine-opbrengst. Capelle: “Als dat lukt is onze produktieprijs lager dan die van de chemische route en is het mogelijk om op economisch verantwoorde wijze meekrap te telen.”

Behalve met de teelt gaat Rubia zich ook bezighouden met de verwerking van de meekrap. Op termijn zal er een fabriek gebouwd worden om de alizarine uit de meekrap te halen. Een chemisch bedrijf zal de kleurstof vervolgens van een coating met hulpmiddelen voorzien. Door de coating verdelen de pigmenten zich goed over de stof en kan de bestaande verftechnologie worden gebruikt. Capelle: “We hebben contact met verscheidene chemische bedrijven. Over uiterlijk een jaar beslissen we met wie we gaan samenwerken.”

Capelle noemt de bereidingswijze van synthetische alizarine 'een ramp voor het milieu'. Met de natuurlijke alizarine komt er naar zijn overtuiging een kleurstof op de markt die met minimale milieubelasting is geproduceerd. “Meekrap is enorm ziekteresistent, dus een bestrijdingsmiddel is niet nodig. De oogst gebeurt op mechanische wijze en bij de extractie van de kleurstof wordt gebruik gemaakt van water en alcolhol die te recyclen is. Het restant van de plant kan gecomposteerd worden.” Aan het coaten van de kleurstof zal niet al te veel chemisch geweld te pas komen, verwacht Capelle.

Veel consumenten maar ook professionals uit de kledingsector denken dat natuurlijke kleurstoffen minder gezondheidsrisico's met zich meebrengen dan synthetische kleurstoffen. Dat is, volgens Capelle, niet per definitie het geval. “Meekrap is een goed voorbeeld. Daar zit van nature lucidine in, een kankerverwekkende stof. Door een bepaalde stap in het verwerkingsproces kunnen wij dat eruit halen. In de huidige natuurlijke alizarine zit dus geen lucidine.”

Capelle bestrijdt dat de teelt van gewassen voor de winning van kleurstoffen een buitensporig groot beslag op akkerbouwgrond legt, zoals de chemische industrie beweert. “Die bewering is tendentieus en klopt alleen maar als je uitgaat van middeleeuwse landbouwmethodes.” Rubia streeft naar een opbrengst van één ton kleurstof per zes hectare en rekent voorlopig op enkele duizenden tonnen op jaarbasis. Ter vergelijking: wereldwijd wordt er 50.000 tot 60.000 ton synthetische alizarine geproduceerd.

Als de meekrapteelt eenmaal loopt, zal Rubia zich gaan bezighouden met wouw en wede, planten die net als meekrap eeuwenlang in Europa geteeld zijn voor hun kleurstoffen. Wouw (Reseda luteola L.) levert een gele kleurstof. Uit wede (Isatis tinctoria L.) wordt een blauwe kleurstof gewonnen. Door de import van het goedkopere indigo werd wede in de 17de eeuw van de markt verdrongen. Met behulp van deze drie in de natuur voorkomende primaire kleuren, rood, geel en blauw, maakten ververs in het verleden alle denkbare kleuren. Voordat dat op ook industriële wijze mogelijk is, gaan er nog zeker tien jaar voorbij. Want zolang duurt het optimaliseren van de teelt van wouw en wede.

    • Dieuwke Grijpma