Kamer kritiseert afloop IRT-affaire

DEN HAAG, 6 NOV. In de Tweede Kamer is vanmorgen forse kritiek geleverd op de maatregelen die de ministers Sorgdrager (Justitie) en Dijkstal (Binnenlandse Zaken) hebben genomen na de debatten over het rapport van de parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden.

In het slotdebat over de afloop van de IRT-affaire concludeerden de oppositiepartijen dat bij het openbaar ministerie, dat volgens Van Traa onvoldoende toezicht heeft gehouden op de opsporing, alles bij het oude is gebleven. Ook de regeringsfracties PvdA en D66 vonden het “een nogal onbevredigende conclusie” dat “daar waar organisaties falen niemand schuld heeft”, zoals Kamerlid Kalsbeek (PvdA) het verwoordde. Dittrich (D66) maakt zich zorgen over de “cultuuromslag” in het opsporingsapparaat die noodzakelijk is na de IRT-affaire. Korthals (VVD) vond de afloop ook niet bijster bevredigend, maar toonde begrip voor de rechtspositionele barrières waartegen de ministers zijn aangelopen.

De ministers kwamen enkele weken geleden met hun plan van aanpak, waarin werd aangekondigd dat enkele (hoofd)officieren en korpschefs elders in het apparaat gaan werken. Disciplinaire maatregelen bleven uit omdat de ministers het falen van de hele organisatie niet aan individuele leden van politie en justitie wilden of konden toeschrijven, mede om redenen van rechtspositionele aard.

Nadat het plan van aanpak naar de Kamer was gestuurd werd via deze krant bekend dat procureur-generaal Ficq, die in opdracht van Sorgdrager onderzoek deed naar het functioneren van OM-leden, had geconcludeerd dat het OM in Haarlem “bovengemiddeld zorgvuldig” was geweest, zeker vergeleken bij andere arrondissementen. Kalsbeek vroeg zich af “wat dan in hemelsnaam de stand van zaken in de andere arrondissementen is geweest”.

Zij hekelde ook de reactie van Sorgdrager op het optreden van de IRT-officieren Van Capelle en Van der Veen, die volgens Ficq fouten hebben gemaakt, maar die niet disciplinair zijn gestraft. Sorgdrager vond de “publieke vaststelling” van de fouten voldoende. Kalsbeek herinnerde de bewindslieden aan een politieagent in Noord-Nederland die vier weken gevangenisstraf kreeg omdat hij twaalf gulden had gestolen uit de politiekluis. “Over hem hebben de kranten ook volgestaan”, aldus Kalsbeek.

Hillen (CDA) zei dat zijn fractie “een kater” had overgehouden aan het plan van aanpak, dat hij “onvoldoende” noemde. “Het rapport van Ficq prijst iedereen de hemel in.” Volgens hem staat dat in schril contrast met de conclusies van de parlementaire enquêtecommissie. Dittrich vroeg zich af waarom er zulke grote verschillen waren in de oordelen van de enquêtecommissie en die van Ficq, waar het ging om het “bovengemiddeld zorgvuldig” handelen. “Ik begrijp dat niet zo goed”, zei hij.