John Carpenter neemt met Escape from L.A. wraak op Hollywood; De enige plek waar men nog mag roken

John Carpenter's Escape from L.A. Regie: John Carpenter. Met: Kurt Russell, Stacy Keach, Steve Buscemi, Valeria Golino. In 15 theaters.

Aan het einde van de jaren zeventig was regisseur John Carpenter (Carthage, New York, 1948) de held bij uitstek van cinefielen met een voorliefde voor genrefilms. Hij was een van de weinige Amerikanen die invulling gaven aan de Europese auteurstheorie die ooit door de Cahiers du Cinéma geformuleerd werd: juist in de vaak geminachte, nederige filmgenres (sciencefiction, griezelfilm, psychologische thriller, western) kon een regisseur zijn eigen handschrift ontwikkelen, door op een creatieve wijze de regels van het genre ondersteboven te gooien. Carpenter debuteerde in 1974 met de ultragoedkope produktie Dark Star, een komedie over drie op drift geraakte astronauten. Hierna paste hij het stramien van Howard Hawks' western Rio Bravo toe op een inventief vormgegeven, gewelddadige politiefilm (Assault on Precinct 13, 1976) en bezorgde zichzelf een stevige reputatie in Hollywood door Halloween (1978), een vaak geïmiteerd horrorwerkstuk met een hoofdrol voor de subjectieve camera, dat 300.000 dollar kostte en 60 miljoen dollar opleverde.

Het is een oud verhaal: eenmaal ontdekt en vervolgens opgeslokt door de filmindustrie slaagde Carpenter er in zijn volgende vijftien films niet in de originaliteit van zijn eerste, onafhankelijk geproduceerde films te handhaven. Wel bleef hij, overigens net als een vergelijkbare genre-auteur als Dick Maas, zelf de muziek componeren voor zijn films en was een deel van zijn werk altijd nog interessanter dan de gemiddelde anonieme actiefilm. Met veel plezier herinner ik me Christine (naar Stephen King, 1983) over een wraaklustige, vrouwelijke rode sportauto, en een oorspronkelijk voor televisie vervaardigde biografie van Elvis Presley (Elvis, 1979) met Kurt Russell in de titelrol.

Voormalig kinderacteur Russell dankt zijn volwassen comeback voornamelijk aan Carpenter; hij speelde ook de hoofdrol van de met een ooglapje gesierde desperado Snake Plissken ('Call me Snake!') in Carpenters cultsucces Escape from New York (1981). Die in de nabije toekomst (1997) gesitueerde sciencefictionthriller met de dynamiek van een videospelletje was zijn tijd vooruit.

De Amerikaanse regering heeft een muur rond Manhattan gebouwd en al het gespuis daar opgesloten. Door een terroristische actie stort het vliegtuig van de president (Donald Pleasence) neer in het spergebied en hij wordt gegijzeld door een charismatische rebellenleider. Plissken krijgt de taak de president veilig naar buiten te loodsen binnen een door een digitaal klokje op zijn armband aangegeven tijdsbestek, omdat hij geprogrammeerd is op een vastgesteld tijdstip zelf te ontploffen.

De door zijn ervaringen met Hollywood verbitterde en door gezondheidsproblemen geplaagde Carpenter heeft nu wraak genomen door voor een hoog budget een vervolgfilm te regisseren, Escape from L.A., die meer een dure remake is van het origineel. Het scenario is veel subversiever. Carpenter steekt zowel de draak met de tot misdaadgetto vervallen restanten van het hedonistische Californië als met de conservatieve deugdzaamheid van de Amerikaanse samenleving buiten de muren van de gevangenis Los Angeles, een verstoten stadstaat van de Verenigde Staten. Het is de enige plek waar je nog mag roken, buiten het huwelijk kunt copuleren of atheïst kunt zijn, want in de rest van Amerika heerst een theocratische dictatuur. Het verzet in ommuurd Los Angeles wordt aangevoerd door sterk op Patti Hearst (ze heet Utopia en is de dochter van de Amerikaanse president) en Che Guevara gelijkende rebellen, die al geen haar beter zijn in hun cynische machtspolitiek. Plissken trekt zijn eigen plan, met behulp van een 'kaarten van de sterren' in voormalig Beverly Hills verkopende zakenman (Steve Buscemi) en een langharige rioolsurfer (Peter Fonda).

John Carpenter's Escape from L.A. zit boordevol geestige scenariovondsten, zoals een legertje uit slachtoffers van de plastische chirurgie bestaande zombies en een modern gladiatorengevecht op een basketbalveld. Ook in technisch opzicht doet de film niet onder voor Independence Day, waarin op lucratieve wijze juist de patriottische sentimenten bespeeld worden. Carpenter laat daarentegen zijn tanden zien en verklaart nog eenmaal de oorlog aan de hypocrisie en het schijnheldendom van de gevestigde orde. Mocht blijken dat Escape from L.A., geraffineerder en intelligenter dan het origineel, Carpenters laatste film zou zijn, dan is het een passend testament van een nog één keer opvlammend, rebels talent. De vormgeving wijkt weinig af van andere films in het genre, maar de toon is onmiskenbaar scherper.

    • Hans Beerekamp