Het midden wint

MET EEN GEMATIGDE, op het politieke midden en op saamhorigheid gerichte campagne heeft Bill Clinton met een ruime voorsprong een tweede termijn in het Witte Huis veiliggesteld. Bob Dole, de bejaarde Republikeinse uitdager, antwoordde met een ongeloofwaardig gebleken gecombineerde belofte van begrotingsdiscipline en belastingverlaging.

Voor deze verwarrende breuk met zijn eigen verleden heeft de voormalige senator tol moeten betalen. De afstand tussen beiden is uiteindelijk geringer gebleken dan voorzien: Dole is in de eindsprint op zijn rivaal iets ingelopen. De zwevende kiezer heeft zich gevoelig getoond voor de Republikeinse salvo's op het karakter van de president. Maar uiteindelijk heeft de doorgewinterde politicus Dole ook in zijn derde aanloop naar de hoogste functies in het land schromelijk gefaald.

Een minderheid van de kiesgerechtigden - een historisch dieptepunt - is naar de stembus gekomen. Zij heeft de tweespalt in de kiezersvoorkeur van 1992 en die van 1994 bestendigd. Vier jaar geleden gaven de kiezers, na twaalf jaar Republikeins bewind, het Witte Huis aan de Democraat Clinton. Twee jaar geleden bezorgden zij de president wat toen een beslissende nederlaag scheen: de traditionele Democratische meerderheid in het Huis van Afgevaardigden werd weggevaagd door het Contract met Amerika, gepresenteerd door Newt Gingrich. Weer twee jaar later zijn zowel Clinton als de jonge rechtse revolutionairen rondom Gingrich samen met hun aanvoerder herbevestigd in hun zetels. Alsof de kiezer de gespletenheid in de Amerikaanse politiek bewust heeft gecontinueerd.

ONDER DE GEGEVEN omstandigheden zal de vrees van Corporate America voor een terugval van Clinton in de zogeheten radicaliteit van zijn eerste twee presidentiële jaren vermoedelijk ongegrond blijken. Een door de Democraten beheerst Congres zou de maakbaarheid van de samenleving weer in zijn vaandel hebben geschreven. Maar de president spreekt nu van geloof, gezin en werk als de pijlers onder zijn brug naar de 21ste eeuw. Hij heeft met succes naar de steun van de werkende middenklasse geworven met zijn handtekening onder de wet die welfare vervangt door workfare, die de eenouder gezinnen uit de bijstand moet dwingen.

Clinton stak vannacht, na de felicitaties van Dole in ontvangst te hebben genomen, zijn hand uit naar de tegenstanders. De tijd van partijpolitiek is volgens hem voorbij, het gaat er nu om samen op te trekken naar een beter Amerika. Onderwijs is zijn remedie voor de onderklasse. De in Europa al tevergeefs beproefde poging om sociale problemen op te lossen door de jeugd zo lang mogelijk in het klaslokaal vast te houden presenteert Clinton nu als panacee. Algemeen is verder de verwachting dat de president Bob Dole zal uitnodigen om een commissie voor te zitten die voorstellen moet doen over de noodzakelijke herziening van de sociale zekerheid en de gezondheidszorg. Aan de expertise van de first lady op dit gebied is geen behoefte meer.

En dan is er nog het onderzoek naar Whitewater, het web van dubieuze financiële transacties en constructies waarin de Clintons tijdens hun gouverneurschap in Arkansas min of meer verstrikt zijn geraakt. De Republikeinse zege in het Congres laat het voorzitterschap van de commissies die onderzoek doen naar de affaires zo goed als zeker in handen van verklaarde vijanden van de president. Of zij zich zullen willen laten overspoelen door een over de partijgrenzen heen slaande vloedgolf van wederzijdse sympathie staat te bezien. Commissievoorzitters, vooral die in de Senaat, beschikken over een eigen huismacht waarmee zij de zaken naar hun hand zetten. Voor de bewoners van het Witte Huis vormen zij een onzekere en onrustbarende factor.

DE VERENIGDE STATEN kunnen nu eindelijk weer de draad van hun internationale politiek opnemen. Vooral de kwestie-Bosnië vraagt dringend om een besluit over de aanwezigheid van Amerikaanse troepen in een nieuwe opzet van de vredesmacht. Tijdens de campagne was dit onderwerp taboe. Het is voor Europa mogelijk een gunstige omstandigheid dat Clinton gedurende zijn tweede termijn althans op het vlak van de internationale politiek meer armslag zal krijgen. Ten slotte is de verdediging van Amerika's belangen in de wereld het prerogatief van het staatshoofd, ook in zijn functie van opperbevelhebber. En er wachten de president geen verkiezingen meer waarin hij verantwoording moet afleggen.

Anders ligt het op het terrein van de handelskwesties die Amerika en Europa verdeeld houden. Clinton heeft uitvoering van wetgeving die vervolging van niet-Amerikaanse ondernemingen mogelijk maakt, uitgesteld tot na de verkiezingen. Of hij in staat zal zijn tussen de ver uit elkaar liggende standpunten van de meerderheid van de Amerikaanse volksvertegenwoordiging en van de Europese partners een compromis te vinden is een open vraag. Het zal de eerste proef op de som worden voor de toekomstige verhoudingen binnen het Atlantische bondgenootschap.

ClINTON HEEFT zijn reputatie waargemaakt. Hij beheerst het vak van politicus als geen ander: hij weet wat nodig is om eenmaal veroverde macht te behouden of terug te winnen. Zoals hij in Arkansas tegen alle verwachtingen in een come back wist te maken als gouverneur, zo heeft hij de sporen van zijn indrukwekkende nederlaag van twee jaar geleden volledig weten uit te wissen. Charisma, zichtbaar plezier in het campagne voeren en een vermogen om voor iedere aparte groep van kiezers de president te zijn die zij zich wenst, hebben Clinton over de gerezen obstakels heengeholpen.

De kiezers hadden dit keer geen behoefte aan het uitspitten van schandalen. Als dat tot het Congres vermag door te dringen zou de toekomst voor Clintons Amerika nog wel eens even zonnig kunnen worden als de president die in zijn overwinningstoespraak schilderde. Het midden heeft in ieder geval doen weten dat politieke extravaganties niet meer van deze tijd zijn.