Geringschatting

Gezichten staren je aan, altijd en overal. Van affiches, van covers in de kiosk en van de televisie. Maar het meest vanaf de krantenpagina's, en de gangbaarste gelaatsuitdrukkingen zijn wanhoop en uitputting. Vluchtelingen in Zaïre, moslims in Bosnië, kinderen in Pakistan, nabestaanden overal: gezichten vol wanhoop en uitputting.

Daarnaast zie je zo nu en dan woede - bij demonstranten en stakers vooral - en debiele opgewektheid, zoals van gymmende bejaarden in Florida. Woede en debiliteit, wanhoop en uitputting, met dat scala van emoties heb je het wel zo'n beetje gehad in de media.

Wat de figuranten op al die nieuwsfoto's gemeen hebben is dat zij inderdaad zijn gebruikt als figuranten, als illustratiemateriaal. Het gaat niet om de mensen zelf. Die zijn zo ver weg dat de fotografen en hun redacties zich permitteren ze zo herkenbaar in de krant te zetten als ze in Nederland hoogstens zouden doen met grazende koeien. Kijk, hier zie je een Hollands weiland. Kijk, een vader met zijn dode kind. Kijk, van die pafferige Amerikanen. Kijk, de typische doffe vluchtelingenblik.

Hoe de nieuwswaarde van menselijk leed pijlsnel daalt bij het groeien van de afstand, is algemeen bekend. De tegenhanger van die vuistregel is dat datzelfde leed herkenbaarder in beeld wordt gebracht naarmate het verder weg is. Allebei wijst het op geringschatting. Vier regels in de krant of een artistieke foto over zes kolommen, stopverf of behang, met het leed van mensen aan de randen van Europa of daarbuiten kun je alle kanten uit. Stervende Afrikanen in een aankondigingsfilmpje, concentratiekampbewoners op een boekomslag, verminkte soldaten als achtergrondversiering. Wat kan het donderen? De moderne lezer moet immers stevig worden aangepakt, wil je tot zijn bewustzijn doordringen. En die verre ploeteraars of hun geliefden krijgen de beelden toch niet onder ogen.

Wat zij zouden voelen als ze ze wel zagen, kon je bevroeden toen een poosje geleden dat oude vliegtuig in de Waddenzee was gestort, en in de kranten een foto van de bergingsoperatie verscheen. Op die foto was een hand te zien, vastgehouden door een duiker. Die hand stak uit het wrak en moest van een dode zijn; mij schokte dat hevig, terwijl ik niet eens iemand kende die erbij was, en wiens hand dat dus zou kunnen zijn. Is hij andere lezers niet opgevallen, waren de families van de slachtoffers te verslagen om een kik te geven, of is iedereen al afgestompt?

Foto's en fotografen reizen steeds sneller en in grotere aantallen over de aardbol, vechtend om te overleven op een overvolle nieuwsmarkt. Ja ja, de wereld wordt steeds kleiner. Maar als dat echt zo was, zou er meer respect moeten zijn voor de ongelukkigen die worden blootgesteld aan ieders blik - zou je hopen.

Natuurlijk is het ook mode, zoals het in de jaren tachtig mode was om politici te fotograferen in alle mogelijke poses, liefst met hun eigen oorlel op de voorgrond. Wat elders in de wereld gebeurt is doorgaans belangrijker dan het gepieter in de marges van Nederland; maar wat de illustraties betreft zou ik een voorstel willen doen.

Nee, niet de herintroductie van de fotoloze krant. Maar wel een taboe op het afbeelden van herkenbare privé-personen, ook als de kans gering is dat iemand ze zal kennen in het verspreidingsgebied van de krant. Foto's van acteurs zijn toegestaan. Politici, voetballers, prijswinnaars, laat ze maar. Maar al die gezichten van mensen die het ook niet kunnen helpen, die zich waarschijnlijk schamen, over wie niet meer bekend is dan in een eenregelig bijschrift past, dat is niet netjes.

De invoering van kleurendruk in de krant heeft al geleid tot een verheugende toename van het aantal afgebeelde kunstwerken. Welnu, er kunnen er altijd meer bij. Landschappen, foto's van branden, prachtig. Maar als er algemene toestanden moeten worden geïllustreerd, de gruwel van de oorlog, de honger van de vluchteling, gebruik er dan geen individuen voor. Dat zou je ook niet doen als het je vriend of je zuster was. Laat iemand dan maar een tekening maken.