Dossier Nusse Brink nog lang niet afgerond

AMSTERDAM, 6 NOV. Financiële markten reageren in een split second op nieuwe ontwikkelingen, of het nu de winstcijfers van KLM zijn of de operatie van Jeltsin. Juridische molens daarentegen, malen langzaam. Drie jaar na het bankroet van het effectenkantoor Nusse Brink, een van de grootste schandalen in de Nederlandse financiële wereld in de afgelopen tien jaar, kwam de strafzaak tegen twee van de drie voormalige directeuren deze week toe aan vonnissen.

Nusse kreeg een jaar celstraf wegens verduistering en faillissementsfraude, Brink een half jaar cel, een straf die waarschijnlijk wordt omgezet in 240 uur maatschappelijke dienstverlening.

Nusse Brink ging medio 1993 op de fles nadat speculaties voor klanten op aanhoudende koersdalingen dusdanig uit de hand waren gelopen dat er geen redden meer aan was. De koersen stegen, terwijl Nusse Brink op een daling speculeerde. Achteraf bleek Nusse Brink niet voor rekening van cliënten te hebben gespeculeerd, maar feitelijk voor eigen risico en zich ook als een pseudo-bank te hebben gedragen, ook al ontbeerde het kantoor elke vergunning daarvoor.

De rechtbank had ex-directeur Nusse, die als hoofdverantwoordelijk werd aangemerkt, eigenlijk nog aanzienlijk zwaarder willen straffen, maar liet meewegen dat beide ex-directeuren levenslang door de beurs zijn geschorst en een golf van publiciteit over zich heen hebben gekregen. Opmerkelijk was dat de rechtbank ook het onvoldoende toezicht van de effectenbeurs op het interne reilen en zeilen van Nusse Brink liet meewegen bij de vermindering van de strafmaat. De beurs controleert bijvoorbeeld of de handelshuizen de beursregels volgen, of de administratie deugt en of er voldoende financiële buffers zijn. Het doel is de betrouwbaarheid van de markt als handelsplaats te handhaven.

De beurscontroleurs hadden in de loop van 1991 Nusse Brink “in niet mis te verstane” bewoordingen gewaarschuwd en het kantoor opgedragen zijn leven te beteren. De controleurs hadden echter, toen het kantoor overstapte naar een nieuwe bank om zijn cliëntenzaken te regelen, niet de vinger aan de pols gehouden. Daarna ging het van kwaad tot erger en de “beroerde financiële toestand” bij het kantoor was vervolgens in de visie van de rechtbank de drijfveer achter de verduistering.

De veroordeling is een opsteker voor het Amsterdamse openbaar ministerie, dat bij zijn andere zaken rond financiële criminaliteit (zoals effectenhandel met voorkennis) nog steeds op een aansprekend succes wacht. Witteboorden-criminaliteit kan, ook al kost het tijd en moeite, effectief vervolgd worden. De twee ex-directeuren gaan overigens hoogstwaarschijnlijk in hoger beroep.

Voor de beurs zijn de opmerkingen over het gebrekkige toezicht een tegenslag. Het Nusse Brink-dossier is nog lang niet afgewikkeld. Dat ligt mede aan de beurs zelf, die met gedupeerde professionele financiële zakenrelaties geen schikking wilde treffen. Er loopt nog een schadeclaimzaak van F. van den Broek tegen de beurs. Van den Broek was een zakenrelatie van Nusse Brink die door het bankroet zijn baan verloor. Als het controlebureau van de beurs effectiever had opgetreden, was het bij Nusse Brink nooit zo uit de hand gelopen, en was de schade beperkt gebleven.

Ook Van den Broeks voormalige werkgever, het effectenkantoor HSBC Van Meer James Capel, overweegt nog een schadeclaim. Zij zullen het vonnis van de rechtbank als steun aangrijpen voor hun positie. Ook de curator in het faillissement van Nusse Brink kan het vonnis gebruiken. Hij kan nog altijd proberen het tekort van de boedel te verhalen op de beurs (wegens falend toezicht) en/of de ex-directeuren (wegens wanbeleid).

En dan is er nog het lopende onderzoek dat het accountantskantoor Coopers & Lybrand in opdracht van de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE), de waakhond van de Nederlandse financiële markten, uitvoert naar de controle die de beurs heeft gehouden op Nusse Brink en op Regio Effect, een ander klein effectenkantoor dat in 1993 bankroet ging. Als tegenwicht heeft de beurs eerder al KPMG een onderzoek laten doen naar de werkwijze van de beurscontroleurs bij Nusse Brink. Het rapport van KPMG geeft hun een ruime voldoende. Of Coopers & Lybrand, de STE, het ministerie van Financiën en de Tweede Kamer dat, mede gezien dit Nusse Brink vonnis, ook zullen doen, is de vraag.

    • Menno Tamminga