Dole nooit echt een bedreiging

WASHINGTON, 6 NOV. Twee jaar nadat Bill Clinton politiek zo goed als afgeschreven was, heeft hij zijn wederopstanding als president bekroond met een royale verkiezingsoverwinning. Door de tijdgeest goed aan te voelen en zich meester te maken van een aantal voorheen typisch Republikeinse standpunten, heeft hij bijtijds het politieke centrum hervonden, de plaats waar Amerikaanse verkiezingen nog altijd worden gewonnen.

Met de wind van een goed draaiende economie in de rug heeft Clinton kunnen profiteren van de algemene tevredenheid van het electoraat over de toestand van het land. De Verenigde Staten zijn niet in een oorlog verwikkeld, men kampt niet met een grote maatschappelijke crisis en als president straalt Clinton het soort onvermoeibaar optimisme uit dat in dit land zo wordt gewaardeerd. Volgens het recept waarmee Ronald Reagan in 1984 zijn herverkiezing verzekerde gaf Clinton de Amerikanen een goed gevoel over hun land - en daarmee over zijn bewind.

De tegenstander die de Republikeinen tegen hem in het veld brachten is blijkens opiniepeilingen nooit een echte bedreiging voor hem geweest. Anders dan de populaire generaal buiten dienst Colin Powell, die lang is getipt als Republikeinse presidentskandidaat maar uiteindelijk bedankte voor de eer, maakte Bob Dole geen enthousiaste gevoelens los in brede lagen van de bevolking.

De basis voor zijn overwinning legde Clinton een jaar geleden, toen hij het gevecht met de Republikeinse meerderheid in het Congres aanging over de begroting van 1996. Toen de overmoedige Republikeinen het conflict lieten aankomen op sluiting van het overheidsapparaat, kon Clinton hen in de publieke opinie afschilderen als extremisten. Op het toppunt van hun macht overspeelden de onstuimige Republikeinen hun hand en leverden ze Clinton een belangrijke bouwsteen voor zijn herverkiezing.

Dat hijzelf een man van het centrum is, of wil zijn, maakte hij begin dit jaar duidelijk in zijn State of the Union, de jaarlijkse toespraak tot het Congres waarin de president zijn beleid uiteenzet. Clinton wierp zich op als pleitbezorger van een kleinere overheid. Hij sprak over het gevaar van illegale immigratie, over de noodzaak van een harde aanpak van de criminaliteit, over het maatschappelijk belang van het gezin en van persoonlijke verantwoordelijkheid.

Eerder al had Clinton zich bekeerd tot de noodzaak het begrotingstekort binnen zeven jaar tot nul terug te brengen.

Pagina 5: Gingrich is een effectief schrikbeeld van Clinton

De reeks concrete maatregelen waarmee Clinton aan die algemene beginselen een concrete en herkenbare uitwerking gaf, hebben zijn populariteit bij de kiezers veel goed gedaan. Meer politie op straat, een V-chip waarmee ouders hun kinderen kunnen beschermen tegen geweld op televisie, een verlofregeling voor werknemers met een ernstig zieke in de familie, strenge beperkingen voor op jongeren gerichte reclame voor sigaretten, enzovoorts. Dat sommige van die maatregelen in strijd zijn met het beginsel van een bescheiden overheid deerde Clinton niet, en een groot deel van de kiezers kennelijk evenmin.

Dat er voor de federale overheid een belangrijke rol in het maatschappelijk leven is weggelegd heeft Clinton nooit ontkend, anders dan de ideologisch bevlogen Republikeinen die in 1994 onder aanvoering van Newt Gingrich het Huis van Afgevaardigden veroverden. Hij verkondigde weliswaar dat het tijdperk van een omvangrijk overheidsapparaat voorbij is, en tijdens zijn ambtsperiode nam het aantal overheidsemployees ook drastisch af - zij het vooral door de afslanking van het leger na de Koude Oorlog. Maar tegelijk herinnerde hij de Amerikanen aan de rol die de staat kan en moet spelen.

Na de bomaanslag op een overheidsgebouw in Oklahoma Stad, in 1995, kon hij zich niet alleen profileren als vader des vaderlands in moeilijke tijden, maar ook laten zien dat de anti-overheidskrachten te ver waren doorgeslagen. Alleen een krachtige staat kan bescherming bieden tegen zoiets als terrorisme, betoogde hij, en het is onzinnig alle ambtenaren af te schilderen als overbodige bureaucraten.

Zo maakte Clinton zich meester van het beste van twee werelden: vóór de overheid waar nodig, er tegen waar zij te groot is. Tot die methode, die vaak niet meer is dan het uit de weg gaan van een keuze, zou hij vaker zijn toevlucht zoeken. Zijn reputatie bij behoudende middengroepen deed hij veel goed door - tot afgrijzen van zijn linkse achterban - de strenge bijstandswet goed te keuren, die bijstandstrekkers verplicht te gaan werken. Maar de inkt van zijn handtekening was nauwelijks droog, of hij kondigde al maatregelen aan om de onaangename gevolgen van de wet weer ongedaan te maken. Want de eerste Democratische president sinds Roosevelt die een tweede termijn wint mag presideren over de ontmanteling van de verzorgingsstaat die Roosevelt heeft opgebouwd, hij wil zijn Democratische wortels niet helemaal vergeten.

In zijn campagne heeft Clinton de kiezers ook beloofd de begroting in evenwicht te zullen brengen, zonder de sociale voorzieningen aan te pakken die onontkoombaar op de helling moeten. Een minder inventieve en beweeglijke politicus dan het politieke slangenmens Clinton zou in de vervulling van die beloften een onmogelijke tegenspraak zien.

Het mag hem niet gelukt zijn het Congres voor de Democraten terug te winnen, de uitslag van gisteren was toch een enorme triomf. Hoewel hij van een Republikeins Congres meer te duchten heeft bij de verschillende affaires die hem boven het hoofd hangen, kan hij zijn rol van gematigde staatsman die boven de partijen staat misschien wel zo goed met een Republikeins Congres vervullen. De laatste weken van de zittingsperiode van het vorige Congres hebben met een stroom van wetgeving bewezen dat de combinatie van een president en een Congres van verschillende partijen niet altijd tot een impasse hoeft te leiden.

Gisteravond riep Clinton het Congres op met hem samen te werken. Het is een noodzaak voor hem, en tegelijk een mogelijkheid om in zijn tweede termijn zijn gematigde imago inhoud te geven. Op zijn beurt zei ook Gingrich gisteravond dat hij een hand uitstrekte naar Clinton.

In zijn eerste jaar als president heeft Clinton geleerd, vertelde hij eens aan een bevriend Congreslid, hoe belangrijk het is met zorg je vijanden te kiezen. Door Newt Gingrich als zijn vijand te kiezen, en zich in zijn campagne af te zetten tegen het duo Dole/Gingrich, in plaats van tegen alleen de gerespecteerde senator, speelde hij handig in op de geringe populariteit van Gingrich.

Dole's belangrijkste tactiek in de campagne was te laten zien dat hij betrouwbaar is, ofte wel: dat hij niet Bill Clinton is. Clintons belangrijkste tactiek was te laten zien dat hij niet Newt Gingrich is. Als schrikbeeld bleek Gingrich effectiever. Maar als Clintons oproep tot samenwerking gemeend is, zullen eerst de persoonlijke verhoudingen hersteld moeten worden.

    • Juurd Eijsvoogel