Dole niet overtuigend genoeg

WASHINGTON, 6 NOV. Onvermoeibaar heeft Bob Dole gestreden voor de overwinning in de presidentsverkiezingen, de laatste vier etmalen vrijwel zonder slaap. Uit opiniepeilingen moet hem allang duidelijk zijn geweest dat zijn kansen op het Witte Huis zo goed als verkeken waren. Maar van opgeven wilde de taaie veteraan niet weten.

Al tijdens de Republikeinse voorverkiezingen, begin dit jaar, traden de beperkingen van Dole als kandidaat aan het licht. Van zijn rivalen onderscheidde hij zich weliswaar door zijn enorme politieke ervaring en zijn reputatie op Capitol Hill zaken voor elkaar te krijgen. Als een van de meest ervaren en invloedrijke senatoren in een generatie werd hij bovendien gerespecteerd door collega's van beide partijen. Hij genoot de steun van vrijwel het gehele Republikeinse partijapparaat. En daarbij had hij een trouwe groep geldschieters die zorgden voor een goed gevulde verkiezingskas. Maar ondanks al die sterke punten miste hij een belangrijke eigenschap: het vermogen Republikeinse activisten aan de basis aan te vuren en kiezers enthousiast te maken.

Bijna brak hem dat al op bij de voorrondes dit voorjaar, toen marginale politieke figuren als de uiterst rechtse Pat Buchanan en de politieke debutant Steve Forbes opeens serieuze bedreigingen voor hem bleken. Na een korte maar felle strijd wist hij zich toch van de Republikeinse nominatie te verzekeren, maar hij kwam niet zonder schade uit het gevecht te voorschijn. In hun bittere aanvallen op Dole hadden zijn rivalen hem genadeloos afgeschilderd als de belichaming van de politieke cultuur in Washington die bij veel Amerikanen zo'n slechte reputatie heeft. Daarmee maakten ze het Dole bijna onmogelijk zich te laten voorstaan op zijn grootste verdienste voor het land: zijn meer dan dertig jaar lange, succesvolle carrière als wetgever en sleutelfiguur in het Congres.

De campagne leek maandenlang een slopend corvee voor Dole. Met zijn nuchtere instelling, zijn rammelende spreekstijl en zijn voorliefde voor gortdroge, nauwelijks verstaanbare grappen was hij meestal slecht op zijn gemak in de kunstmatig feestelijke ambiance van campagnezaaltjes en andere festiviteiten waar een kandidaat zich van zijn beste kant moet laten zien. Tandenknarsend moesten zijn medewerkers meer dan eens aanzien hoe hij elementaire wetten van het campagne voeren aan zijn laars lapte, en bijvoorbeeld speciaal voor de media op maat gesneden passages in zijn toespaken oversloeg of zodanig parafraseerde dat er geen touw meer aan vast te knopen viel.

Dat alles was te overkomen geweest als Dole de kiezers een duidelijk en geloofwaardig alternatief voor Bill Clinton had geboden. Al sinds het begin van de zomer geven opiniepeilingen aan dat Clinton weliswaar grote steun geniet, maar dat zijn populariteit niet diep gaat en dat weinig kiezers een grote verbondenheid met hem voelen. Het is Dole niet gelukt die zwakte van de president uit te buiten. Hij heeft de kiezers geen overtuigende reden gegeven de president de rug toe te keren, en voor Dole te kiezen.

De grote belastingverlaging die Dole beloofde had die reden moeten zijn. Maar Dole, die zich zijn hele loopbaan heeft verzet tegen de politiek-economische visie die aan dat plan ten grondslag lag, verspeelde er juist veel van zijn geloofwaardigheid mee. Terwijl Amerikanen toch hevig begaan zijn met het niveau van hun belastingen, wist Dole's belofte geen groot enthousiasme los te maken bij de kiezers. Ook zijn keuze voor Jack Kemp als running mate, sinds jaar en dag een profeet van belastingverlaging als middel voor economische groei, veranderde daar weinig aan.

De kiezers herinnerden zich wellicht de fraaie maar onvervulde belastingbeloftes van eerdere presidenten nog. George Bush voerde campagne met de leuze Read My Lips, No new Taxes, waarna hij, eenmaal in het Witte Huis, de belasting toch verhoogde. En Bill Clinton beloofde in 1992 als kandidaat een grote verlaging voor de middenklasse, maar kwam daar als president van terug.

Dole's bekering tot Reaganomics sloeg ook niet aan omdat de begrotingstekorten die de belastingverlagingen van president Reagan hebben veroorzaakt, nog altijd niet zijn weggewerkt. De Republikeinen in het Congres hebben er hard voor gewerkt om terugdringing van het tekort tot prioriteit te maken. Met behulp van talloze economen van naam hebben de Democraten betoogd dat Dole's belastingverlaging dat doel in gevaar zou brengen. Het belastingplan bleek niet het wondermiddel dat de campagne van Dole uit het slop kon halen.

Als jullie een Ronald Reagan willen, zal ik een Ronald Reagan zijn, beloofde Dole zijn Republikeinse aanhang meer dan een jaar geleden eens. Maar Dole overtuigt niet als Reagan, hij is ook geen Reagan, en zijn Republikeinse achterban zal daarover ook geen illusies hebben gehad. Maar Dole meende blijkbaar dat hij geen kans maakte als hij gewoon zichzelf bleef, de pragmatische, ervaren politicus uit het Congres, en daar had hij waarschijnlijk ook geljk in.

Als een trouwe partijman heeft Dole de afgelopen dagen onvermoeibaar het land bereisd. Met een minder grote inzet was hij ook eervol ten onder gegaan, maar had hij een groot aantal Republikeinse Congresleden in zijn val kunnen meesleuren. Nu bleek juist in die laatste dagen dat Dole wel degelijk een aanstekelijke campagne kan voeren. Met zijn aanvallen op de ethische ontsporingen van het Witte Huis vond hij eindelijk een toon die althans bij zijn Republikeinse achterban de onverschilligheid doorbrak. Maar een positieve boodschap waarmee hij een bredere groep kiezers kon aanspreken, heeft hij in al die maanden niet kunnen vinden.