Derde stad van Zaïre oogt na strijd als vuilnisbelt

GOMA, 6 NOV. De twee jongens van de rebellenbeweging breken de deur van de ambulance open. Zij lachen triomfantelijk. Daarna begeven zij zich naar de andere ziekenwagen op het erf van de villa van Mobutu. Twee ambulances stonden permanent paraat bij het 'paleis' van de president in Goma, hoewel hij er slechts enkele dagen per jaar doorbracht.

In de rest van de vervallen stad was geen enkele ziekenauto beschikbaar. 'De dief, de dief', roepen de rebellen als zij doorlopen naar vier gloednieuwe Mercedesssen van de 'baas van Zaïre'. “Mobutu's politieke loopbaan is voorbij en hij is ernstig ziek. Zaïre wordt door ons bevrijd”, verkondigt enkele uren later in Goma de rebellenleider André Ngandu Kissasse.

Goma, de derde grote stad die de rebellen in Oost-Zaïre drie dagen geleden innamen, oogt als een vuilnisbelt waarover op sommige plaatsen de zoete geur van rottend mensenvlees hangt. Meer dan in de steden Uvira en Bukavu werd er geplunderd, door de terugtrekkende Zaïrese regeringssoldaten en de bevolking. Winkels zijn opengebroken. Een man van middelbare leeftijd loopt heel beheerst weg met een ijskast op zijn hoofd.

Hadden in Uvira en Bukavu vorige week enkele dagen na de inname de rebellen de situatie goeddeels onder controle, in Goma is dat nog niet het geval. In het centrum van de stad klinkt plotseling geweervuur en plunderaars rennen in paniek alle kanten uit. Aan de westelijke kant van de stad zegt een rebel: “Van mij mag je doorrijden, maar het is daar nog gevaarlijk.” De rebellenleider, commandant Kissasse, beaamt dit: “We oefenen geen controle uit over de Rwandese vluchtelingenkampen enkele kilometers buiten de stad. Ex-Rwandese regeringssoldaten en de Interahamwe zwaaien daar de scepter.”

Enkele duizenden inwoners van Goma bleven achter in de stad, het merendeel mannen. “We weigerden met de regering van dieven weg te vluchten”, zegt Michael Mukumbilwa. “Ja, we namen een risico, maar het was veiliger dan weg te rennen.” Veel inwoners vragen zich nu af waar hun familieleden zich bevinden die met de Zaïrese soldaten wegtrokken. “Ik ben mijn hele gezin kwijt”, klaagt een oude man, “mijn kinderen en vrouw gingen met het oude leger mee.” Hij houdt een vrijwel leeg blik met meel op. “En voedsel heb ik ook niet meer.”

Iedereen praat druk over 'duizenden lijken'. Het hoofd van een stadswijk zegt lijken van vijf kennissen te hebben gezien. Bij de postbussen in het postkantoor ligt één dode man. De geur van de dood slaat je op verscheidene plaatsen in de stad in het gezicht. Een Zaïrese hulpverlener van het Rode Kruis rijdt met een vrachtwagen door de stad om de lijken op te ruimen. “Sinds gisteren hebben we ongeveer vijfhonderd lijken geborgen”, zegt hij. “Ze liggen begraven in een massagraf iets buiten de stad.”

Inwoners praten lovend over de rebellen. “Ze zeggen ons vrede in Zaïre te brengen en wij geloven ze”, zegt Michele Zabora. “Ze raden ons aan vooral niet te vluchten.” De 21-jarige George Kakule twijfelt nog. “Ik weet niet of ik blij moet zijn”, begint hij. “De rebellen kwamen mijn buurman halen en ze doodden hem. Waarom? Hij werkte voor de Zaïrese geheime dienst Snip. Maar hij was mijn vriend.”

Over de identiteit van de rebellen tasten ook de inwoners van Goma nog in het duister. Sommigen menen dat het om de Banyamulenge gaat, de Zaïrese Tutsi's die de opstand vorige maand begonnen in Uvira. Eerdere berichten als zou het bij Goma een groep betreffen die zich de Bangilima noemt, zijn vermoedelijk onjuist.

Commandant Kissasse die de rebellen bij Goma aanvoerde, ontmoette ik vorige week in het 400 kilometer zuidwaarts gelegen Uvira. Hij gaf daar een persconferentie samen met de vermeende leider van de opstand, Laurent Désire Kabila. Noch Kabila noch Kissasse is Tutsi. Zij begonnen in 1964 met hun strijd tegen het regime in Kinshasa tijdens de opstand van Pierre Mulele, een minister in de regering van de toenmalige premier Patrice Lumumba.

Het heeft er alle schijn van dat na de opstand van de Banyamulenge rond Uvira verscheidene rebellengroepen een los verbond hebben gesloten in de Alliantie van Democratische Krachten voor de Bevrijding van Congo-Zaïre (ADFL). Naarmate de strijd succesvoller ging verlopen werd dit verbond hechter. Ook bij Goma bestaan er sterke aanwijzingen voor betrokkenheid van het Rwandese regeringsleger. Er is tijdens de belegering van de stad door de rebellen vanaf Rwandees grondgebied geschoten. Ooggetuigen vertellen hoe bij de luchthaven van Goma een Rwandese commandant met zijn walkie-talkie bevelen gaf aan verschillende eenheden van de Zaïrese opstandelingen.

“Ons doel is om geheel Zaïre te bevrijden”, herhaalt Kissasse de doelstelling van de ADFL. “De Banyamulenge zijn slechts één groep die met ons vechten.” Kissasse noemt Kabila “de woordvoerder” van de ADFL. De rebellen houden zich volgens hem aan het eerder deze week afgekondigde staakt-het-vuren. “Er vecht niemand meer”, aldus Kissasse.

Hij nodigt de buitenlandse hulporganisaties uit onmiddellijk naar Goma terug te keren om de Rwandese vluchtelingen te helpen: “We willen een humanitaire catastrofe helpen voorkomen”. Voorwaarde is echter dat de gewapende elementen onder de vluchtelingen - de Hutu-militie Interahamwe en de ex-Rwandese regeringssoldaten - worden gescheiden van de anderen in de kampen. Wie dat moet doen? “De internationale gemeenschap”, antwoordt commandant Kissasse. In deze opdracht is de internationale gemeenschap de afgelopen twee jaar niet geslaagd, waarna de voedingsbodem was ontstaan voor de huidige opstand in Oost-Zaïre en de betrokkenheid daarbij van het Rwandese regeringsleger.

    • Koert Lindijer