Dat gesodemieter met de spelling

Om te beginnen zal ik mezelf eens flink op de borst kloppen. Ik ben iemand, helaas, die ook de kleinste drukfout ziet. Plaats één enkel cursief aanhalingsteken aan het begin van een citaat gezet in romein en ik haal het uit de drukproef. Ik ben dan ook in het gelukkige bezit van een klein schriftelijk attest waarin een vakvrouw op het gebied van de eindredactie verklaart dat 'dit' (het boek - een vertaling - waar het over gaat, doet nu verder niet toe) 'het beste persklaar gemaakte manuscript is' dat zij ooit onder ogen gekregen heeft.

En als het zo uitkomt, mag ik graag en passant verklaren dat ik destijds Battus' Opperlandse taal- en letterkunde persklaar heb gemaakt.

Maar het jaarlijkse spektakel van het Nationaal Dictee, in een landelijk dagblad en op de tv, ergert me. Waarom? Omdat het de indruk wekt dat spelling een zaak zou zijn van vakidioten en bollebozen, een soort van Olympische prestatie die alleen weggelegd kan zijn voor degenen die zich de godganse dag met niks anders bezig hoeven te houden dan met zulke onnozelheden als trema's en verbindingsstreepjes.

Ik maak deel uit van de redactie van een literair tijdschrift. Daar heerst een vrijwel anarchistisch regime, voorzover er zelfs maar sprake is van iets als een gevoerde eindredactie. Er wordt lichtjes gestreefd naar consequentie per afzonderlijke pennevoerder; evidente spelfouten en eventuele onhandigheden in grammatica of syntaxis worden inderhaast verholpen, en dat is het dan. Ik hoor er nooit iemand over en dat lijkt me ook verreweg het beste voor iedereen.

Goed. Hiermee heb ik dan de weg vrijgemaakt voor een kleine - zoveelste - bijdrage aan de schermutselingen rond het nieuwe Groene Boekje, dat tot mijn grote spijt en niet afnemende verbazing zonder slag of stoot is geaccepteerd door de wel zeer volgzame redacties van kranten en uitgeverijen. Ik vind haar volmaakt absurd, deze vergaande overheidsbemoeienis met hoe er geschreven en gespeld moet worden. Waarom heeft dit paarse kabinet - leve de privatisering immers! - een en ander niet gewoon overgelaten aan 'de markt', wat in dit verband wil zeggen: Van Dale, Wolters en Het Spectrum?

Waarom toch dit voortgezette geknoei en geknutsel? Dat er, voor de zoveelste keer, toe zal bijdragen dat een heleboel poëzie en proza - nu juist door trefzekere hand tot grote vormvastheid geraakt - kleerscheuren oploopt, en er op den duur dus gegarandeerd armoedig bij zal lopen? Waarom opnieuw een verouderingsmachinerie in werking gezet die alleen maar schade aanricht, niet aan het oeverloze gelul van alledag, niet aan de amechtig voortzwoegende vergadertaal, niet aan het snel vergelende idioom van de kilo's rapporten of de van elk gewicht verstoken A-viertjes, maar nu juist aan het allerbeste dat dank zij taal beklijven kan: de complete geschreven cultuur?

Het is allemaal, bij de voorlaatste spellingsstorm, al eens eerder gezegd; en heel goed gezegd ook, door onder anderen Harry Mulisch en Rudy Kousbroek. Het komt in alle eenvoud hier op neer. Conservatisme op het gebied van de spelling houdt het verleden toegankelijk - zonder enig speciaal ongemak met zich mee te brengen voor wie nu schrijft of schrijven leert. Nog nooit daarentegen is enige bevolkingsgroep plotseling beter gaan spellen na een spellingshervorming. Zo zit dat.

Spelling behoort dan ook geen zaak te zijn van de politiek en al helemaal geen zaak van een monstrum als die vermaledijde Taalunie - die van begin af aan heeft geknisperd van de taalpolitieke tegenstellingen. Aan zulke tegenstellingen hebben we nu juist dat onding - het vorige Groene Boekje - te danken. Met zijn onwijze, nu eens de kool (dat wil zeggen: de latijnse c), dan weer de geit (dat wil zeggen: de germaanse k) sparende voorkeurspelling.

Wat een verschrikkelijk saai onderwerp zou die hele spelling zijn, als zij niet zulke verregaande consequenties had. Maar wat te doen, als je pertinent geen zin hebt in bijvoorbeeld die beukennootjes? Dat is nog steeds de vraag. Een poosje geleden las ik dat uitgever Wouter van Oorschot het Groene Boekje Deel Twee in de kast zal laten staan. Ik acht dat eerlijk gezegd het enige juiste standpunt. Ik heb er niet eens een aangeschaft. Wel heb ik al een vergelijkbare privé-maatregel getroffen, door de uitgeverij waar mijn werk verschijnt te verzoeken gevrijwaard te mogen blijven van de al genoemde beukennootjes en zo meer. Welk verzoek gerespecteerd zal worden. Ik zou haast zeggen: uiteraard. Want spellen, dat is schrijven; lang voordat schrijven lezen wordt.

    • Nicolaas Matsier