Alize Zandwijk regisseert Vrijdag van Hugo Claus als vergeefse boetedoening; Zoektocht naar de onderkant van de emoties

Hugo Claus liet zijn toneelstuk Vrijdag op een vrijdag in première gaan, maar regisseur Alize Zandwijk hecht geen waarde aan zulke symboliek. De première van haar Vrijdag-enscenering is vanavond, op een woensdag dus. 'Vrijdag' heeft bij Claus een religieuze, katholieke betekenis. Ook Zandwijks geseculariseerde versie gaat over sombere zaken zoals schuld en boete.

'Vrijdag' is tot en met 21 december te zien in het theater van Stella, Nobelstraat 23, Den Haag. Inl. 070-3642505.

“Het is een aanslag, die voorstelling”, verzucht Alize Zandwijk. Ze heeft net de eerste try-out achter de rug en ziet er nu uitgeput uit. Vrijdag vertelt het verhaal van de Vlaamse arbeider Georges Vermeersch, die uit de gevangenis komt na veroordeeld te zijn voor incest met zijn dochter. Thuis ontdekt hij dat zijn vrouw intussen met de buurman een baby heeft gemaakt. Zo samengevat klinkt het nogal drakerig en je kunt het stuk, hoe mooi ook, inderdaad als een melodrama brengen.

Alize Zandwijk echter tracht sentiment te vermijden terwijl ze de personages toch een warm hart toedraagt. “Het trieste”, zegt ze bijvoorbeeld over Georges, “is dat die man gevangen blíjft. Van de nachtmerrie in zijn hoofd probeert hij af te komen door ruzie te trappen, door zijn vrouw te tarten. Maar zijn schuldgevoelens en die obsessie met zijn dochter raakt hij gewoon niet kwijt.”

Aan het slot van stuk en voorstelling ensceneert de man een ritueel om zijn geweten te kuisen. Hij draagt vrouw en buurman op nog één keer met elkaar naar bed te gaan, opdat beide partijen met elkaar quitte komen te staan. Incest aan de ene kant, een buitenechtelijk kind en schaamteloze ontrouw aan de andere kant: die zonden wegen mooi tegen elkaar op, meent Georges Vermeersch berekenend.

Bij Hugo Claus, die zijn stuk in 1969 schreef, is dit ritueel ingebed in een reeks vrome handelingen, zoals een van harte beleden biecht. Zijn drama laat de mogelijkheid open dat al die moeite van de hoofdpersoon om met zichzelf in het reine te komen uiteindelijk niet voor niets zal zijn. De zondaar wacht vergiffenis en zelfs verlossing. Maar Zandwijk, die weinig op heeft met het katholicisme, wil daar niks van weten. “Het zou toch vreselijk zijn als de rekensom van die Georges zou opgaan? Als hij zijn handen schoon zou kunnen wassen door één extra slippertje van zijn vrouw? Ga ik daarin mee, dan ontken ik de ernst van die incest. Ik wil voorkomen dat mensen in de zaal die zelf zoiets hebben meegemaakt het theater woedend verlaten.”

Ze herinnert zich de Vrijdag in de regie van Sam Bogaerts, zeven jaar geleden bij Toneelgroep Amsterdam: “Bij hem gloorde er wèl nog licht. Mijn voorstelling is destructiever, harder. Dat moet van mij, want ik geloof niet dat die incest er minder erg op wordt als je beseft dat de dochter al negentien is. Je kunt wel denken: dat kind is al volwassen, ze heeft het zelf uitgelokt. Maar juist op het moment dat zij in een dolle bui haar rok optilt moet pa z'n poten thuishouden.” Alize Zandwijk lacht: “Ik ben wel een moralist maar geen regisseur met een geheven wijsvingertje. Ik wil de toeschouwer alleen maar aan het nadenken zetten.”

Haar regies van de laatste jaren, zoals Mensch Meier van Franz Xaver Kroetz, Kot naar Suiker van Hugo Claus en nu dan Vrijdag, doen vermoeden dat Zandwijk speciale belangstelling heeft voor de onderkant van de samenleving, voor de pechvogels, de zwoegers en de sukkels. Maar zelf zegt ze: “Het gaat mij niet om het leveren van maatschappijkritiek of om het portretteren van een sociaal milieu. Misschien maken mijn voorstellingen zo'n rauw-realistische indruk omdat ik de onderkant van menselijke emoties opzoek. Ook in Shakespeares koningsdrama's, ook in de hoogste kringen.”

Zij komt uit 'zo'n niksig ambtenarengezin', de grauwe middelmaat. Haar jeugd bracht ze door in de Achterhoek en op haar achttiende ging ze naar de toen net geopende Academie voor Expressie in Kampen. Anneke Blok, nu Trust-actrice, zat bij haar in de klas, net als Hans van den Boom, de dramaturg met wie zij sindsdien altijd samenwerkt: “Het was een bijzondere club.” Bij Toneelgroep Amsterdam maakte Zandwijk King Lear en nog een paar juichend ontvangen voorstellingen met scholieren. Nu komen de meeste produkties van haar uit bij Stella Den Haag, oorspronkelijk een voorziening voor jeugdtheater. Sinds 10 april heeft ze een zoon en verder vindt de 35-jarige theatervrouw haar biografie irrelevant: “Ik kan m'n eigen leven heel goed scheiden van mijn regiewerk.”

Niet dat ze tijdens dat werk als een koele kikker bekend staat. Wanneer zij de spelers coacht gaat dat gepaard met 'veel gekrijs' en 'hartstochtelijk gehamer op de inhoud, in de hoop dat het verhaal het publiek zal bereiken.' “Ik houd van geloofwaardigheid, niet van 'toneeltje spelen'. Ironische distantie vind ik onzin. Virtuositeit zegt me meestal helemaal niets. Acteurs moeten op het scherpst van de snede spelen, ze mogen daar niet onderuit komen met behulp van trucs en maniertjes.” Wat wèl mag van Alize Zandwijk: een toneeltekst grondig snoeien. “Ook al kort ik een stuk in, ook al bewerk ik het flink, toch neem ik zo'n stuk bloedserieus. Hoofdzaak is dat je de kern weet te raken.”

In het geval van Vrijdag heeft ze trouwens alleen de eerste bladzij geschrapt. Dat de voorstelling toch kort duurt (één uur en drie kwartier, tegenover drie uur bij Sam Bogaerts) komt door 'die bezetenheid van hoofdpersoon Georges'. In de try-out speelde Herman Gilis deze ex-zedendelinquent met tomeloze energie; als een elektrisch geladen deeltje ging hij tekeer. “Ik kies mijn spelers zorgvuldig uit”, zegt Zandwijk. “Hoe groter hun persoonlijkheid, des te beter.” De vier personen tellende cast van Vrijdag bestaat, op de Nederlandse Lieneke le Roux na, geheel uit Vlamingen: “Niet omdat Vlamingen beter spelen, want dat is helemaal niet waar, maar omdat Claus' kunsttaal, een prachtig mengsel van Westvlaams, Oostvlaams en belegen ABN, dan lekkerder bekt.” En ze rept zich weer naar de acteurs.