Zwiepende Zwaan vooral psychisch probleem

ROTTERDAM, 5 NOV. De gebleken windgevoeligheid van de Rotterdamse Erasmusbrug is vooralsnog eerder een psychologisch probleem dan een veiligheidsprobleem. Wel zouden op den duur, als tegenmaatregelen uitblijven, vermoeiingsverschijnselen in de stalen tuidraden kunnen optreden die de levensduur van de draden verkorten. Maar het lijkt niet al te moeilijk de problemen het hoofd te bieden. “Met een paar miljoen is het waarschijnlijk wel verholpen.”

Dat meent dr.ir. J. Blaauwendraad, hoogleraar constructieleer aan de Delftse faculteit civiele techniek, die het voorbehoud maakt de details van het brugontwerp niet te kennen. Als waarnemer op afstand meent hij dat aanslag van de tuidraden door een ongelukkige windvlaagfrequentie inderdaad de oorzaak is van de problemen. In een omgekeerde causaliteit, die waarbij het wegdek onder invloed van windvlagen in trilling raakt waardoor ten slotte de tuidraden gaan zwiepen, gelooft hij niet. “De gevoeligheid van het wegdek voor windbelasting is je hoofdzorg bij de analyse van windinvloeden. Dat onderzoek je in windtunnels en met windsimulatoren.”

De voorlopige analyse is dat een aantal tuidraden door windvlagen of turbulenties rond de brug makkelijk in een voorkeurfrequentie wordt gebracht. (Dat is de frequentie waarin ook een schommel het liefst schommelt.) De eigenfrequentie wordt bepaald door het materiaal van de tuidraden, hun doorsnede, lengte en spanning. Dat betekent dat de eigenfrequentie van tuidraden van een bestaande hangbrug niet makkelijk meer is te beïnvloeden. Hoogstens is de spanning in de tuidraden te veranderen door het gewicht van het wegdek aan te passen.

Er zijn andere mogelijkheden. In principe is ook de demping van de tuidraden te verbeteren. De tuidraden van de Erasmusbrug hebben speciale demperelementen op de plaatsen waar ze met het wegdek zijn verbonden. Maar vanaf de zijlijn meent Blaauwendraad dat het het meest voor de hand ligt om het windprofiel van de draden te veranderen. Kleine veranderingen in de ronde dwarsdoorsnede van de tuidraden kunnen van doorslaggevende invloed zijn op de windaanslag. Bij sommige buitenlandse bruggen zijn achteraf wel speciale vinnen op tuidraden aangebracht om de windaanslag te verminderen.

In het voorstel om de tuidraden onderling te verbinden, ziet Blaauwendraad niets. Het ondervangt misschien wel de slingering in het vlak door de tuidraden, maar niet dwars daarop. Blaauwendraad gelooft niet dat het nogal geforceerde ontwerp van de brug een ongunstige rol speelt in de huidige moeilijkheden. “Al zat een rechtgeaarde brugontwerper natuurlijk wel met kromme tenen toe te kijken. Het architectonische heeft gedomineerd omdat Rotterdam zo nodig een landmark moest hebben. Wij als conctructeurs zeiden: je bent wel slordig bezig.”