Spanje tot alles bereid voor EMU

MADRID, 5 NOV. Haalt Spanje 1999? Of liever: zal de Spaanse overheidssector dusdanig gekuist zijn dat het land straks mee mag doen in de eerste linie van de landen in de Economische en Monetaire Unie? “De regering werkt er hard aan dat te bereiken”, verklaarde minister van Financiën Rato onlangs in een interview. “Op dit moment zijn er aanzienlijk meer mensen die geloven dat we het kunnen halen dan zes maanden geleden.”

Dat laatste is waar: de financiële markten hebben positief gereageerd op Spanjes jongste inspanningen. De nieuwe regering van premier Aznar blaakt van zelfvertrouwen. Vorige week passeerde de begroting ongeschonden het parlement. Daarmee is de strengste begroting sinds Franco een feit: een bezuiniging van 600 miljard peseta (acht miljard gulden) in de vorm van een bevriezing van de ambtenarensalarissen, bijna tien procent korting op de uitgaven en ruim zeven procent terugdringing van de overheidsinvesteringen.

De regering vertrouwt erop dat de economie volgend jaar 3,3 procent groeit, zodat de werkloosheid met 2 procent daalt. Dat moet ruim een miljard gulden besparen. Het begrotingstekort, dat dit jaar nog op 4,4 procent wordt geschat, zal reeds volgend jaar teruggebracht zijn tot het convergentiecriterium van 3 procent. Met een inflatie die voor het komende jaar op 2,6 procent wordt vastgesteld, zou verdere daling van de rente eveneens in het verschiet liggen. Het gaat derhalve goed met Spanje, meent de regering. Uit onverwachte hoek kreeg de euforie een impuls met een publicatie van Mario Gaviria, veteraan onder de Spaanse sociologen en zeker geen vriend van het kabinet. Spanje moet eens ophouden met zijn gesomber, want het land staat er rooskleuriger voor dan de cijfers willen doen geloven, meent hij. De werkloosheid beweegt zich eerder om de 12 dan de 22 procent. De afgelopen dertig jaar groeide de economie met gemiddeld 4,5 procent per jaar en de export neemt toe. Als de trend zich doorzet, zal het land nog voor de eeuwwisseling Canada verstoten als het zevende land binnen de G7, aldus Gaviria.

Tot zover het goede nieuws. Want in financiële kringen in Noord-Europa knaagt de twijfel over de Spaanse aspiraties. Zo sprak eerder dit jaar ABN-Amro bestuurder Van Tets in El País openlijk zijn twijfels uit over de toetreding van Spanje. Een Europese munt kan heel goed zonder Spanje van start, meende de bankier. De recente verzekering van premier Aznar dat hij niet zal proberen via een achterdeurtje alsnog aan de strenge criteria te morrelen, heeft het vertrouwen er niet groter op gemaakt. Er zijn enkele zwakke schakels aan te wijzen die de Spaanse bezuinigingen allesbehalve structureel maken. Zo sloot de regering met de bonden een akkoord waarbij de dure staatspensioenen gehandhaafd blijven. Van een radicale aanpassing van het systeem is geen sprake. Met het schrikbeeld van Frankrijk voor ogen koos de regering voor het vermijden van sociale onrust, maar tegen een prijs die vooral na het jaar 2000 wel eens hoog zou kunnen oplopen.

Iets soortgelijks geldt voor de gezondheidszorg. Bij alle ambtenaren die straks hun salarissen bevroren zien, hoort niet de groep van artsen en specialisten binnen de overheidsgezondheidszorg. Met een algemene staking vorig jaar wisten de artsenbonden hun salarisverbetering voor de komende jaren contractueel veilig te stellen. Een poging van de huidige regering om de kosten van de zorg terug te dringen door een eigen bijdrage leed eveneens schipbreuk nadat er een golf van verontwaardiging losbarstte.

Verreweg het meest in het oog springende voorbeeld van financiële toegeeflijkheid was de afgelopen weken het nieuwe financieringsstelsel voor de autonome regio's. Het kabinet riep veel kritiek over zich af met een aantal belastingmaatregelen, waarbij rijkere regio's als Catalonië en Baskenland in staat worden gesteld een groter deel van de inkomstenbelasting op te eisen. In Baskenland ging de regering nog verder door een aantal accijnzen en heffingen naar de regio af te schuiven. Een en ander is bedoeld om steun van nationalistische partijtjes aan het minderheidskabinet te garanderen. De politieke commotie rond de toezeggingen is groot: velen vrezen dat de staatsrechtelijke samenhang van Spanje door de maatregelen in het geding komt. Financieel is de zorg niet minder. Ondanks de bezwerende woorden van minister Rato dat het nieuwe stelsel zeker niet duurder en wellicht zelfs goedkoper uit kan vallen, is het kabinet er nog niet in geslaagd een helder overzicht te geven van de kosten op langere termijn. Oppositieleider González buit de schimmigheid rond het nieuwe stelsel uit door de regering uit te dagen opening van zaken te geven. Wordt een deel van de structurele problemen naar de toekomst verschoven, uit het verleden vallen ook met enige regelmaat lijken uit de kast. Zo waarschuwde de Rekenkamer al onder González dat eerdere begrotingen op ruime schaal werden overschreden. De regering wimpelde de kritiek geërgerd af onder verwijzing naar een verschil in rekenmethodes. Toch bleef het beeld hangen: budgetdiscipline is niet de sterkste kant van de Spaanse overheid en geniet ook onder dit kabinet geen prioriteit.

Dit terwijl de nieuwe regering kort geleden onaangenaam verrast werd door onbegrote overheidsuitgaven over 1995 van meer dan 9 miljard gulden. Inmiddels is met speciale staatsleningen en hogere accijnzen op alcohol en tabak getracht dit vuiltje weg te werken. Maar de staatschuld - in 1992 48 procent van het bbp - is inmiddels opgelopen tot 67 procent en onduidelijk is of deze trend te stoppen is. Verkoop van staatsbedrijven zou wellicht de druk kunnen verminderen. De weinig behoedzame aankondiging van regeringswege dat het hele staatsbezit zo snel mogelijk op de markt gegooid wordt, had echter spectaculaire koersdalingen tot gevolg. De plannen zijn in de ijskast gezet.

    • Steven Adolf