Sombere boodschap in L'Orfeo

Voorstelling: L'Orfeo van C. Monteverdi door de Nederlandse Opera, Tragicomedia en Concerto Palatino o.l.v. Stephen Stubbs. Gezien: 4/11 Muziektheater Amsterdam. Herhalingen t/m 28/11; 11 t/m 16/7 1997.

Pierre Audi, de artistiek directeur van de Nederlandse Opera en met zo'n vijftien voorstellingen in zes jaar ook de produktiefste regisseur in Amsterdam, kreeg gisteren de Prijs van de Kritiek uitgereikt door de Kring van Theatercritici. Dat gebeurde in de pauze van de eerste uitvoering van de reprise van Monteverdi's L'Orfeo, die in mei vorig jaar in première ging. De voorstelling wordt in juli volgend jaar nog enkele malen herhaald en dan voor tv opgenomen. In 1998 volgen dan nog als slot van de Monteverdi-cyclus een reprise en tv-opnamen van Monteverdi's Il ritorno di Ulisse in Patria, waarmee Audi nu zes jaar geleden zijn Nederlandse regie-debuut maakte.

De prijs van de critici, uitgereikt door Jan Baart, was nadrukkelijk bedoeld voor de door Audi geregisseerde en veel geprezen Monteverdi-cyclus, maar tevens voor het ook internationaal opzienbarende artistieke belang dat hij heeft verleend aan de programmering van de Nederlandse Opera. In zijn lofrede prees Jan Nuchelmans, programmeur van het Festival Oude Muziek, Audi om de eenvoud, de soberheid en de 'gewone menselijkheid' van zijn voorstellingen.

L'Orfeo, het verhaal over de zanger Orfeus die zijn dode geliefde Euridice mag ophalen uit de onderwereld, haar daar toch weer verliest en in de hemel wordt opgenomen, is daarvan een voortreffelijk voorbeeld. Audi toont hier de aarde, de onderwereld en de hemel als menselijke projecties. Ze zijn geen gescheiden werelden, ze zijn complementen van elkaar, ook elkaars spiegelbeelden, ze lopen in elkaar over en vallen soms samen.

Datzelfde geldt voor goden en mensen: ze verschillen niet wezenlijk van elkaar. Ook leven en dood zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, liggen in elkaars verlengde en kunnen ook samenvallen. Na de dood van Euridice is Orfeo immers een levende dode, voor wie het verder leven geen zin meer heeft.

Op aarde vindt Orfeo geen geluk meer, in de onderwereld ook niet en in de hemel evenmin: de schim van Euridice keert zich van hem af. Audi heeft hier een somber commentaar op het opgewekte antieke en renaissancistische idee over onsterfelijke kunst, dat uiteindelijk alles in enigerlei vorm wel goedkomt. Voor de dood, voor het sterven van liefde en geluk, zijn geen gemakkelijke oplossingen: zelfs Apollo, god der kunsten en 'deus ex machina', kan Orfeo geen vrolijke onsterfelijkheid bezorgen.

De intense en beklemmende voorstelling wordt onder leiding van Stephen Stubbs weer prachtig begeleid door de authentieke ensembles Tragicomedia en Concerto Palatino. In de fors gewijzigde en goede vocale cast wordt de titelrol nu vervuld door de beroemde John Mark Ainsley, die dat uitstekend doet, al kan zijn vertolking mij niet constant beroeren. Brigitte Balleys is een aangrijpende boodschapster van de dood van Euridice.

De bijzonderste stem is die van David Cordier, die als verpersoonlijking van De Muziek de proloog zingt. Hij doet dat alsof hij in zijn keel tegelijkertijd een fluit en een hobo heeft, met de kracht van een klaroen. 'Zingend bij mijn gouden lier pleeg ik het oor der stervelingen te strelen.' Even later vernielt hij zijn lier: de voorbode van het leed, de onmacht van de kunst.

    • Kasper Jansen