Schaatsbond verwijt Ritsma geldzucht

UTRECHT, 5 NOV. Is Europees- en wereldkampioen schaatsen Rintje Ritsma een ordinaire geldwolf die de schaatsbond probeert uit te zuigen of is hij een onbaatzuchtig strijder voor gelijke rechten? Dat is de vraag. Uit het vonnis dat de Utrechtse rechtbankpresident mr. P. Broekhoven volgende week dinsdag wijst, zal het antwoord kunnen worden gedestilleerd. Dat is vier dagen voordat in Deventer met de IJsselcup het seizoen langebaanschaatsen begint.

Ritsma spande onlangs een kort geding aan, dat gistermiddag in Utrecht diende. De kampioen, die zich momenteel in Inzell voorbereidt, wil bewerkstelligen dat de Koninklijke Nederlandsche Schaatsenrijders Bond (KNSB) hem voor prestaties op het ijs op dezelfde wijze beloont als de kernploegleden Ids Postma, Martin Hersman, Jeroen Straathof, Gianni Romme en Bob de Jong. Tijdens internationale wedstrijden maakt Ritsma deel uit van de nationale selectie en als zodanig moet hij zich volgens de KNSB aan de regels van de bond onderwerpen.

In besprekingen die sinds de zomer werden gevoerd, kwamen de zaakwaarnemer van Ritsma en de bond niet tot een akkoord. Vlak voor het geding diende, werden ze het wel eens over de criteria waaraan Ritsma moet voldoen om te kunnen deelnemen aan de eerste World-Cupwedstrijd, eind deze maand in Berlijn.

Bondsadvocaat mr. E. Vilé verweet Nederlands beste schaatser gisteren dat hij van twee walletjes wil eten. Aan de ene kant is Ritsma verzekerd van een lucratief contract (tot na de Olympische Spelen in Nagano van 1998) als rijder bij het privéteam van hoofdsponsor Sanex. Daarnaast stelt hij financiële eisen aan de bond. “De vergoedingen die wij hem bieden, zijn heel redelijk”, aldus Vilé. “De bond is trots en zuinig op Ritsma, hopelijk is Ritsma ook zuinig voor de bond”, zei Vilé. “Inderdaad, de bond is zuinig voor Ritsma”, aldus de raadsman van de schaatser, mr. E. Knijff. “In financiële zin is dat juist.”

Premies die de bond Ritsma bij het behalen van podiumplaatsen biedt, zijn lager dan voor de leden van de kernploeg. Ritsma is een vergoeding aangeboden op basis van de maximaal 54 dagen waarop hij deel uitmaakt van de nationale selectie en dus ook de KNSB-kleding met sponsornamen van de bond draagt. Die 54 dagen zijn de optelsom van alle weekenden waarin de World-Cupwedstrijden, het EK-allround, het WK-allround en het WK-afstanden worden verreden. De leden van de kernploeg ontvangen hogere vergoedingen, omdat zij 166 dagen in KNSB-kleding gehuld zijn. Volgens Ritsma's advocaat zou het reëler zijn om de vergoeding te baseren op het aantal uren dat grote schaatsevenementen op televisie te zien zijn.

Bondsadvocaat Vilé verwees naar het arbeidsrecht, dat bepaalt dat het in geval van ongelijke omstandigheden gerechtvaardigd kan zijn om af te wijken van het principe van gelijke behandeling. De premies uit de prijzenpot van KNSB-sponsor Aegon zijn wel voor alle schaatsers gelijk.

Als de bond “volhardt bij de ongelijke behandeling”, dan kan volgens de raadsman van de schaatser niet worden verwacht dat hij bij internationale wedstrijden de officiële kleding van de KNSB-sponsoren Aegon en Deloitte & Touche draagt. De bond verdenkt de schaatser ervan dat hij er louter op uit is, elke wedstrijd in zijn blauwe Sanex-pak op het ijs te staan. Uit het Ritsma-kamp volgde een pertinente ontkenning.

Wopke de Vegt dwong een jaar geleden bij de rechter af dat hij in eigen sponsorkleding, die van Sanex, op het ijs Ritsma mag coachen. De bond wil dat de kampioen zich tijdens internationale wedstrijden laat begeleiden door Henk Gemser, coach van de herenkernploeg. Omdat Ritsma daar niets voor voelt, wil de KNSB er genoegen mee nemen dat De Vegt 'neutrale' kleren aantrekt. Maar met het vonnis van 1995 in de hand heeft De Vegt lak aan die eis.

De bond legde vorige week de kiem voor een nieuw conflict met De Vegt. Een aantal trainers, onder wie De Vegt, ontving toen bericht dat zij nog geen trainerslicentie hadden. Elk jaar moet zo'n licentie bij de bond worden aangevraagd. Vorig seizoen had De Vegt evenmin zo'n licentie, die rijders en schaatsers rechtstreeks aan de KNSB bindt. Momenteel heeft De Vegt geen enkele band met de bond. Dat er vorig jaar niet werd gecontroleerd wie wel en wie geen licentie had, was 'stom' van de kant van de bond, zegt KNSB-voorzitter W. Schenk, maar geen reden om ook dit seizoen de regels niet na te leven. “We zijn daar nu alerter op.”

En wat gebeurt er als De Vegt straks geen trainerslicentie verwerft? Schenk: “Dan heeft hij een probleem.” Dat De Vegt destijds als bondscoach van de herenkernploeg wel over een licentie beschikte, maakt volgens Schenk niet uit. Een coach moet zich voortdurend bijscholen, zelfs als hij een wereldkampioen als Ritsma aflevert.