Nog geen vervolging van ex-premier Spanje

MADRID, 5 NOV. Voormalig premier en thans oppositieleider Felipe González hoeft vooralsnog niet voor de rechter te verschijnen in verband met de zaak rond de doodseskaders die Spanje de afgelopen jaren in zijn greep heeft gehouden. Een college van tien rechters van de Spaanse Hoge Raad besloot in de afgelopen nacht in een verdeelde stemming dat González niet zal worden opgeroepen in verband met een ontvoeringskwestie die in 1983 speelde.

Na een dag van openbare rechtszitting en bijna zeven uur vergaderen achter gesloten deuren presenteerde de Hoge Raad om kwart voor een afgelopen nacht zijn besluit. Een krappe meerderheid van zes rechters meent dat er onvoldoende bewijs bestaat om González voor de rechtbank te dagen. Vier leden van de Hoge Raad stemden evenwel voor het oproepen van de ex-premier om nadere uitleg te geven over de zogenaamde GAL-doodseskaders, die in de jaren tachtig zeker zesentwintig vermeende leden van de Baskische terreurbeweging ETA ombrachten.

Het besluit van de Hoge Raad is een grote opluchting voor de socialistische partij PSOE. De mogelijkheid dat González voor het gerecht had moeten verschijnen als getuige-verdachte verlamde de afgelopen maanden de oppositie. Maar ook aanhangers van de nieuwe centrum-regering van premier Aznar toonden zich al dan niet openlijk weinig gelukkig met een mogelijke vervolging van de oppositieleider.

De beschuldiging dat González direct betrokken was bij het oprichten van de doodseskaders werd in juli 1995 geuit door een vroegere socialistische voorman in Spaans Baskenland, Ricardo García Damborenea. De aanklacht van Damborenea, die zelf zijn medewerking aan de GAL ronduit toegeeft, stortte de regering-González in een diepe crisis die uiteindelijk leidde tot de voortijdige val van het socialistische kabinet. Ook de voormalige directeur van politie Luis Roldan - die wordt vervolgd wegens grootscheepse fraude en corruptie - en nog een socialistische functionaris ondersteunden de beschuldigingen.

Een meerderheid van de rechters meent echter dat de beschuldigingen te weinig bewijs vormen om een gerechtelijke vervolging van González mogelijk te maken. Voormalig vice-premier Narcis Serra en de socialistische partijman Txiki Benegas zijn intussen ontslagen van verdere vervolging.

Staatsaanklager Juan Ortiz Urculo, die gisteren voor de Hoge Raad verscheen, noemde het huidige bewijs onvoldoende en ongeloofwaardig, en wees er op dat alleen bij nieuw bewijsmateriaal in een van de GAL-onderzoeken sprake kan zijn van het oproepen van de vroegere premier door een rechtbank.

De zaak waar de Hoge Raad vannacht een besluit over nam betreft de ontvoering van een Baskische zakenman, die per abuis door de GAL-doodseskaders was aangezien voor een belangrijke ETA-terrorist. Naast deze kwestie loopt een aantal parallelle onderzoeken naar de verschillende moorden die door de GAL werden gepleegd. Inmiddels zijn verscheidene voormalige topfunctionarissen en politici die onder de vroegere kabinetten-González werkzaam waren in staat van beschuldiging gesteld in verband met de GAL-acties. Onder hen bevinden zich voormalig minister van Binnenlandse Zaken José Barrionuevo en ex-staatssecretaris van Staatsveiligheid Rafael Vera.