Nederlandse muziek (1)

Staatssecretaris Nuis geeft blijk van een schromelijk tekort aan muziekkennis en inzicht in de praktijk van het Nederlandse concertbedrijf. Anders zou hij niet op de absurde gedachte zijn gekomen de orkesten in dit land te verplichten hun repertoire uit te breiden met een quotum van zeven procent Nederlandse muziek (28 oktober).

De bewindsman spant het paard achter de wagen, omdat hij in zijn ijver voor het tot uitvoering brengen van nieuwe en oude Nederlandse muziek vergeet dat het samenstellen van goede concertprogramma's vanuit duidelijke creatieve intenties ook een vorm van componeren is. Je kunt niet, zoals kennelijk in Argentinië en de voormalige DDR, maar willekeurig binnenlandse- en, in ons geval, Nederlandse stukken programmeren, zodat van enige samenhang met de overige composities van een concert geen sprake is.

Het uitgangspunt van creatieve, innoverende concerten, waarin trouwens het klassieke repertoire niet mag ontbreken, is in zijn meest ideale vorm een 'thema met variaties'. Zo kan ik me een op Azië geïnspireerd concert voorstellen waarin de Haiku's van Ton de Leeuw voortreffelijk te combineren zijn met het recente 'Een Indisch Requiem' van Peter Schat, en 'The Jungle Book' van Koechlin of 'November Steps' van Takemitsu.

Méér pluriformiteit in het aanbod van de orkesten is mogelijk, met name in de wijze waarop die veelzijdigheid evenwichtig gestalte krijgt. Dat daarin de Nederlandse muziek regelmatig moet meeklinken, spreekt vanzelf.

    • F. op de Coul