Multimedia

Het artikel 'Chaos bedreigt het nieuwe medialandschap' van de heren Alberts en Greven (28 oktober) sterkt mij in de overtuiging dat we niet in staat zijn de omroepproblematiek op een voor alle partijen aanvaardbare wijze op te lossen. Echter, er is hoop. Het probleem lost zichzelf op, daar hoeft niemand iets aan te doen.

Aan de horizon van het verschrompelende omroeplandschap verschijnt een heel nieuw multimedialandschap. Daarin is geen plaats meer voor avondvullende programma's die de gebruiker kan zien op het moment dat de aanbieder dat wenselijk vindt. De kijker bepaalt zelf wat hij wil zien en op welk moment. Door het geleidelijk wegvallen van het onderscheid tussen tv en PC is er voor de consument geen verschil meer tussen het raadplegen van informatie op de PC via Internet of het kijken naar een film op de tv. De snelle toename van interactieve produkten en diensten zal het traditionele verschil tussen aanbieder en gebruiker doen vervagen. Everybody becomes publisher. Dit betekent dat de traditionele omroepen met een ledenbestand als lineaire programma-aanbieders zullen verdwijnen.

Vanuit deze visie kan ik de huidige discussies over wel of niet horizontale programmering, pluspakketten, doelgroepzenders, tientjesleden, omroepbladen, aantal netten enzovoort niet anders beschouwen dan als gedateerd en nauwelijks meer relevant. Het ware daarom beter dat de energie die de omroepen en de politiek in deze discussies stoppen, wordt aangewend om eens na te denken over de sterke en zwakke punten van de omroepen in het licht van de toekomstige multimedia-ontwikkelingen. Op deze manier kunnen de omroepen hun ervaring en deskundigheid toekomstgericht inzetten om zich klaar te maken voor de nieuwe multimedia en om zich in een of andere vorm van een stevige positie in het toekomstige multimedialandschap te verzekeren.