Leiding IND geniet intern geen vertrouwen

DEN HAAG, 5 NOV. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) van Justitie heeft nauwelijks vertrouwen in de directie. De communicatie en de samenwerking binnen de dienst is slecht. Staatssecretaris Schmitz (Justitie) bemoeit zich volgens leidinggevenden op “hinderlijke” wijze met individuele dossiers en wekt daarmee de indruk geen vertrouwen te hebben in de IND.

Dat blijkt uit een intern onderzoek van de dienst, waarin de ambtenaren naar hun anonieme oordeel werd gevraagd over het functioneren van de IND. De IND is het agentschap van het departement van Justitie dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van het vreemdelingenbeleid. De dienst heeft 1600 medewerkers.

Sinds het IND enkele jaren geleden te maken kreeg met een explosieve groei van het aantal asielzoekers (van 35.000 in 1993 naar 52.000 in 1994) werd het personeel snel uitgebreid om de oplopende voorraad achterstallig werk in de hand te houden. Dat lukte nauwelijks.

Uit de rapportage 'Startpositie', een initiatief van de nieuwe IND-directeur L. Elting, blijkt dat afdelingen elkaar eerder tegenwerken dan dat zij samenwerken. “In plaats van samen te werken, worden er vliegen afgevangen om de produktiecijfers van de eigen unit te verhogen.”

Ook bij het management “blijkt de huidige samenwerking minimaal” te zijn omdat men elkaar onvoldoende vertrouwt. Veel leidinggevenden zijn “onvoldoende toegerust” om te voldoen aan de complexe rollen die zij spelen bij organisatie, cultuur, personeel, planning en financiën.

Bijna de helft van de IND-ambtenaren heeft er geen vertrouwen in dat de directie juiste beslissingen neemt. Problemen worden “naar beneden gedelegeerd onder verwijzing naar hogere krachten (inclusief de staatssecretaris)”.

Informatie die de medewerkers nodig hebben voor de behandeling van een zaak is vrijwel altijd onvolledig, onduidelijk en komt te laat. Bovendien hebben velen de indruk dat de informatie die zij vragen is “gefilterd”.

Verder bestaat grote ontevredenheid over het personeelsbeleid bij de IND, al zijn dit jaar verbeteringen geconstateerd. De manier waarop de dienst met contractanten omgaat vinden veel IND'ers “een schande”. De IND heeft “misbruik” gemaakt van de krappe arbeidsmarkt. De IND-medewerkers zien kritiek op de achterstanden in de media als terechte kritiek.

Pagina 2: IND'ers zijn murw gemaakt door kritiek

De berichtgeving over het vreemdelingenbeleid is ongenuanceerd, vinden veel IND-ambtenaren. De IND reageert daar onvoldoende op. Een deel van de medewerkers verwijt dit Schmitz.

Schmitz wil niet dat de IND zelfstandig naar buiten treedt. Als zij reageert op vragen van de media, dan doet zij dit “te mild en te veel verontschuldigend in plaats van uitleggend”. Een deel van de IND-medewerkers is door alle kritiek “murw” geworden. Ook de politiek is daar schuldig aan. Een medewerker antwoordde: “Zelfs Kamerleden gebruiken ons als schietschijf om eigen korte-termijnsuccessen te boeken.”

Mede als gevolg van het oplopende aantal dossiers, en vooral door de politieke druk op het onderwerp, werd steeds meer nadruk gelegd op het resultaat: dossiers moesten zo snel mogelijk worden gesloten. De meeste IND'ers vinden het resultaat belangrijker dan de procedure, zo blijkt uit het onderzoek.

Eén (anonieme) medewerker stelde echter: “Resultaten kunnen bijna niet belangrijker zijn dan procedures, want voor elk wissewasje moet er een nota de lijn door. Dat ontmoedigt enorm. Zeker als je bedenkt dat ieder naasthoger niveau redenen heeft om de nota in een la te leggen.” De sfeer binnen de IND als geheel wordt door leidinggevenden als 'niet goed' bestempeld. Er bestaat geen saamhorigheidsgevoel. De IND wordt ervaren als een groot aantal eilanden die geen onderdeel van een archipel zijn. Ondanks al deze kritiek gaat “vrijwel iedereen met plezier naar zijn werk”.

De onderzoekers constateren dat de “rek eruit is” bij de IND. De problemen waarmee de dienst kampt kunnen volgens veel medewerkers niet goed worden aangepakt. Medewerkers hebben te lang te hard gewerkt. “Er is behoefte aan rust.” Illustratief is dat een deel van de medewerkers van de IND op verjaardagsfeestjes zegt “dat ze bij Justitie werken in plaats van bij de IND, om discussies te vermijden”.

De rapporteurs bevelen de IND-top onder meer aan “een visie” te formuleren over hoe het verder moet met de dienst. Verder moet het management beter worden getraind, gecoacht en opgeleid om zijn specifieke taken te kunnen vervullen.

Ook vinden de onderzoekers dat er meer besproken moet worden met het ministerie van Justitie, vooral als er politieke problemen zijn rond het werk van de IND. Op het hoofdkantoor van de IND moet meer duidelijkheid komen over de verantwoordelijkheden.