Lagere straf voor Nusse en Brink dan eisen van OM

AMSTERDAM, 5 NOV. De Amsterdamse effectenbeurs heeft onvoldoende controle uitgeoefend op het in 1993 failliet gegane effectenkantoor Nusse Brink. Deze conclusie trekt voorzitter mr. M. Mastboom in het vonnis van de Amsterdamse rechtbank in de strafzaak tegen twee van de drie directeuren van Nusse Brink.

Mede in verband met het onvoldoende beurstoezicht vallen de straffen voor de voormalige directeuren E. Brink en R. Nusse wegens verduistering en faillissementsfraude lager uit dan de rechtbank op basis van de feiten wilde vonnissen. Nusse, die volgens de rechtbank als de leidinggevende bij NusseBrink en de initiatiefnemer van de faillissementsfraude de meeste schuld draagt, werd gistermiddag tot één jaar celstraf veroordeeld, waarvan drie maanden voorwaardelijk. Brink kreeg een half jaar cel, dat waarschijnlijk zal worden omgezet in 240 uur onbetaalde maatschappelijke dienstverlening.

Advocaat mr. J. Pen van Nusse kondigde gisteren al aan in hoger beroep te zullen gaan, terwijl Brinks advocaat mr. L. van Kleef als “eerste reactie” ook appèl wil instellen.

Nusse Brink ging in de herfst van 1993 bankroet, nadat het effectenkantoor gespeculeerd had op koersdalingen, terwijl de beurs alleen maar koersstijgingen liet zien. Na het bankroet ging een beerput open, van een administratieve chaos tot vermoedens van het witwassen van drugsgelden, waarvoor de oud-directeuren overigens niet vervolgd werden. Het kantoor bleek eveneens al lange tijd onder toezicht te hebben gestaan van het controlebureau van de Amsterdamse effectenbeurs.

De beurs zegt in een reactie dat voldoende controle is uitgeoefend op Nusse Brink. “De strafrechter roert het heel voorzichtig aan, maar gebruikt het nauwelijks bij zijn vonnis”, aldus een woordvoerder. Volgens hem legt de strafrechter geen relatie tussen het uitgeoefende toezicht en het latere bankroet van Nusse Brink.

De rechtbank zegt in het vonnis dat het afdoende beurstoezicht de “beroerde financiële situatie” bij Nusse Brink, die in 1992 en 1993 ontstond, minder ernstig had kunnen maken. De financiële toestand was volgens de rechtbank drijfveer voor de verduistering van obligaties. Vandaar dat het onvoldoende toezicht een “beperkte, matigende invloed” had op de duur van de op te leggen gevangenistraf, aldus het vonnis.

Het vonnis van de rechtbank kan een rol spelen in schadeprocedure die eerder dit jaar is aangespannen tegen de beurs door een zakenrelatie van Nusse Brink, F. van den Broek, die als gevolg van het bankroet zijn baan verloor. Hij beschuldigt de beurs ervan te hebben gefaald in het toezicht. Ook het effectenhuis HSBC Van Meer James Capel, dat schade leed door het faillissement, overweegt een schadeclaim.