'Je wordt nu eenmaal afgerekend op je fouten'; Directeur Immigratie- en Naturalisatiedienst, L. Elting

DEN HAAG, 5 NOV. Een overbelaste organisatie die te snel was gegroeid onder een te jong management. Dit was de situatie die L. Elting enkele maanden geleden aantrof toen hij H. Nawijn opvolgde als directeur van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) van het ministerie van Justitie.

De kritiek van buiten was groot. De vreemdelingendossiers stapelden zich op. De Tweede Kamer vroeg keer op keer wanneer de lengte van de asielprocedure werd teruggebracht tot aanvaardbare proporties. Personeel werd bij uitzendbureaus weggesleept om verlichting te brengen. Advocaten meenden dat de dienst onvoldoende zorgvuldig omging met de gevoelige materie. Staatssecretaris Schmitz verbond haar politieke toekomst aan het wegwerken van de achterstanden. Op 1 januari 1997 maakt zij de balans op. Elting aarzelt licht, maar heeft er vertrouwen in.

Elting (46), afkomstig van de Dienst Justitiële Instellingen (het gevangeniswezen), maakte direct na zijn aantreden een plan om opnieuw te beginnen: hij wilde eerst op de hoogte zijn van de grieven en “de pijn binnen de organisatie”. Het resulteerde in een anoniem intern onderzoek waarin ambtenaren werden uitgenodigd hun kritiek te uiten.

“Ik wilde op nul beginnen”, zegt Elting in zijn werkkamer in de 'Terminal Zuid', het IND-hoofdkantoor naast het moederdepartement. Bij de lift staan drie buizen met gekleurde steentjes erin; zij symboliseren de race van het wegwerken van de werkvoorraad bij de asielzaken in eerste aanleg, de bezwaarschriften en de reguliere zaken - van visa tot naturalisaties. De steentjes geven aan dat de achterstanden half oktober voor zo'n 70 procent waren weggewerkt.

Eén van de grieven van de medewerkers was dat er zoveel kritiek op de IND naar buiten kwam.

“Het voordeel is dat men zijn ongenoegen kan spuien. Daar moet je heel open over kunnen praten om zaken te veranderen. En nu kunnen er ook dingen veranderen.”

Waarom is er altijd zoveel kritiek op de IND?

“De dienst heeft een groeicrisis doorgemaakt. In 1994 is de IND omgevormd tot de huidige organisatie, als agentschap van het ministerie. In dat jaar kwamen er 52.000 asielzoekers tegen 35.000 het jaar ervoor, dus er ontstond een gigantische schaalvergroting. Die veranderingen leidden tot een verjonging en vernieuwing van het management. Er kwam nieuwe wetgeving, een nieuw automatiseringssysteem en er ontstonden grote achterstanden omdat er simpelweg te weinig mensen waren om die instroom op te vangen. Door die druk wisten mensen niet wat ze het eerste en het laatste moesten doen.

“Als gevolg daarvan gingen de afdelingen het zo dicht mogelijk bij huis zoeken en hun eigen troubles oplossen. Dat gold voor alle afdelingen, van de directie tot en met de personeelsafdeling en de districtskantoren.

“Vervolgens verscheen het ene rapport na het andere, waaronder de Algemene Rekenkamer waarin felle kritiek werd geuit. Medewerkers zien dat allemaal in de krant, waardoor er een soort interne ondermijning van het vertrouwen plaatsvindt. 'Op mijn eiland valt het nog mee', dacht men, dus richtten de medewerkers zich op hun eigen afdeling. Het hoofd van de IND, Nawijn, kondigde plotseling zijn vertrek aan, wellicht mede onder invloed daarvan.”

Zijn er al verbeteringen zichtbaar?

“De stapels worden duidelijk kleiner. Het eind van de achterstanden is in zicht. Als die zijn weggewerkt komt er pas ruimte om de problemen op te lossen. Ik ga ervan uit dat dat in januari het geval is.”

Uit het onderzoek blijkt dat een meerderheid van de medewerkers de resultaten belangrijker vindt dan de procedure. Wordt er voldoende zorgvuldigheid betracht bij de behandeling van asielaanvragen?

“Het merendeel van de beslissingen is nog steeds goed. Nee, ik kan niet honderd procent garant staan voor die zorgvuldigheid. Ik wil die garantie wel kunnen geven. De enige manier waarop dat kan is dat je een onafhankelijke kwaliteitscontrole krijgt. Die gaan we straks invoeren. Er komen per IND-district kwaliteitsteams van de IND. Daarnaast houden we steekproeven door externe betrokkenen als de rechterlijke macht en de advocatuur. We gaan de dossiers nu vooraf analyseren. De meerderheid is eenvoudig. In het verleden werden moeilijke dossiers nog wel eens behandeld door onervaren medewerkers. Met een analyse kun je voorkomen dat het te lang gaat duren.”

Staatssecretaris Schmitz krijgt het verwijt dat zij zich hinderlijk bemoeit met individuele dossiers.

“Dat is ook heel vervelend als je het heel druk hebt. Maar het is het volste recht van de staatssecretaris om zich te bemoeien met alles wat er gebeurt. Zij is politiek verantwoordelijk voor het functioneren van de IND.”

Schmitz heeft zich volgens de medewerkers onvoldoende verdedigd toen de IND werd gekritiseerd.

“Dat verwijt heb ik ook gekregen. 'Ga naar buiten, leg het nou eens uit', zegt men. De IND heeft een negatief imago. Mijn stelling is: een goed imago verdien je niet als de staatssecretaris gaat roepen dat het allemaal hosanna is. Je zult je werk op orde moeten hebben. Je zult moeten laten zien dat het allemaal ook klopt binnen de IND. Pas dan kun je zeggen dat het op orde is. Wat je als staatssecretaris zegt moet kloppen met de werkelijkheid. Het liefst zouden de IND-medewerkers zien dat de staatssecretaris ook eens zei dat er ook goede dingen gebeuren. Dat doet ze wel, maar je wordt nu eenmaal afgerekend op je fouten. We hebben geconstateerd dat we nog een stap hebben te gaan.”

Het aantal asielzoekers is nu weer terug op zo'n 25.000 per jaar. Het is niet uitgesloten dat door het uitbreken van een oorlog opnieuw een groot beroep moet worden gedaan op de IND-medewerkers.

“We hebben lering moeten trekken uit het verleden. Kennelijk kunnen we overvallen worden door tien- of twintigduizend asielzoekers meer dan we nu hebben. Om dit vraagstuk te onderzoeken - hoe elastisch is de organisatie - hebben we de stuurgroep Bretel opgericht. Achteraf denk ik dat we er in 1994 te veel hebben gehad. De explosieve groei van het aantal asielzoekers kwam twee jaar te vroeg.”

Hoe gaat staatssecretaris Schmitz 1997 in? U bent verantwoordelijk voor haar politieke toekomst.

“We zijn een heel eind op weg. Ik zou graag zeggen: ja, de achterstanden zijn op 1 januari absoluut weggewerkt. Maar dan loop ik het risico dat de mensen bij de IND minder gemotiveerd worden. Vandaar mijn lichte aarzeling.”

    • Rob Schoof