Het grote lijden

Voordat de eindronden om het WK-voetbal in 1990 begonnen, vroeg de redactie van Vrij Nederland aan 21 van de (naar schatting) vier miljoen voetbaldeskundigen in dit land, of zij iets wilden schrijven over hun “voetbalgevoel”. Ik was een van die 21 en herinner mij, dat ik het over het grote lijden heb gehad.

Maar dan vooral als jongen. Om mij tegen te komen in een staat van aan hyperventilatie grenzende nervositeit moet men teruggaan naar de jaren dertig. Reëler dan Hitler waren voor mij in die tijd Bep Bakhuys en Kick Smit en Leen Vente, spelers van het Nederlands elftal, dat in die periode met cijfers als 9-3 en 8-0 van onze eeuwige tegenstanders de Belgen won. Het was de tijd van Han Hollander, de rappe radioverslaggever, die voor enthousiasme in al die huiskamers zorgde. Vorige week - nota bene in Parijs en in een tennistempel - vroeg iemand mij, wat er toch van die Hollander was terechtgekomen? De man vroeg het in zijn onschuld, maar ik moest antwoorden dat hij via Westerbork naar de gaskamers was gejaagd, simpelweg omdat hij jood was.

Hollander placht ons eerst van twee uur tot kwart voor vier aan de radio gekluisterd te houden om ons vervolgens naar een veldje achter ons huis te sturen, waar wij de interland nog eens overspeelden - een zeer onschuldige vorm van overspel. Op zo'n interlandzondag was het bij ons thuis de kunst tijdig bij de radio te kruipen. De familieregels bevorderden dat niet, want het toestel mocht pas aan als de warme maaltijd ten einde was en de bijbel zijn zegje had gedaan. Hoewel ik een heel aardige zuster heb, haatte ik haar tijdens het eten op zo'n voetbalzondag als de klok dicht bij twee uur kwam en zij tergend lang op haar stukjes bloemkool kauwde, terwijl die toch volkomen gaar waren. Vervolgens praatte de familie over de preek van die ochtend en de politiek van het kabinet-Colijn. Bovendien was de soep te heet om in hoog tempo te kunnen worden geconsumeerd. Tijdens de kerkdienst had ik mijn gedachten die ochtend al voortdurend voelen afdwalen naar jongelui als Bertus Caldenhove, Mauk Weber en Adri van Male. Was die lange keeper van Feyenoord wel goed genoeg? Tegen de Ieren had hij zich met bal en al over de lijn laten drukken. Zou het niet verstandiger zijn geweest van de keuze-commissie om de Leeuw van Deventer, Leo Halle, op te stellen? Intussen had de dominee het over Habakuk en de ezel van Bileam.

Op weg naar de volgende eeuw hoor ik tegenwoordig Guus Hiddink over passie praten en had Leo Beenhakker het onlangs over de broodnodige beleving, die de spelers soms hebben, maar die minstens even vaak totaal onzichtbaar blijft. Beide heren hebben gelijk, maar de beleving en de passie die een jongen van veertien jaar kon voelen als hij met zijn oor bij de radio zat en iedereen in de kamer zijn mond moest houden terwijl Oranje en de Rode Duivels elkaar naar de keel vlogen, die gaat voor mij boven alles uit. Daar teerde je een halfjaar op, tot de volgende interland, een nieuw hoogtepunt.

Weet u wat zo jammer is? Er zijn tegenwoordig te veel hoogtepunten om nog van hoogtepunten te kunnen spreken. We zouden er een paar moeten schrappen wegens gebrek aan uitstraling.

    • Herman Kuiphof