Haagse burgemeester

Het hoofdartikel en de bijdrage van de heer Martini in de krant van 2 november becommentariëren de benoeming van Wim Deetman als burgemeester van Den Haag. Een goede benoeming die volgens Haagse traditie met veel gekrakeel gepaard is gegaan.

Mij valt een ding op: in beide stukken wordt in zeer negatieve zin ingegaan op de voorgangers van de nieuwe burgemeester. Ik bepaal mij tot oud-burgemeester Havermans, die meer dan tien jaar met grote krachtsinspanning in deze moeilijke gemeente heeft gewerkt; hij en zijn vrouw waren zeer populair onder de Haagse bevolking.

Ik ben in 1986 als commissaris van de Koningin in Zuid-Holland nauw bij zijn benoeming betrokken geweest.

Havermans was werkzaam in een veel kleinere gemeente (Doetinchem) voor hij naar Den Haag kwam, maar hij was één van de burgemeesters die toen bij elke belangrijke vacature hoge ogen gooide, ik denk aan Breda en Maastricht.

Hij was jarenlang voorzitter van de VNG en hij had ook om die reden toegang tot welke politieke persoonlijkheid dan ook. Hij deed de lobby voor Den Haag bekwaam, snel en zonder dat hij de eer opeiste. Dat liet hij aan zijn wethouders over.

Voor wat betreft de wethouders is Den Haag in de jaren zeventig en tachtig een duiventil geweest. Los van de reguliere aflossingen na verkiezingen heb ik voor die periode ooit eens vijftien à twintig heengezonden wethouders geteld. Als Martini terecht zegt dat in Den Haag nooit sprake is geweest van een dominante partij, constateer ik dat vele jaren lang de meeste verantwoordelijken - een aantal goede uitgezonderd - dan in ieder geval nimmer begrepen hebben wat voor politieke opstelling en persoonlijk fatsoen bij zo'n situatie hoort. De uitzonderlijk slechte verhoudingen in de Haagse politiek in het verleden hebben de stad veel schade berokkend. Niet de benoeming van welke burgemeester dan ook.

De laatste jaren gaat het veel beter, er wordt weer geïnvesteerd in Den Haag en de politieke verhoudingen zijn, dankzij het aantreden van nieuwe wethouders en fractievoorzitters, gestabiliseerd. Burgemeester Havermans heeft daar hard aan meegewerkt na jarenlang het gekrakeel te hebben moeten dulden.

Of het lukt als burgemeester een grote stad te besturen, hangt samen met de vraag of er in de politiek, het bedrijfsleven en de maatschappelijke organisaties mensen zijn die bereid zijn in elkaar te investeren. In Den Haag investeerde in de jaren zeventig en tachtig een aantal politici voornamelijk in zichzelf.

Dat oud-burgemeester Havermans de stad niet geheel ongeschonden heeft kunnen achterlaten, ligt niet aan hem; de allereerste verantwoordelijkheid ligt elders. De stad heeft nu een veel gezondere politieke cultuur. Laat burgemeester Deetman daar zijn voordeel mee doen.