Fusiegolf sleept bedrijfsleven mee

AMSTERDAM, 5 NOV. Als het meezit schrijft telecombedrijf BT dit jaar twee records op zijn naam: de grootste grensoverschrijdende overname die wel doorging en de grootste die niet doorging. “Tegenwoordig is alles groot”, zegt een bankier in de City voor wie fusies en overnames het dagelijks brood zijn.

BT betaalt nu meer dan 20 miljard dollar voor de 80 procent van de aandelen die het concern nog niet bezit in de Amerikaanse partner MCI. Eind mei ketste een vergelijkbare transactie (waarde: meer dan 25 miljard dollar), maar dan met de Britse evenknie Cable & Wireless af op onoplosbare financieringsproblemen. Ondernemingen leggen buitensporige bedragen op tafel om concurrenten te kopen en groter te worden. Zij worden opgejaagd door scherpere concurrentie, opgejut door de rendementseisen van steeds mondiger beleggers en geplaagd door angst om alleen achter te blijven.

In Amerika - de grootste markt ter wereld - werd in het eerste halfjaar voor een bedrag van 280 miljard dollar aan fusies en overnames aangekondigd, zo meldde onlangs het adviesbureau Securities Data Co. Dat was 88 miljard dollar meer dan in de vergelijkbare periode van 1995.

De vierde internationale fusie- en overnamegolf (na die aan het begin van de twintigste eeuw, in de jaren twintig en de jaren zestig) lijkt het internationale bedrijfsleven onstuitbaar mee te slepen. De 'wilde' jaren tachtig, waarin de fusies en overnames ongekende recordniveaus bereikten (zoals de veiling van het sigaretten- en voedingsbedrijf RJR Nabisco à 25 miljard dollar), zijn achteraf gezien maar het voorspel geweest.

Bigger is better geldt niet alleen voor de telecommunicatiesector. Uit bijgaand lijstje blijkt waar de actie plaatsvindt: de gezondheidszorg, media en financiële dienstverlening. “En vergeet de olie- en gassector niet”, zegt directeur drs. G. Landheer van KPMG Corporate Finance. “Daar gaan ook gigantische bedragen om, bijvoorbeeld in de vorm van exploitatiecontracten met overheden. Het is alleen geen echte concentratie, in de zin dat economische belangen door fusie of overname in eén hand terecht komen.”

Dat in de telecommunicatie zulke adembenemende bedragen over tafel gaan, verbaast financiële advieurs niet. De bedrijfstak verkeert in een toestand van verhoogde opwinding. Nationale monopolieposities worden doorbroken en strenge lokale regelgeving maakt plaats voor een ruimere actieradius, ook over de landsgrenzen heen.

Bovendien lijken de activiteiten van de telefoonbedrijven steeds meer te versmelten met die van andere sectoren, zoals media. Zo kocht MCI een jaar geleden al een aandelenbelang van 15 procent in News Corp, een mediabedrijf dat op drie continenten actief is.

De gevolgen laten zich raden: een koortsachtig internationaal fusie- en overnameproces. “Als iets geschikt is om als produkt de grens over te gaan is het wel een telefoongesprek”, zegt een dealmaker in Londen. Het lijstje met ingeslagen (inter)nationale boodschappen van post- en telecombedrijf KPN kan als voorbeeld dienen. De Nederlandse monopoliepositie wordt afgebroken, de overheid heeft het bedrijf geprivatiseerd, dus zoekt KPN groei op oude en nieuwe terreinen (Sport7; overname van Australische luchtvervoerder TNT) en in nieuwe gebieden (Tsjechië, Ierland, kabelmaatschappijen in Frankrijk en Groot-Brittannië).

Een vergelijkbaar verhaal geldt voor de geneesmiddelensector (schaalvergroting om kostbaar onderzoek te betalen, of patenten te kopen; de wens bij opdrachtgevers om ziektekosten te beteugelen), de media (opmars commerciële tv, technische doorbraken) en de financiële dienstverlening (gerijpte bedrijfstak waar schaalgrootte kostenbesparingen moet opleveren).

De koortsachtige fusie- en overnamezaken gaan - historisch - gepaard met recordstanden op de internationale aandelenmarkten. De Dow Jones aandelenindex passeerde enkele weken geleden de 6.000-grens, de Britse FT-100 index ging door de 4.000-grens, terwijl de Amsterdamse beurs tegen het plafond van 600 opbotst. Welke relatie de beursrecords met de overnamerecords hebben, kunnen de experts moeilijk aangeven. In elk geval dragen zij bij aan een gevoel van optimisme, dat op zijn beurt weer beursrecords en fusiezaken voedt.

Juristen, bankiers en andere adviseurs beleven gouden tijden. De zakenbank Goldman Sachs, een van Amerika's top adviseurs bij fusies en overnames, verdiende in de eerste negen maanden vóór belastingen 1,86 miljard dollar, het dubbele van de vergelijkbare periode in 1995.

Het optimisme speelt topmanagers, een categorie mensen dat daden niet schuwt, in de kaart. “Dit is een sector waarin aan het eind van de eeuw nog maar een handvol spelers op wereldschaal over zullen blijven”, zijn woorden die vast onderdeel zijn van het jargon van de moderne manager. “En wij zullen daar één van zijn.”

Of de fusies en overnames zo succesvol zijn, is voor de meeste wetenschappers geen vraag meer. De meeste halen de doelstellingen niet. Ook Landheer heeft bij een fusie als van BT en MCI zo zijn bedenkingen. “Transacties op zich creëren geen economische waarde. Zij kunnen wel leiden tot economische voordelen. Op kleine schaal kan ik mij besparingen en extra inkomsten wel voorstellen, maar op een gegeven moment wordt het zo massief, dat ik mij afvraag: hoe stel je je dat voor? Dan moet je eigenlijk de hele organisatie opnieuw durven inrichten, maar dan is het de vraag of de kosten daarvan opwegen tegen de verwachte voordelen.”

    • Menno Tamminga