'Die dossiers zijn er niet voor niks'; WAO-drama - na herkeuring komt de marktwerking

Morgen behandelt de Tweede Kamer een wetsvoorstel waarmee marktwerking in de WAO wordt geïntroduceerd. Marktwerking is volgens het kabinet nodig om het aantal arbeidsongeschikten terug te brengen. Om diezelfde reden worden alle WAO'ers jonger dan 50 jaar sinds augustus 1993 opnieuw gekeurd. De helft van de herkeurden heeft - vaak tot hun woede en zonder dat ze het begrijpen - te maken gekregen met een daling of beëindiging van de uitkering. Via de dienst Arbeidsintegratie van het GAK kunnen goedgekeurde WAO'ers geholpen worden bij het solliciteren. Slechts een kwart van de herkeurden komt weer aan het werk, maar met nieuwe regelgeving alleen zal daar geen verbetering in komen. “We kunnen iedereen aan het werk helpen, maar daar hangt een prijskaartje aan dat wij als maatschappij niet kunnen betalen.”

Op de afdeling Arbeidsintegratie van het GAK aan het Haagse Rijswijkseplein springt het pistachegroen direct in het oog. Het is de kleur van de kaften rond de dossiers van alle geheel of gedeeltelijk goedgekeurde WAO'ers die hier sinds 1 januari 1994 over de vloer zijn gekomen. Zo'n 8500 mappen zijn dat er inmiddels, waarvan er ongeveer 1300 betrekking hebben op 'herbo's' - WAO'ers die na herkeuring alsnog geschikt bleken voor de arbeidsmarkt. In de open gangkasten staan duizenden afgeronde dossiers dicht opeen gepakt, een blik in de kamers maakt duidelijk dat er geen bureau te vinden is dat niet bezaaid is met stapels lopende dossiers.

Zelfs op het bureau van afdelingshoofd Hein Oudshoorn zijn de groene mappen nog te vinden. Het begeleiden en bemiddelen van goedgekeurde WAO'ers behoort niet meer tot zijn dagelijkse werkzaamheden, maar soms kruipt het bloed waar het niet gaan kan. Halverwege het gesprek komt er een telefoontje binnen van een man die sinds drie maanden weer aan het werk is, maar nu thuis zit omdat hij het gevoel heeft dat het absoluut niet gaat. “Ze hadden bij dat bedrijf een vacature, daar heb ik toen zelf deze man op af gestuurd. Ik vind dat ik het nu ook zelf moet afhandelen”, zegt Oudshoorn als hij de hoorn weer op de haak heeft gelegd.

Mensen weer aan het werk krijgen binnen de grenzen van wat ze aankunnen, dat is volgens Oudshoorn de belangrijkste taak van 'zijn' tien arbeidsdeskundigen. Sinds 1 januari 1994 kunnen werknemers die niet volledig arbeidsongeschikt zijn verklaard, via de afdeling Arbeidsintegratie van het GAK geholpen worden bij het vinden van een nieuwe baan. Werknemers die weer terecht kunnen bij hun oude werkgever komen niet bij Arbeidsintegratie terecht: zij kunnen via een ander traject hulp krijgen om bijvoorbeeld hun werkplek te laten aanpassen.

De arbeidsdeskundigen van de afdelingen Arbeidsintegratie werken zowel voor mensen die voor de eerste keer gekeurd zijn op arbeidsongeschiktheid (de zogeheten claimbeoordeling) als voor de aanzwellende stroom herkeurde WAO'ers. Vroeger zorgde de arbeidsdeskundige die betrokken was bij de herkeuring ook voor de bemiddeling naar een eventuele nieuwe werkplek, maar daar is enkele jaren geleden een einde aan gemaakt. Veel mensen - in WAO-termen belanghebbenden genaamd - hebben gevoelens van wrok ten aanzien van de arbeidsdeskundige die betrokken is geweest bij hun (her)keuring; die boosheid maakt verdere begeleiding door dezelfde man of vrouw feitelijk zinloos. “Er zit vaak een enorme frustratie bij de belanghebbenden. Onze arbeidsdeskundigen moeten proberen dat bij de mensen uit het hoofd te krijgen, anders werkt het niet”, zegt Oudshoorn.

Bij de 45-jarige vrouw die 's morgens bij arbeidsdeskundige Peter Bijleveld voor een intake-gesprek komt, is van wrok of boosheid niets meer te merken. Een beetje trillend 'van de zenuwen' zit ze achter de tafel te wachten, een plastic tasje met papieren aan haar voeten. Sinds 1989 heeft de vrouw een volledige WAO-uitkering, maar in april dit jaar kreeg ze te horen dat ze 'voorzichtig' weer aan het werk kon gaan. Op basis van de herschatting heeft de vrouw nu nog recht op een WAO-uitkering van 25 à 35 procent - gebaseerd op het verschil tussen het salaris dat ze vroeger als medewerker foto-ontwikkeling verdiende en het salaris dat ze kan krijgen in de functies die ze met haar beperkingen theoretisch nog zou kunnen vervullen. Zolang ze geen werk heeft gevonden, heeft de vrouw recht op een aanvullende WW-uitkering. Arbeidsdeskundige Bijleveld tast voorzichtig af hoeveel de vrouw van de tot nu toe gevolgde procedures heeft begrepen. Beseft ze dat het de bedoeling is dat ze zelf op zoek gaat naar een baan? Begrijpt ze dat het lijstje met theoretische functies niet betekent dat er in die functies vacatures voor haar zijn èn al evenmin dat ze alleen dat soort werk zou mogen uitoefenen?

Dat laatste is nauwelijks doorgedrongen, zo blijkt uit haar bezorgde antwoord: “Ja, want op dat lijstje staat dat ik receptioniste/telefoniste kan worden, maar ik ben bang dat ik dat toch niet aankan.” Nee, legt Bijleveld geduldig uit, dat is theorie, daar hoeft ze zich verder niets van aan te trekken. Zelf denkt de vrouw dat een baan bij thuiszorg misschien iets voor haar is, een idee waar de arbeidsdeskundige wel wat in ziet, al heeft hij eerder in het gesprek al gezegd dat ze geen overtrokken verwachtingen moet koesteren ten aanzien van de bereidheid van werkgevers om arbeidsongeschikten aan te nemen: “We hoeven elkaar geen mooie verhalen te vertellen. Je zult ervoor moeten vechten.”

Zelfwerkzaamheid, dat is het motto waarmee goedgekeurde WAO'ers in de jaren negentig op stap worden gestuurd. Mensen moeten zelf op zoek naar een baan. De arbeidsdeskundige is er vooral om mensen een duwtje in de rug te geven, bijvoorbeeld hulp verlenen bij het krijgen van extra scholing of het wegwijs maken van werkgevers in de regelingen rondom het in dienst nemen van (deels) goedkeurde werknemers. Die speurtocht naar een baan levert echter nog veel te weinig succes op, zo vindt de Tweede Kamer. Uit recente onderzoeken blijkt dat slechts zo'n twintig procent van de herkeurde WAO'ers waar aan de slag komt. Tijdens de behandeling van de wet Pemba (over premiedifferentiatie en marktwerking in de WAO) deze weken zal ook de bevordering van arbeidsreïntegratie aan de orde worden gesteld.

Op het GAK-hoofdkantoor in Amsterdam vindt men de aanvallen vanuit de politiek en de maatschappij onterecht. De stroom nieuwe voorstellen en aangepaste regelingen waarmee de bedrijfsverenigingen voortdurend worden overspoeld, werken eerder tegen dan voor de arbeidsintegratie van WAO-ers. Ook realiseren critici zich te weinig dat bedrijfsverenigingen zich tegenwoordig ook aan strakke budgetten moeten houden. “Ik roep altijd: 'we kunnen iedereen aan het werk helpen, maar daar hangt een prijskaartje aan dat wij als maatschappij niet kunnen betalen”, zegt Hooite Muller, directeur Arbeidsintegratie bij GAK Nederland. Rad pratend uit Muller zijn boosheid over de recente constatering van het College Toezicht Sociale Verzekeringen (CTSV) dat het voor de kans op een baan nauwelijks lijkt uit te maken of een herkeurde WAO'er wel of geen begeleiding heeft gekregen. “Als het lukt om mensen aan het werk te krijgen zonder uitgebreide begeleiding, dan moet je het geld in je zak houden. Dat kun je dan weer aan een ander besteden.”

Uitgangspunt bij de begeleiding en bemiddeling van (ex-)WAO'ers moet steeds zijn dat de investering redelijkerwijs lonend moet zijn, vindt Muller. Om het beschikbare geld zo efficiënt mogelijk te gebruiken, werkt het GAK tot nu toe met twee verschillende trajecten: basisbemiddeling en intensieve bemiddeling. Basisbemiddeling omvat niet meer dan één of meerdere gesprekken met een arbeidsdeskundige. Het is bedoeld voor mensen die op eigen kracht een baan moeten kunnen vinden, maar die 'de weg gewezen moet worden'. Wie denkt dat de potentiële nieuwe werkgever huiverig is om een WAO'er aan te nemen, kan de arbeidsdeskundige vragen om uitleg te verschaffen over de regelingen die voor (deels) arbeidsongeschikten in het leven zijn geroepen, zoals loonkostensubsidies en betaalde begeleiding op de werkplek.

Mensen van wie de arbeidsdeskundige het gevoel heeft dat ze op 'grote maar overbrugbare afstand' tot de arbeidsmarkt staan, kunnen in aanmerking komen voor intensieve bemiddeling, met bijvoorbeeld scholing, een sollicitatietraining of andersoortige ondersteuning. Vanaf dit jaar stapt het GAK volgens Muller af van het strikte tweesporenbeleid en krijgen de arbeidsdeskundigen de beschikking over een hulppakket dat is opgebouwd uit verschillende modules.

Op de Haagse vestiging van Arbeidsintegratie komt tweemaal per week een sollicitatieclub bij elkaar. “Het is geen macramee-club, de deelnemers moeten echt de bedoeling hebben om aan het werk te komen”, zegt manager Oudshoorn van te voren. Het maakt een bedrijvige indruk, zo halverwege de dinsdagmorgen. De helft van de aanwezigen zit achter de computer, de andere vier bladeren de vacaturekrant door of lopen heen en weer tussen het cursuszaaltje en de vijf commerciële uitzendbureaus die beneden in het gebouw een gezamenlijke vestiging bemannen. Veel nieuwelingen zijn er vandaag, legt medewerkster Joke Schierbeek uit, “vorige week waren er drie tegelijk weg met een baan”. Officieel mogen de deelnemers maximaal zes maanden in de sollicitatieclub meedraaien, maar dat haalt bijna niemand, zegt Schierbeek: “We hebben een behoorlijk hoog scoringspercentage. Tussen de 65 en 75 procent gaat weg met een baan.”

Zoveel geluk hebben lang niet alle bezoekers van Arbeidsintegratie. Vooral mensen die al lange tijd van de arbeidsmarkt zijn verdwenen, komen nauwelijks meer aan werk, blijkt uit diverse onderzoeken die de afgelopen jaren zijn gehouden. Veel van deze mensen hebben niet veel meer dan een lagere beroepsopleiding gevolgd, zijn de aansluiting bij moderne eisen kwijt en hebben de grootste moeite zichzelf weer in een werkritme te krijgen. Een ander probleem is dat steeds meer 'andersgeschikten' niet kampen met fysiek zichtbare problemen, maar een voorgeschiedenis hebben van psychische klachten. “Dat maakt het lastiger. De trajecten worden langer”, aldus Oudshoorn.

Echt eenvoudig is de bemiddeling nooit, zo blijkt uit zijn woorden. “De 1,2,3-tjes bestaan eigenlijk niet”. Zelfs WAO'ers die er in slagen om geheel op eigen kracht een baan te vinden, doen er volgens Oudshoorn verstandig aan altijd met de arbeidsdeskundige contact op te nemen. Deze bekijkt dan of de functie gezien de medische beperkingen van de werknemer wel geschikt is - of zoals het in WAO-termen heet: of de belasting past bij de belastbaarheid. Een WAO'er die een baan aanneemt die niet aan deze voorwaarden voldoet èn die uitvalt als gevolg van bekende kwalen, kan in het ergste geval zijn recht op een uitkering verspeeld hebben. Mensen realiseren zich dat vaak niet, zegt Oudshoorn, “maar die dikke dossiers zijn er niet voor niks”.